Art. 3.

§1

In dit decreet wordt verstaan onder :

afvalstof : elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Worden niet als afvalstoffen beschouwd :
  a) gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten, en koolstofdioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag, en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, dan wel op grond van artikel 37, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond buiten het toepassingsgebied van dit laatstgenoemde decreet valt;
  b) dierlijke mest als vermeld in het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen;
  c) het al dan niet verontreinigde water dat wordt geloosd in een oppervlaktewater of in de openbare waterzuiveringsinfrastructuur; in deze context wordt de in-situbehandeling, met inbegrip van de ontwatering van het ter plaatse geproduceerde slib, die bedoeld is om dat water in overeenstemming te brengen met de milieuvoorwaarden die gelden voor de lozing, niet als een afvalstoffenverwerking aanzien;
  d) huishoudelijk en bedrijfsafvalwater dat overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 24 januari 1984 inzake het grondwaterbeheer en van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning indirect wordt geloosd in het grondwater;
  e) onuitgegraven bodem, met inbegrip van duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
  f) radioactieve afvalstoffen, voor zover ze niet als vrijgegeven afvalstoffen worden beschouwd als vermeld in het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en de Gewesten van 17 oktober 2002 met betrekking tot het beheer van vrijgegeven afvalstoffen;
afvalstoffenhandelaar : iedere onderneming die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
afvalstoffenmakelaar : iedere onderneming die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
afvalstoffenproducent : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen, zijnde de eerste afvalproducent, of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;
afvalstoffenverwerking : nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van voorbereidende handelingen die aan nuttige toepassing of verwijdering voorafgaan;
5°/1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten;
bedrijfsafvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriėle, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit, en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering;
beheren van afvalstoffen : het inzamelen, het tussentijds opslaan en overslaan, het vervoeren, het nuttig toepassen en het verwijderen van afvalstoffen, met inbegrip van het houden van toezicht op die handelingen en het uitvoeren van de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting, en met inbegrip van activiteiten van afvalstoffenhandelaars of -makelaars;
beste beschikbare technieken: beste beschikbare technieken als vermeld bij of krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
bijzondere afvalstoffen : huishoudelijke, gevaarlijke, bedrijfsafvalstoffen of andere afvalstoffen die wegens hun aard, samenstelling, herkomst of verwerking een bijzondere regeling behoeven. De Vlaamse Regering kan bepalen welke afvalstoffen als bijzondere afvalstoffen worden beschouwd;
10° de OVAM : de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vermeld in artikel 10.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
11° gemengd stedelijk afval : huishoudelijk afval, alsmede bedrijfs-, industrieel en institutioneel afval dat qua aard en samenstelling te vergelijken is met huishoudelijk afval, behoudens de in bijlage van beschikking 2000/532/EG onder 20 01 genoemde fracties die afzonderlijk aan de bron worden ingezameld, en de onder 20 02 van die bijlage genoemde andere afvalstoffen;
12° gescheiden inzameling : de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;
13° gevaarlijke afvalstoffen : afvalstoffen die een bijzonder gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu opleveren of kunnen opleveren of die in speciale inrichtingen verwerkt moeten worden. De Vlaamse Regering bepaalt welke afvalstoffen als gevaarlijke afvalstoffen worden beschouwd overeenkomstig de geldende Europese voorschriften;
14° grondstofverklaring : een verklaring afgeleverd door de Vlaamse overheid waarin wordt gesteld dat een bepaald materiaal niet of niet meer als een afvalstof moet worden beschouwd, eventueel gekoppeld aan een aantal randvoorwaarden;
15° hergebruik : elke handeling waarbij voorwerpen of componenten van voorwerpen die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld;
16° houder van afvalstoffen : de afvalstoffenproducent of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft;
17° huishoudelijke afvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering;
18° inzameling : het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie;
19° levenscyclusdenken : een benadering waarbij wordt gekeken naar de effecten die optreden tijdens de hele levenscyclus van een materiaal;
20° lokale besturen : provincies, provinciebedrijven, gemeenten, gemeentebedrijven en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
21 materiaal : elke stof die wordt of is ontgonnen, gewonnen, geteeld, verwerkt, geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw verwerkt, of elk voorwerp dat wordt geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw gebruikt, inclusief de daaruit ontstane afvalstoffen;
22° materiaalkringloop : het geheel van opeenvolgende handelingen in een levenscyclus of stofstroom, gaande van de ontginning of winning en teelt, over de verwerking, de productie, de distributie, de opslag of overslag, het transport, het gebruik en hergebruik, de afdanking, de verwijdering en het eventueel opnieuw inzetten waarbij een of meer materialen, bedoeld of onbedoeld, worden doorgegeven van de ene fase in de levenscyclus naar een andere;
23° nuttige toepassing : elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering;
24° preventie : maatregelen die worden genomen voordat een stof of voorwerp afvalstof is geworden, ter vermindering van :
  a) de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van voorwerpen of de verlenging van de levensduur van voorwerpen;
  b) de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid;
  c) het gehalte aan schadelijke stoffen in stoffen en voorwerpen;
     
25° recyclage : elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dat omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;
26° verwijdering : iedere handeling die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering;
27° voorbereiding voor hergebruik : elke nuttige toepassing die bestaat uit het controleren, schoonmaken of repareren, waarbij voorwerpen of componenten van voorwerpen die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze kunnen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.

 

§2

Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:

asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet;
constructie met risicobouwjaar: de constructie met inbegrip van al wat onroerend is geworden door bestemming of incorporatie, met bouwjaar 2000 of ouder, met uitsluiting van de openbare ondergrondse infrastructuur die bestemd is voor de transit, het transport, de transmissie of de distributie van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, energie of informatie. Een constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding met uitzondering van steenslag, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds;
eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriėle installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen;
eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar;
hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm;
niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn;
openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar: een voor mensen toegankelijke constructie met risicobouwjaar die van openbaar nut is met hoofdzakelijk technische functie vervat onder kunstwerken en lijninfrastructuur en hun aanhorigheden;
overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht;
toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen;
10° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd.