Afdeling 3.
Huishoudelijke afvalstoffen


Art. 26.

Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, zorg voor dat de huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk worden voorkomen of hergebruikt, op regelmatige tijdstippen worden opgehaald of op een andere wijze worden ingezameld, en nuttig worden toegepast of verwijderd, overeenkomstig artikel 11, 12 en 13, ß 2.

De gemeenten verhalen, overeenkomstig artikel 10, de kosten van het beheer van huishoudelijk afval op de afvalproducenten. De gemeente kan haar verzelfstandigde entiteiten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden ertoe machtigen die kosten te innen, ook als ze in de vorm van belastingen en retributies worden verhaald. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de wijze waarop de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijke afvalstoffen berekenen.

Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit decreet worden de ophaling en inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij gemeentelijk reglement geregeld.

De prestaties van elke persoon die nodig zijn voor de normale werking van de diensten die met het ophalen van de huishoudelijke afvalstoffen zijn belast, alsook het nodige materiaal daarvoor, mogen door de burgemeester, de arrondissementscommissaris en de gouverneur worden opgeŽist.


Art. 27.

De gemeenten en verenigingen van gemeenten kunnen met de OVAM overeenkomsten sluiten om de organisatie van de selectieve ophaling of inzameling van huishoudelijke afvalstoffen te bevorderen of te begeleiden.

De provincies kunnen, binnen het kader van het Vlaamse afvalstoffenbeleid, ondersteunende initiatieven en acties aanbieden die gericht zijn op concrete realisaties op het terrein.


Art. 28.

Als een gemeente of een provincie of hun samenwerkingsverbanden de verplichtingen opgelegd door of krachtens artikel 26, eerste lid, of door de programma’s en plannen, vermeld in artikel 17 en 18, niet nakomen binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn en daardoor het algemeen belang schaden, kan de Vlaamse Regering, na ingebrekestelling bij een met redenen omkleed besluit, in de plaats treden van de gemeente of de provincie of hun samenwerkingsverbanden in kwestie voor de uitvoering van alle maatregelen die nodig zijn om de voormelde verplichtingen na te komen. Het Vlaamse Gewest kan de kosten van de vermelde maatregelen verhalen op de gemeente of de provincie of hun samenwerkingsverbanden.

Zowel bij de coŲrdinatie als bij de organisatie hebben de gemeenten, de provincies en hun samenwerkingsverbanden de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die beroepsprocedure.