Art. 18.

§ 1.

De OVAM ontwerpt uitvoeringsplannen voor het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, ontwerpt hun eventuele herziening en volgt de uitvoering ervan op. Die plannen bestrijken, afzonderlijk of gezamenlijk, het hele geografische grondgebied van het Vlaamse Gewest.

 

Voor de opmaak van het ontwerp en de uitvoering van de uitvoeringsplannen worden overlegplatformen opgericht, overeenkomstig artikel 19.

 

§ 2.

In de uitvoeringsplannen worden de maatregelen opgenomen voor het tot stand brengen van een adequaat geļntegreerd netwerk van installaties voor de verwijdering van afval en van installaties voor de nuttige toepassing van gemengd stedelijk afval, ingezameld van particuliere huishoudens, ook als die inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, rekening houdend met de beste beschikbare technieken. Die maatregelen worden genomen met het oog op zelfvoorziening voor de verwijdering van afval en voor de nuttige toepassing van bovengenoemde afvalstromen en moeten het mogelijk maken om de respectieve afvalstromen te verwijderen of nuttig toe te passen in een van de meest nabijgelegen installaties die daarvoor geschikt is met behulp van de meeste geschikte methoden en technologieėn om een hoog niveau van bescherming van milieu en volksgezondheid te waarborgen. Voor zover dat noodzakelijk of raadzaam is, wordt bij het vaststellen van die maatregelen samengewerkt met omliggende landen of regio’s.

 

Tenzij in gevallen van overmacht, kan gemengd stedelijk afval dat volledig apart van afval van particuliere huishoudens wordt ingezameld, slechts worden uitgevoerd wanneer het in Vlaanderen werd ingezameld volgens de regels opgesteld door de Vlaamse Regering.

 

§ 3.

De uitvoeringsplannen kunnen een analyse bevatten van een of meer materiaalkringlopen en hun effecten op milieu en gezondheid, alsook een overzicht van maatregelen die moeten worden genomen in verschillende fasen van de levenscyclus om de milieu- en gezondheidseffecten van het gebruik en verbruik van de materialen in kwestie te verlagen, overeenkomstig de doelstellingen, vermeld in artikel 4.

 

§ 4.

De uitvoeringsplannen bevatten minimaal een analyse van de bestaande situatie in verband met afvalbeheer in het algemeen of voor een of meer categorieėn van afvalstoffen in het bijzonder, alsook de maatregelen die moeten worden genomen om voorbereiding voor hergebruik, recyclage, andere vormen van nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen milieuvriendelijker te maken, alsook een evaluatie van hoe het plan de uitvoering van de doelstellingen en de bepalingen van dit decreet zal ondersteunen.

 

§ 5.

De uitvoeringsplannen hebben als doel de samenhang te bevorderen van maatregelen die door verschillende actoren, betrokken bij het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, worden genomen.

 

§ 6.

In het bijzonder bevatten de uitvoeringsplannen ten minste de volgende elementen :

1°  soort, hoeveelheid en bron van de binnen het Vlaamse Gewest geproduceerde afvalstoffen en van de afvalstoffen

die naar verwachting vanuit of naar het Vlaamse Gewest zullen worden overgebracht, en een evaluatie van de

ontwikkeling van de afvalstromen in de toekomst;  

2°  bestaande regelingen voor afvalinzameling en grote verwijderingsinstallaties en installaties voor nuttige

toepassing, inclusief speciale regelingen voor afgewerkte oliėn, gevaarlijke afvalstoffen of afvalstromen waarvoor

specifieke communautaire wetgeving bestaat; 

3°  een beoordeling van de behoefte aan nieuwe inzamelingsregelingen, sluiting van bestaande afvalinstallaties,

extra afvalverwerkingsinstallaties, overeenkomstig paragraaf 2, en, indien nodig, de daarmee samenhangende

investeringen; 

4°  voldoende informatie over locatiecriteria voor de keuze van locaties, en capaciteit van toekomstige

verwijderingsinstallaties of belangrijke installaties voor nuttige toepassing, indien nodig;

algemeen afvalbeheerbeleid, inclusief geplande afvalbeheertechnologieėn en -methoden of beleid voor afval dat

specifieke beheersproblemen oplevert;

6°  passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, streefcijfers of doelstellingen, verbonden aan de

maatregelen, vermeld in paragraaf 2, aan de hand waarvan de voortgang en het effect van de maatregelen en hun

bijdrage tot de doelstelling, vermeld in artikel 4, wordt geėvalueerd.

 

§ 7.

De ontwerpen van uitvoeringsplannen of de ontwerpen van wijziging van de uitvoeringsplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten en bij de OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de OVAM.

 

§ 8.

Tegelijkertijd met hun bekendmaking worden de ontwerpen, vermeld in paragraaf 7, bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengt binnen een vervaltermijn van twee maanden na ontvangst van het ontwerp. Dit advies is niet bindend.

 

Tegelijk met de bezorging van de ontwerpen van uitvoeringsplannen of de ontwerpen van wijziging van uitvoeringsplannen aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, worden deze ook overgemaakt aan het Vlaams Parlement.

 

§ 9.

De Vlaamse Regering stelt de uitvoeringsplannen of wijzigingen daaraan vast, rekening houdend met de gegeven adviezen en met de ingediende bezwaren of opmerkingen. Als de Vlaamse Regering de uitgebrachte adviezen niet volgt of niet aan de ingediende bezwaren of opmerkingen tegemoetkomt, hetzij geheel of gedeeltelijk, dan verantwoordt ze dat in een verslag dat wordt gevoegd bij de bekendmaking, vermeld in paragraaf 10.

 

§ 10.

De uitvoeringsplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze liggen ter inzage bij de OVAM, de provincies en de gemeenten en worden geplaatst op de website van de OVAM.

 

§ 11.

De uitvoeringsplannen gelden voor de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest, de provincies, de gemeenten en de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake milieubeleid. De geldigheidsduur van de uitvoeringsplannen wordt in ieder plan afzonderlijk bepaald. De uitvoeringsplannen worden minstens eenmaal om de zes jaar geėvalueerd en zo nodig herzien.

 

§ 12.

Bepalingen van de uitvoeringsplannen zijn bindend, behalve als uitdrukkelijk in die plannen is aangegeven dat ze niet bindend zijn. In die gevallen zijn ze indicatief. Van de bindende bepalingen kan alleen worden afgeweken bij een beslissing van de Vlaamse Regering, als daarvoor gewichtige redenen zijn en met behoorlijke motivering. Bepalingen van de uitvoeringsplannen die strijdig zijn met een gewestelijk plan van latere datum met verordenende of verbindende kracht, verliezen hun geldigheid.

 

§ 13.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de opmaak, vaststelling, opvolging en uitvoering van de uitvoeringsplannen en de daarin voorziene inspraak door belanghebbenden.