HOOFDSTUK 2.
Algemene bepalingen rond het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen


Art. 5.

De Vlaamse Regering kan met het oog op het bereiken van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, materialen aanduiden en voorwaarden bepalen voor het gebruik of verbruik ervan.

 

De Vlaamse Regering kan overeenkomstig de doelstellingen, vermeld in artikel 4, voor bepaalde materialen nadere regels vaststellen ter waarborging van hun traceerbaarheid, hun verwerking overeenkomstig artikel 9, § 1, en hun rechtmatig gebruik.


Art. 6.

§ 1.

De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, houden een chronologisch afvalstoffenregister bij waarin onder meer de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheid, aard, oorsprong en, als dat van toepassing is, bestemming, frequentie van de inzameling, wijze van vervoer en van behandeling van de ingezamelde, opgehaalde, vervoerde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen zijn vermeld. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de inhoud en de voorwaarden van dat afvalstoffenregister. De Vlaamse Regering kan groepen van natuurlijke personen en rechtspersonen van die plicht ontslaan. Met behoud van de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister.

 

De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor specifieke materialen materialenregisters worden bijgehouden met het oog op het verkrijgen van informatie over het efficiėnt en rechtmatig gebruik van materialen overeenkomstig de doelstelling, vermeld in artikel 4. Die registers kunnen slaan op hoeveelheden van in- en uitgaande materiaalstromen en hun herkomst en bestemming. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.

 

De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens uit het materialenregister te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. 


Art. 7.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de monsterneming en analyse van materialen.

 

De OVAM kan analyses op stalen van afvalstoffen en bodem laten uitvoeren in laboratoria die de Vlaamse Regering heeft erkend of die volgens de geldende internationale normen geaccrediteerd zijn. Laboratoria worden door de Vlaamse Regering erkend overeenkomstig de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en haar uitvoeringsbesluiten.


Art. 8.

§ 1.

De maatregelen, vermeld in artikel 4, § 3, moeten de opties stimuleren die over het geheel genomen het beste resultaat opleveren voor milieu en gezondheid. Dat kan betekenen dat bij het vaststellen van maatregelen voor bepaalde materialen moet worden afgeweken van de hiėrarchie, vermeld in artikel 4, § 3, als dat op grond van het levenscyclusdenken gerechtvaardigd is.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de OVAM wanneer de afwijkingen, vermeld in paragraaf 1, gerechtvaardigd zijn. Ze houdt hierbij rekening met de beginselen, vermeld in artikel 1.2.1, § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de technische uitvoerbaarheid en de economische haalbaarheid, de bescherming van hulpbronnen, de algemene effecten voor het milieu en de menselijke gezondheid en op economisch en maatschappelijk gebied, de doelstellingen, vermeld in artikel 4, en de geldende Europese voorschriften.

 

Het advies van de OVAM, vermeld in het eerste lid, bevat de uitgangspunten, randvoorwaarden en methodieken die zijn gebruikt om op basis van het levenscyclusdenken tot een gewenste optie te komen.

 

Voor het advies, vermeld in het eerste lid, en voor het vastleggen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en methodieken met betrekking tot het levenscylusdenken, wordt een overlegplatform opgericht, overeenkomstig artikel 19.

 

Als voor het formuleren van dat advies de resultaten van wetenschappelijke studies worden gebruikt, moeten die studies door een onafhankelijke partij zijn uitgevoerd of geverifieerd.

 

§ 3.

Als een afwijking overeenkomstig paragraaf 1 werd toegestaan, kan de Vlaamse Regering die afwijking na advies van de OVAM en overeenkomstig paragraaf 2 herzien in functie van gewijzigde technische, economische of sociale omstandigheden of in functie van gewijzigde inzichten in effecten op milieu en gezondheid.


Art. 9.

§ 1.

De Vlaamse Regering neemt de nodige passende maatregelen om ervoor te zorgen dat :

het hergebruik van voorwerpen en componenten van voorwerpen en activiteiten ter voorbereiding van hergebruik worden bevorderd;
afvalstoffen overeenkomstig artikel 4, § 3, of artikel 8, een handeling van hergebruik, recyclage of andere vorm van nuttige toepassing ondergaan;
recyclage van een hoge kwaliteit wordt bevorderd.

 

Met het oog op de naleving van de bepalingen in het eerste lid, en overeenkomstig de doelstellingen, vermeld in artikel 4, neemt de Vlaamse Regering de nodige maatregelen opdat, als dat haalbaar is op technisch, milieu- en economisch gebied, afvalstoffen gescheiden worden ingezameld, en niet gemengd worden met afvalstoffen of materialen die niet dezelfde eigenschappen hebben.

 

De Vlaamse Regering kan :

de gescheiden aanbieding en inzameling van bepaalde afvalstoffen verplichten en regels vaststellen voor hun inzamelwijze; 
doelstellingen vastleggen voor gescheiden inzameling en voor hergebruik, recyclage en andere vormen van nuttige toepassing;
voor bepaalde afvalstoffen afvalverwerkingshandelingen opleggen of verbieden.

 

§ 2.

De natuurlijke personen of rechtspersonen die een kringloopcentrum uitbaten waar voorwerpen die in aanmerking komen voor producthergebruik worden ingezameld voor selectie met het oog op hergebruik, of worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd of hersteld en verkocht, zijn onderworpen aan een door de Vlaamse Regering te verlenen erkenning. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor die erkenning vast.


Art. 10. Overeenkomstig het beginsel ’de vervuiler betaalt’ worden de kosten van het afvalstoffenbeheer gedragen door de eerste afvalstoffenproducent, de huidige of de vorige houders van afvalstoffen, de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen, of de distributeurs of invoerders van een dergelijk product. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.

Art. 11.

§ 1.

De verwijdering van afvalstoffen en voorbereidende handelingen die aan de verwijdering voorafgaan, zijn aan een vergunningsplicht onderworpen.

 

De nuttige toepassing van afvalstoffen en aan nuttige toepassing voorafgaande voorbereidende handelingen zijn aan een vergunnings- of meldingsplicht onderworpen.

 

De Vlaamse Regering kan het gebruik van materialen aan een vergunnings- of meldingsplicht onderwerpen, overeenkomstig de doelstellingen, vermeld in artikel 4.

 

§ 2.

Op de vergunningen en meldingen, vermeld in paragraaf 1, zijn de bepalingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning van toepassing.

 

De Vlaamse Regering kan sectorale voorwaarden uitvaardigen voor de activiteiten, vermeld in paragraaf 1.

 

§ 3.

Met behoud van de toepassing van de aangelegenheden die geregeld zijn door het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, kunnen de omgevingsvergunningen, vermeld in paragraaf 1, alleen worden verleend als ze niet strijdig zijn met de bepalingen van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en de uitvoeringsplannen.

 

Met behoud van de toepassing van de aangelegenheden die geregeld zijn door het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, kunnen bij het verlenen van de omgevingsvergunningen, vermeld in paragraaf 1, voorwaarden worden gesteld met betrekking tot :

de soort en hoeveelheid van de afvalstoffen en materialen die mogen worden verwerkt of gebruikt;
de technische en andere voorschriften die op de locatie in kwestie van toepassing zijn;
de te nemen veiligheids- en voorzorgsmaatregelen; 
de wijze waarop afvalstoffen worden verwerkt of de efficiėntie waarmee materialen worden verbruikt;
de maatregelen van controle en bewaking;
de afvalstoffen en materialen die uit de verwerking of het gebruik resulteren, en hun eventuele gebruiksbeperkingen;
bepalingen over sluiting en nazorg, voor zover die noodzakelijk zijn.

 

De Vlaamse Regering kan voor de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, nadere regels vaststellen.


Art. 12.

§ 1.

Het is verboden afvalstoffen achter te laten of te beheren in strijd met de voorschriften van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan

 

§ 2.

Het is verboden materialen te gebruiken of te verbruiken in strijd met de voorschriften van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.

 

§ 3.

De natuurlijke persoon of rechtspersoon die afvalstoffen beheert, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden genomen om gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora, geluids- of geurhinder, schade aan natuur- en landschapsschoon te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

 

De Vlaamse Regering kan die maatregelen nader omschrijven.


Art. 13.

§ 1.

Ondernemingen en inrichtingen die op beroepsmatige basis afvalstoffen inzamelen of vervoeren, afvalstoffenmakelaars en -handelaars, alsook ondernemingen en inrichtingen die afvalstoffen verwerken en meldingsplichtig zijn overeenkomstig artikel 11, moeten zich laten opnemen in een register.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de registratieplicht en de opmaak van het register, vermeld in het eerste lid.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering kan met het oog op het bereiken van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, voorwaarden opleggen aan :

de onderneming of inrichting die afvalstoffen inzamelt, vervoert of regelingen treft voor hun nuttige toepassing of verwijdering;
de afvalstoffenhandelaars of -makelaars.

 

De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, kunnen ook betrekking hebben op de wijze van inzameling en vervoer.


Art. 13/1.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende het beheer, de verwerking en het gebruik van materialen afkomstig van bouw- en infrastructuurwerken en van sloop-, ontmantelings-, en renovatiewerken bij bouwen infrastructuurwerken.


De Vlaamse Regering kan sloopbeheerorganisaties erkennen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning. Ze bepaalt ook de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning.


Art. 14.

De Vlaamse Regering kan de invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen verbieden of reglementeren.

 

De Vlaamse Regering kan alle maatregelen nemen met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, en van het verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, ondertekend in Bazel op 22 maart 1989. De Vlaamse Regering kan hiertoe onder meer :

elke invoer, uitvoer of doorvoer van afvalstoffen binnen de werkingssfeer van verordening (EG) nr. 1013/2006 onderwerpen aan het stellen van een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige financiėle zekerheid om de kosten te dekken van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, vermeld in artikel 6 van de genoemde verordening (EG) nr. 1013/2006;
bij invoer, uitvoer of doorvoer van afvalstoffen aan de kennisgever de betaling opleggen van een vergoeding om de administratieve kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtsprocedure, alsook de betaling vorderen van de gangbare kosten van de passende analyses en inspecties, vermeld in artikel 29 van de genoemde verordening (EG) nr. 1013/2006.

 

De grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen in strijd met de bepalingen van de verordening, vermeld in het tweede lid, of met de bepalingen vastgesteld krachtens het eerste of het tweede lid, is verboden.

 

In afwijking van de verordening, vermeld in het tweede lid, kan de OVAM in het geval van invoer binnenkomende overbrengingen van afval die bestemd zijn voor als nuttige toepassing ingedeelde afvalverbrandingsinstallaties, beperken als vaststaat dat die overbrengingen ertoe zouden leiden dat in het Vlaamse Gewest ontstaan afval moet worden verwijderd of dat afval moet worden verwerkt op een wijze die niet in overeenstemming is met de uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 18.


Art. 15.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor het toekennen van subsidies aan :

natuurlijke personen of rechtspersonen die maatregelen en initiatieven nemen overeenkomstig de doelstellingen, vermeld in artikel 4, onder meer ter bevordering van :
a) de preventie van afvalstoffen, het hergebruik en het efficiėnter en minder milieubelastend gebruik van materialen via aangepaste productie- en consumptiepatronen;
b) de samenwerking tussen verschillende actoren binnen een of meer materiaalkringlopen met het oog op het verlagen van de milieueffecten van die materiaalkringlopen;
c) de gescheiden inzameling van afvalstoffen, de recyclage en het aanwenden van materialen in gesloten materiaalkringlopen;
d) de afzetmarkt voor uit afvalstoffen teruggewonnen producten en grondstoffen;
e) een optimalisatie van het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
f) het onderzoek en de ontwikkeling voor de verwezenlijking van schonere en minder verspillende technologieėn, producten en diensten, alsook de verspreiding en toepassing van de resultaten van onderzoek en ontwikkeling op dat gebied;
lokale besturen ten behoeve van opdrachten ter uitvoering van de uitvoeringsplannen die van toepassing zijn, als vermeld in artikel 18;
de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in artikel 9, § 2, die een kringloopcentrum uitbaten, voor de werking, investeringen of personeel;
de gemeenten en verenigingen van gemeenten, vermeld in artikel 27, eerste lid, voor de kosten van selectieve ophaling of inzameling.

 

De subsidies worden steeds toegekend binnen de perken van de in de begroting opgenomen kredieten.


Art. 16.

In de bestekken van besturen van het Vlaamse Gewest en van lokale besturen worden bepalingen opgenomen om de aankoop te bevorderen van :


producten of diensten die, rekening houdend met de volledige levenscyclus, bijdragen aan het beter sluiten van materiaalkringlopen of een lagere milieu-impact hebben dan vergelijkbare alternatieven;

uit afvalstoffen teruggewonnen grondstoffen of producten die daaruit vervaardigd zijn.

 

De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.


Art. 17.

§ 1.

De OVAM coördineert de opmaak van preventieprogramma’s en hun eventuele herziening, en volgt de uitvoering ervan op. De Vlaamse Regering wijst de overheidsinstellingen aan die worden betrokken bij de opmaak en de uitvoering van de preventieprogramma’s.

 

Voor de opmaak en uitvoering van preventieprogramma’s worden overlegplatformen opgericht, overeenkomstig artikel 19.

 

§ 2.

De preventieprogramma’s bestaan minimaal uit maatregelen en initiatieven die worden genomen ter bevordering van de preventie van afvalstoffen, een efficiėnter en minder milieubelastend gebruik en verbruik van materialen via ecodesign en aangepaste productie- en consumptiepatronen, en een beter beheer van materiaalkringlopen overeenkomstig artikel 4. Ze zijn erop gericht de milieueffecten van materiaalkringlopen en in het bijzonder van de productie van afvalstoffen, los te koppelen van de economische groei. Voor zover dat noodzakelijk of raadzaam is, wordt bij het vaststellen van die maatregelen samengewerkt met omliggende landen of regio’s, lokale besturen of de federale overheid.

 

Aan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden in de preventieprogramma’s passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, streefcijfers of doelstellingen verbonden, aan de hand waarvan de voortgang en het effect van de maatregelen en hun bijdrage tot de doelstelling worden geėvalueerd.

 

§ 3.

De ontwerpen van preventieprogramma’s of de ontwerpen van wijziging van preventieprogramma’s worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten en bij de OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de OVAM.

 

§ 4.

Tegelijkertijd met hun bekendmaking worden de ontwerpen van preventieprogramma’s bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengt binnen een vervaltermijn van twee maanden na ontvangst van het ontwerp. Dit advies is niet bindend.

 

Tegelijk met de bezorging van de ontwerpen van preventieprogramma’s aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, worden deze ook overgemaakt aan het Vlaams Parlement.

 

§ 5.

De Vlaamse Regering stelt de preventieprogramma’s vast, rekening houdend met de gegeven adviezen en met de ingediende bezwaren of opmerkingen. Als de Vlaamse Regering de uitgebrachte adviezen niet volgt of niet aan de ingediende bezwaren of opmerkingen tegemoetkomt, hetzij geheel of gedeeltelijk, dan verantwoordt ze dat in een verslag dat wordt gevoegd bij de bekendmaking, vermeld in paragraaf 6.

 

§ 6.

De preventieprogramma’s worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze liggen ter inzage bij de OVAM, de provincies en de gemeenten en worden geplaatst op de website van de OVAM.

 

§ 7.

De preventieprogramma’s kunnen worden geļntegreerd in de uitvoeringsplannen voor het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, vermeld in artikel 18. In voorkomend geval zullen ze als duidelijk onderscheiden preventiemaatregelen worden aangegeven.

 

§ 8.

De preventieprogramma’s gelden voor de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest, de provincies, de gemeenten en de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake milieubeleid. De geldigheidsduur van de preventieprogramma’s wordt in ieder programma afzonderlijk bepaald. De preventieprogramma’s worden minstens eenmaal om de zes jaar geėvalueerd en zo nodig herzien.

 

§ 9.

Bepalingen van de preventieprogramma’s zijn bindend, behalve als uitdrukkelijk in die programma’s is aangegeven dat ze niet bindend zijn. In die gevallen zijn ze indicatief. Van de bindende bepalingen kan alleen worden afgeweken bij een beslissing van de Vlaamse Regering, als daarvoor gewichtige redenen zijn en met behoorlijke motivering. Bepalingen van preventieprogramma’s die strijdig zijn met een gewestelijk plan of programma van latere datum met verordenende of verbindende kracht, verliezen hun geldigheid.

 

§ 10.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de opmaak, vaststelling, opvolging en uitvoering van de preventieprogramma’s en de daarin opgenomen inspraak door belanghebbenden.


Art. 18.

§ 1.

De OVAM ontwerpt uitvoeringsplannen voor het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, ontwerpt hun eventuele herziening en volgt de uitvoering ervan op. Die plannen bestrijken, afzonderlijk of gezamenlijk, het hele geografische grondgebied van het Vlaamse Gewest.

 

Voor de opmaak van het ontwerp en de uitvoering van de uitvoeringsplannen worden overlegplatformen opgericht, overeenkomstig artikel 19.

 

§ 2.

In de uitvoeringsplannen worden de maatregelen opgenomen voor het tot stand brengen van een adequaat geļntegreerd netwerk van installaties voor de verwijdering van afval en van installaties voor de nuttige toepassing van gemengd stedelijk afval, ingezameld van particuliere huishoudens, ook als die inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, rekening houdend met de beste beschikbare technieken. Die maatregelen worden genomen met het oog op zelfvoorziening voor de verwijdering van afval en voor de nuttige toepassing van bovengenoemde afvalstromen en moeten het mogelijk maken om de respectieve afvalstromen te verwijderen of nuttig toe te passen in een van de meest nabijgelegen installaties die daarvoor geschikt is met behulp van de meeste geschikte methoden en technologieėn om een hoog niveau van bescherming van milieu en volksgezondheid te waarborgen. Voor zover dat noodzakelijk of raadzaam is, wordt bij het vaststellen van die maatregelen samengewerkt met omliggende landen of regio’s.

 

Tenzij in gevallen van overmacht, kan gemengd stedelijk afval dat volledig apart van afval van particuliere huishoudens wordt ingezameld, slechts worden uitgevoerd wanneer het in Vlaanderen werd ingezameld volgens de regels opgesteld door de Vlaamse Regering.

 

§ 3.

De uitvoeringsplannen kunnen een analyse bevatten van een of meer materiaalkringlopen en hun effecten op milieu en gezondheid, alsook een overzicht van maatregelen die moeten worden genomen in verschillende fasen van de levenscyclus om de milieu- en gezondheidseffecten van het gebruik en verbruik van de materialen in kwestie te verlagen, overeenkomstig de doelstellingen, vermeld in artikel 4.

 

§ 4.

De uitvoeringsplannen bevatten minimaal een analyse van de bestaande situatie in verband met afvalbeheer in het algemeen of voor een of meer categorieėn van afvalstoffen in het bijzonder, alsook de maatregelen die moeten worden genomen om voorbereiding voor hergebruik, recyclage, andere vormen van nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen milieuvriendelijker te maken, alsook een evaluatie van hoe het plan de uitvoering van de doelstellingen en de bepalingen van dit decreet zal ondersteunen.

 

§ 5.

De uitvoeringsplannen hebben als doel de samenhang te bevorderen van maatregelen die door verschillende actoren, betrokken bij het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, worden genomen.

 

§ 6.

In het bijzonder bevatten de uitvoeringsplannen ten minste de volgende elementen :

1°  soort, hoeveelheid en bron van de binnen het Vlaamse Gewest geproduceerde afvalstoffen en van de afvalstoffen

die naar verwachting vanuit of naar het Vlaamse Gewest zullen worden overgebracht, en een evaluatie van de

ontwikkeling van de afvalstromen in de toekomst;  

2°  bestaande regelingen voor afvalinzameling en grote verwijderingsinstallaties en installaties voor nuttige

toepassing, inclusief speciale regelingen voor afgewerkte oliėn, gevaarlijke afvalstoffen of afvalstromen waarvoor

specifieke communautaire wetgeving bestaat; 

3°  een beoordeling van de behoefte aan nieuwe inzamelingsregelingen, sluiting van bestaande afvalinstallaties,

extra afvalverwerkingsinstallaties, overeenkomstig paragraaf 2, en, indien nodig, de daarmee samenhangende

investeringen; 

4°  voldoende informatie over locatiecriteria voor de keuze van locaties, en capaciteit van toekomstige

verwijderingsinstallaties of belangrijke installaties voor nuttige toepassing, indien nodig;

algemeen afvalbeheerbeleid, inclusief geplande afvalbeheertechnologieėn en -methoden of beleid voor afval dat

specifieke beheersproblemen oplevert;

6°  passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, streefcijfers of doelstellingen, verbonden aan de

maatregelen, vermeld in paragraaf 2, aan de hand waarvan de voortgang en het effect van de maatregelen en hun

bijdrage tot de doelstelling, vermeld in artikel 4, wordt geėvalueerd.

 

§ 7.

De ontwerpen van uitvoeringsplannen of de ontwerpen van wijziging van de uitvoeringsplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten en bij de OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de OVAM.

 

§ 8.

Tegelijkertijd met hun bekendmaking worden de ontwerpen, vermeld in paragraaf 7, bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengt binnen een vervaltermijn van twee maanden na ontvangst van het ontwerp. Dit advies is niet bindend.

 

Tegelijk met de bezorging van de ontwerpen van uitvoeringsplannen of de ontwerpen van wijziging van uitvoeringsplannen aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, worden deze ook overgemaakt aan het Vlaams Parlement.

 

§ 9.

De Vlaamse Regering stelt de uitvoeringsplannen of wijzigingen daaraan vast, rekening houdend met de gegeven adviezen en met de ingediende bezwaren of opmerkingen. Als de Vlaamse Regering de uitgebrachte adviezen niet volgt of niet aan de ingediende bezwaren of opmerkingen tegemoetkomt, hetzij geheel of gedeeltelijk, dan verantwoordt ze dat in een verslag dat wordt gevoegd bij de bekendmaking, vermeld in paragraaf 10.

 

§ 10.

De uitvoeringsplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze liggen ter inzage bij de OVAM, de provincies en de gemeenten en worden geplaatst op de website van de OVAM.

 

§ 11.

De uitvoeringsplannen gelden voor de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest, de provincies, de gemeenten en de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake milieubeleid. De geldigheidsduur van de uitvoeringsplannen wordt in ieder plan afzonderlijk bepaald. De uitvoeringsplannen worden minstens eenmaal om de zes jaar geėvalueerd en zo nodig herzien.

 

§ 12.

Bepalingen van de uitvoeringsplannen zijn bindend, behalve als uitdrukkelijk in die plannen is aangegeven dat ze niet bindend zijn. In die gevallen zijn ze indicatief. Van de bindende bepalingen kan alleen worden afgeweken bij een beslissing van de Vlaamse Regering, als daarvoor gewichtige redenen zijn en met behoorlijke motivering. Bepalingen van de uitvoeringsplannen die strijdig zijn met een gewestelijk plan van latere datum met verordenende of verbindende kracht, verliezen hun geldigheid.

 

§ 13.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de opmaak, vaststelling, opvolging en uitvoering van de uitvoeringsplannen en de daarin voorziene inspraak door belanghebbenden.


Art. 19.

§ 1.

De Vlaamse Regering kan overlegplatformen oprichten die bestaan uit belanghebbende overheidsorganen, instellingen en privaatrechtelijke organisaties die betrokken zijn bij het beheer van een of meer categorieėn afvalstoffen of bij het beheer van een of meer materiaalkringlopen, alsook belanghebbenden uit het bredere maatschappelijke middenveld. De Vlaamse Regering wijst de betrokkenen aan. De OVAM kan bijkomend betrokkenen aanwijzen.

 

De overlegplatformen, vermeld in het eerste lid, hebben onder meer als doel :

1°  te komen tot afstemming van maatregelen, genomen door publieke en private actoren in verschillende fasen van

een of meer materiaalkringlopen met het oog op het bereiken van de doelstellingen, vermeld in artikel 4; 

2°  te komen tot uitwisseling van informatie tussen publieke en private actoren met betrekking tot het beheer van

materiaalkringlopen; 

de uitvoering van maatregelen op te volgen en te evalueren. 

 

§ 2.

Onder meer worden overlegplatformen opgericht in het kader van :

1°  het opstellen, opvolgen en evalueren van de preventieprogramma's, vermeld in artikel 17; 
2°  het rechtvaardigen van de afwijkingen op de hiėrarchie, vermeld in artikel 8; 
3°  het opstellen, opvolgen en evalueren van de milieubeleidsovereenkomsten, vermeld in artikel 20; 
4°  het opstellen, opvolgen en evalueren van de uitvoeringsplannen voor het beheer van materiaalkringlopen en

afvalstoffen, vermeld in artikel 18. 

 

§ 3.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de oprichting en werking van de overlegplatformen, vermeld in paragraaf 1.


Art. 20.

Om de doelstellingen, vermeld in artikel 4, te realiseren, kan de Vlaamse Regering milieubeleidsovereenkomsten sluiten overeenkomstig de decretale bepalingen die van toepassing zijn.


Art. 21.

§ 1.

Om preventie, hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassingen van afvalstoffen te stimuleren kan de Vlaamse Regering maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroepsmatig producten ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt of invoert (producent van het product), een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid draagt.

 

De maatregelen, vermeld in het eerste lid, kunnen bestaan uit het opleggen van regels en verplichtingen aan de natuurlijke personen en rechtspersonen, vermeld in het eerste lid, en hebben betrekking op :

1°  het volledig of gedeeltelijk verantwoordelijk stellen voor de organisatie van de inzameling van de afvalstoffen

die voortkomen uit producten die ze op de markt gebracht hebben; 

2°  het verplicht doen aanvaarden van die afvalstoffen; 
3°  het volledig of gedeeltelijk verantwoordelijk stellen voor het daaropvolgende beheer van die afvalstoffen; 
4°  het toewijzen van de financiėle verantwoordelijkheid voor de inzameling en verwerking van die afvalstoffen

overeenkomstig artikel 10; 

5° 

het verstrekken van openbaar beschikbare informatie over milieuverantwoord productgebruik en over de mate

waarin en de manier waarop het product herbruikbaar en recycleerbaar is. 

 

De maatregelen, vermeld in het eerste lid, kunnen ook maatregelen zijn die stimuleren om producten in die mate te ontwerpen dat de milieueffecten en de afvalproductie zowel bij de vervaardiging als bij het latere gebruik van de producten worden verminderd, en om ervoor te zorgen dat de producten die afval zijn geworden, nuttig worden toegepast en verwijderd als vermeld in artikel 4. Dergelijke maatregelen kunnen onder meer aanmoedigen tot het ontwikkelen, vervaardigen en in de handel brengen van producten die geschikt zijn voor meervoudig gebruik, die technisch duurzaam zijn en die, zodra ze afval zijn geworden, geschikt zijn voor een passende en veilige recyclage, voor andere nuttige toepassing en voor milieuverantwoorde verwijdering.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering wijst de producten of afvalstoffen aan waarvoor een vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geldt. Ze houdt daarbij rekening met de technische uitvoerbaarheid, de economische haalbaarheid en de effecten in hun totaliteit op het milieu, de volksgezondheid en de maatschappij, met inachtneming van de noodzaak een goede werking van de markt te garanderen.

 

§ 3.

De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt toegepast met behoud van de toepassing van de verantwoordelijkheid voor afvalbeheer, vermeld in artikel 12, § 3, en met behoud van de toepassing van de bestaande specifieke wetgeving inzake afvalstromen en producten.

 

§ 4.

De natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen voor de nakoming van de verplichtingen die hen door of krachtens dit artikel worden opgelegd, op eigen kosten een beroep doen op derden, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.

 

Voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is, naast eventuele andere inzamelkanalen, de samenwerking met de gemeenten verplicht. De Vlaamse Regering stelt in dat geval nadere regels vast voor het bepalen van een billijke vergoeding die de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in paragraaf 1, moeten betalen aan de gemeenten voor de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen die in de gemeentelijke inzamelkanalen terechtkomen.

 

De Vlaamse Regering kan van die verplichting tot samenwerking afwijken als andere inzamelingskanalen efficiėnter en effectiever zijn. Voor afvalstoffen waarvoor de samenwerking met de gemeenten niet verplicht is, zijn de gemeenten niet verplicht de afvalstoffen te aanvaarden via de gemeentelijke inzamelkanalen en hebben de gemeenten derhalve ook geen recht op de billijke vergoeding, vermeld in het tweede lid.