Art. 40.

§1.

De Vlaamse Regering kan eisen dat een grondstofverklaring wordt afgeleverd die aantoont dat aan de voorwaarden en criteria, vermeld in artikel 36, 37 en 39, is voldaan.

 

De OVAM beslist over de aanvragen voor het afleveren van een grondstofverklaring. Tegen de beslissingen van de OVAM over het afleveren van een grondstofverklaring kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure voor het afleveren van een grondstofverklaring, de behandeling van de beroepen en de voorwaarden van een grondstofverklaring.

§2. Voor materialen waarvoor geen specifieke criteria bestaan en die niet bestemd zijn om te worden ingezet als brandstof, kan de houder een zelfbeoordeling uitvoeren op basis van de voorwaarden, vermeld in artikel 36 of 37. De Vlaamse Regering kan regels uitwerken waarmee de houder kan verifiėren of een bepaald materiaal niet of niet meer als een afvalstof moet worden beschouwd.

§3.

Een natuurlijke of rechtspersoon die voor de eerste keer een materiaal gebruikt dat niet langer een afvalstof is en niet in de handel is gebracht, of een materiaal voor het eerst sinds het niet langer een afvalstof is, in de handel brengt, ziet erop toe dat het materiaal voldoet aan de vereisten in kwestie, vermeld in de wetgeving over de chemische stoffen en producten.

 

Aan de voorwaarden, vermeld in artikel 36 of 37, is voldaan voordat de wetgeving over de chemische stoffen en producten van toepassing is op het materiaal dat niet of niet meer als een afvalstof moet worden beschouwd.