Art. 64.

Tot zekerheid van de voldoening van de heffing, de intresten, de administratieve geldboete en de kosten heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de heffingsplichtige. Het kan een wettelijke hypotheek vestigen op alle goederen die daarvoor vatbaar zijn en die in het Vlaamse Gewest gelegen zijn, van de persoon op wiens naam de navordering of de ambtelijke aanslag is gevestigd.

 

Het voorrecht, vermeld in het eerste lid, neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in artikel 19 en 20 van de Hypotheekwet.

 

De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt.

 

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaren, vermeld in artikel 60.

 

Artikel 19 van de Faillissementswet is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de verschuldigde heffing waarvoor de inschrijving is genomen en waarvan betekening aan de heffingsschuldige is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring.