Art. 25.

1.

Houders van bedrijfsafvalstoffen en afvalstoffenmakelaars en -handelaars moeten de afvalstoffen nuttig toepassen of verwijderen :

1 binnen de onderneming waarin de afvalstoffen zijn ontstaan of worden behandeld, in overeenstemming met de

omgevingsvergunning, vermeld in artikel 11, of met de andere toepasselijke wettelijke, decretale of reglementaire

voorschriften;

2 door afgifte aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die overeenkomstig artikel 11 houder is van een

vergunning voor de verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstoffen, of die voldaan heeft aan de meldingsplicht,

of die een geregistreerde afvalstoffenhandelaar of -makelaar is als vermeld in artikel 13;

3 door afgifte aan een in een ander gewest of land gevestigde natuurlijk persoon of rechtspersoon die

overeenkomstig de daar geldende wetgeving de afvalstoffen :

a) mag verwijderen als er geen merkelijk dichterbij gelegen, vergunde verwijderingsinrichting is die de afvalstoffen

op een verantwoorde wijze kan verwijderen onder vergelijkbare voorwaarden;

b) nuttig mag toepassen.

2.

Iedere afgifte van bedrijfsafvalstoffen als vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, gebeurt tegen de ontvangst van een afgiftebewijs, al dan niet in elektronische vorm. Met behoud van de toepassing van artikel 23 moeten de houders van bedrijfsafvalstoffen dat afgiftebewijs op elk moment kunnen voorleggen tot minstens vijf jaar na de datum van de afgifte van de afvalstoffen.

3.

Het afgiftebewijs vermeldt :

1 datum van afgifte;
2 naam en woonplaats van de producent of de inrichting waarvan de afvalstoffen in ontvangst worden genomen;
3 naam en woonplaats van de natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, aan wie de

afvalstoffen worden afgegeven;

4 aard, herkomst, samenstelling en hoeveelheid van de afgegeven afvalstoffen;
5 beoogde wijze van verwerking.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor het afgiftebewijs, vermeld in paragraaf 2 en 3.