Art. 4.

§ 1.

Dit decreet draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot duurzame ontwikkeling, als vermeld in artikel 7bis van de gecoördineerde Grondwet.

 

§ 2.

De doelstelling van dit decreet is het vaststellen van maatregelen voor het tot stand brengen van materiaalkringlopen waarbij :


de gezondheid van de mens en het milieu gevrijwaard worden tegen de schadelijke invloed van de productie en het beheer van afvalstoffen;

de uitputting van hernieuwbare en niet-hernieuwbare hulpbronnen, de verspilling van materialen en energie in het algemeen en de schadelijke gevolgen voor mens en milieu, verbonden aan materiaalgebruik en -verbruik, worden tegengegaan.

 

 

§ 3.

In het bijzonder worden in dit decreet maatregelen vastgesteld:

waarbij steeds wordt gestreefd naar het beste resultaat voor milieu en gezondheid, rekening houdend met de effecten die optreden tijdens de volledige levenscyclus, en waarbij als prioriteitsvolgorde de volgende hiërarchie wordt gehanteerd :
a)
de preventie van afvalstoffen en een efficiënter en minder milieubelastend gebruik en verbruik van materialen via aangepaste productie- en consumptiepatronen;
b)
de voorbereiding van afvalstoffen voor hergebruik;
c)
de recyclage van afvalstoffen en de inzet van materialen in gesloten materiaalkringlopen;
d)
andere vormen van nuttige toepassing van afvalstoffen, zoals energieterugwinning en de inzet van materialen als energiebron;
e)
de verwijdering van afvalstoffen, met storten als laatste optie; 

om ervoor te zorgen dat het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens en geen nadelige gevolgen heeft voor het milieu, met name :
a) zonder risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora en klimaat op te leveren;
b)
zonder geluids- en geurhinder te veroorzaken;
c)
zonder schade aan natuur- en landschapsschoon te berokkenen.