Art. 39.

1.

De Vlaamse Regering wijst indien nodig, overeenkomstig Europese voorschriften, de materialen aan en legt specifieke criteria op om aan te geven of het betreffende materiaal kan worden beschouwd als een bijproduct of als een materiaal dat de einde-afvalfase heeft bereikt.

2.

Als er voor een specifiek materiaal geen Europese criteria zijn vastgelegd, kan de Vlaamse Regering voor dat materiaal specifieke criteria uitwerken die moeten garanderen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 36 en 37, zijn vervuld.

De criteria, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op de herkomst van het materiaal, de manier waarop het is ingezameld, geproduceerd of verwerkt, de aard en samenstelling van het materiaal, grenswaarden voor verontreinigende stoffen, het toegelaten gebruiksgebied, de toegelaten wijze van aanwending en de aanwezigheid van een kwaliteitsborgingssysteem dat waakt over input, procesvoering en eindkwaliteit.

Bij de evaluatie van de over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu en de menselijke gezondheid, vermeld in artikel 36, 4, en artikel 37, 4, wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 4, 3.

3.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop materialen worden aangewezen, en voor de wijze waarop daarvoor criteria worden uitgewerkt, overeenkomstig paragraaf 1 en 2.

4.

Afvalstoffen die overeenkomstig de criteria, vermeld in paragraaf 1 en 2, niet langer als afvalstoffen gelden, gelden ook als gerecycleerd of nuttig toegepast in het kader van het halen van eventuele doelstellingen voor recyclage of nuttige toepassing.