HOOFDSTUK 4.
Afbakening van de afvalfase


Art. 34. De afvalfase van een materiaal neemt een aanvang als aan de definitie van afvalstof is voldaan.

Art. 35. De Vlaamse Regering stelt een lijst van afvalstoffen op, overeenkomstig de geldende Europese voorschriften, waarin wordt opgesomd welke code wordt toegekend aan afvalstoffen, welke afvalstoffen als gevaarlijk moeten worden aangemerkt en welke analysemethoden eventueel van toepassing zijn om uit te maken of een stof voldoet aan de omschrijving die is gegeven aan een in de lijst opgenomen afvalstof.

Art. 36.

Sommige specifieke afvalstoffen zijn niet langer afvalstoffen als ze een behandeling voor nuttige toepassing, waaronder recyclage, hebben ondergaan, en als ze voldoen aan specifieke criteria die opgesteld moeten worden onder de volgende voorwaarden :

1de stof of het voorwerp wordt gebruikelijk toegepast voor specifieke doelen;
2er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp;
3de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen;
4het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.

Die criteria moeten worden uitgewerkt overeenkomstig artikel 39 en 40.


Art. 37.

Een stof die of een voorwerp dat het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats bedoeld is voor de productie van die stof of dat voorwerp, kan alleen als een bijproduct en niet als een afvalstof worden aangemerkt, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden :

1het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt;
2de stof of het voorwerp kan rechtstreeks worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is;
3de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces;
4verder gebruik is rechtmatig, met andere woorden de stof of het voorwerp voldoet aan alle voorschriften voor producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en zal niet leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.


Art. 38.

Uitgegraven bodem wordt niet beschouwd als een afvalstof indien gebruikt overeenkomstig de voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem, vermeld in het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en de uitvoeringsbesluiten ervan.


Art. 39.

1.

De Vlaamse Regering wijst indien nodig, overeenkomstig Europese voorschriften, de materialen aan en legt specifieke criteria op om aan te geven of het betreffende materiaal kan worden beschouwd als een bijproduct of als een materiaal dat de einde-afvalfase heeft bereikt.

2.

Als er voor een specifiek materiaal geen Europese criteria zijn vastgelegd, kan de Vlaamse Regering voor dat materiaal specifieke criteria uitwerken die moeten garanderen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 36 en 37, zijn vervuld.

De criteria, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op de herkomst van het materiaal, de manier waarop het is ingezameld, geproduceerd of verwerkt, de aard en samenstelling van het materiaal, grenswaarden voor verontreinigende stoffen, het toegelaten gebruiksgebied, de toegelaten wijze van aanwending en de aanwezigheid van een kwaliteitsborgingssysteem dat waakt over input, procesvoering en eindkwaliteit.

Bij de evaluatie van de over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu en de menselijke gezondheid, vermeld in artikel 36, 4, en artikel 37, 4, wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 4, 3.

3.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop materialen worden aangewezen, en voor de wijze waarop daarvoor criteria worden uitgewerkt, overeenkomstig paragraaf 1 en 2.

4.

Afvalstoffen die overeenkomstig de criteria, vermeld in paragraaf 1 en 2, niet langer als afvalstoffen gelden, gelden ook als gerecycleerd of nuttig toegepast in het kader van het halen van eventuele doelstellingen voor recyclage of nuttige toepassing.


Art. 40.

De Vlaamse Regering kan eisen dat een grondstofverklaring wordt afgeleverd die aantoont dat aan de voorwaarden en criteria, vermeld in artikel 36, 37 en 39, is voldaan.

De OVAM beslist over de aanvragen voor het afleveren van een grondstofverklaring. Tegen de beslissingen van de OVAM over het afleveren van een grondstofverklaring kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure voor het afleveren van een grondstofverklaring, de behandeling van de beroepen en de voorwaarden van een grondstofverklaring.