Art. 4bis.

§ 1.

Teneinde de elektriciteitsbevoorradingszekerheid te verzekeren alsook de veiligheid van het net, moet de [...] definitieve of tijdelijke buitenwerkingstelling van een installatie voor elektriciteitsproductie, of de definitieve of tijdelijke structurele vermindering met 5MW of meer van de geļnstalleerde capaciteit  worden gemeld aan de minister, aan de Algemene Directie Energie, aan de commissie en aan de netbeheerder uiterlijk op 31 juli van het jaar vóór de ingangsdatum van de buitenwerkingstelling of van de structurele vermindering van de geļnstalleerde capaciteit.


Een tijdelijke buitenwerkingstelling of de tijdelijke structurele vermindering met 5 MW of meer van de geļnstalleerde capaciteit kan slechts na 31 maart van het jaar volgend op de mededeling bedoeld in het eerste lid, plaatsvinden.

 

Een definitieve buitenwerkingstelling of definitieve structurele vermindering met 5 MW of meer van de geļnstalleerde capaciteit kan slechts na 31 oktober van het jaar volgend op de mededeling bedoeld in het eerste lid, plaatsvinden. De definitieve buitenwerkingstelling heeft van rechtswege tot gevolg dat de betrokken installatie voor de productie van elektriciteit buiten de markt geplaatst wordt hetgeen de onmogelijkheid met zich meebrengt om elektriciteit te produceren, vanaf die datum onverminderd de levering van strategische reserve, overeenkomstig hoofdstuk IIbis en onverminderd de levering, in voorkomend geval, van de black-start-dienst, in laatste instantie.

 

De termijnen van buitenwerkingstelling en structurele vermindering bedoeld in het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de buitenwerkingstelling of structurele vermindering wordt opgelegd om veiligheidsredenen, om te voldoen aan milieunormen, of om de contractuele verbintenissen inzake warmtekrachtkoppeling ten aanzien van derden te eerbiedigen, voor dewelke de termijnen desgevallend korter kunnen zijn.

 

Een mededeling van buitenwerkingstelling of van structurele vermindering met 5 MW of meer van de geļnstalleerde capaciteit, is vereist voor elke installatie voor elektriciteitsproductie met een geļnstalleerde capaciteit groter dan of gelijk aan 5 MW, ongeacht of die een voorafgaande individuele vergunning overeenkomstig artikel 4 al dan niet heeft gekregen.

 

§ 1bis.

De exploitant van een productie-installatie kan geen afstand doen van een aangekondigde of effectieve definitieve buitenwerkingstelling of van een aangekondigde of effectieve definitieve structurele vermindering met 5 MW of meer van haar geļnstalleerde capaciteit.

 

De verzaking aan een aangekondigde of effectieve tijdelijke buitenwerkingstelling of structurele vermindering met 5 MW of meer van de geļnstalleerde capaciteit wordt meegedeeld door de exploitant aan de minister, de Algemene Directie Energie, aan de commissie en aan de netbeheerder. Onverminderd het derde en vierde lid en de werkingsregels van de strategische reserve bedoeld in artikel 7septies, kan deze mededeling op ieder tijdstip worden verricht; zij heeft de nietigheid van de in paragraaf 1 bedoelde mededeling tot gevolg.
 

Indien de mededeling bedoeld in het tweede lid wordt gedaan in de periode tussen 1 november tot en met 1 juli, dan heeft deze mededeling uitwerking tien werkdagen volgend op de mededeling, behalve indien de betreffende productie-installatie op het moment van de mededeling deel uitmaakt van de strategische reserve; in dit laatste geval heeft deze mededeling uitwerking vanaf 1 november volgend op de winterperiode waarvoor de deelname aan de strategische reserve gecontracteerd werd.

 

Indien de mededeling bedoeld in het tweede lid wordt gedaan in deperiode tussen 2 juli tot en met 31 oktober, dan heeft deze mededeling uitwerking vanaf 1 april volgend op voornoemde periode, behalve indien de betreffende productie-installatie deel uitmaakt van de strategische reserve voor de volgende winterperiode; in dit laatste geval dan heeft deze mededeling uitwerking vanaf 1 november volgend op de winterperiode waarvoor de deelname aan de strategische reserve gecontracteerd werd.

 

§ 2.

Na advies van de commissie en van de netbeheerder kan de Koning de mededelingsprocedure bedoeld in de paragrafen 1 en 1bis, vaststellen, met name wat de vorm en de modaliteiten van de mededeling betreft evenals de voorwaarden voor de terugkeer in de markt in geval van tijdelijke buitenwerkingstelling of van tijdelijke structurele capaciteitsvermindering van de productie-installatie.

 

De Algemene Directie Energie publiceert op de website van FOD Economie, K.M.O, Middenstand en Energie een tabel met de ontvangen mededelingen met toepassing van de paragrafen 1 en 1bis, die de totale volumes van de betrokken capaciteiten bevat. 

 

§ 3.

Onverminderd de maatregelen voor milieu- en veiligheidsredenen en de contractuele verbintenissen inzake warmtekrachtkoppeling ten aanzien van derden te eerbiedigen, mag geen enkele definitieve of tijdelijke buitenwerkingstelling, of structurele vermindering met 5 MW of meer van de geļnstalleerde capaciteit, plaats vinden tijdens de winterperiode.

 

§ 4.

De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de eenheden bedoeld in de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriėle elektriciteitsproductie.