Verordening Commissie lekkage van stationaire brandbeveiligingssystemen met gefluoreerde broeikasgassen
Verordening 1497/2007/EG van 18 december 2007 van de Commissie tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) Nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire brandbeveiligingssystemen die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevatten

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr.†842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17†mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen, en met name op artikel†3, lid†7,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
In het geval van brandbeveiligingssystemen die meerdere onderling verbonden reservoirs omvatten en die met het oog op een specifiek brandrisico in een welomschreven ruimte zijn geÔnstalleerd, dient de vulling met gefluoreerde broeikasgassen te worden berekend op basis van de totale vulling van die reservoirs, teneinde te garanderen dat de frequentie van de controles op de reŽle vulling met gefluoreerde broeikasgassen is afgestemd.
(2)
Krachtens Verordening (EG) nr.†842/2006 dienen de registers van brandbeveiligingssystemen bepaalde informatie te bevatten. Om een doeltreffende uitvoering van Verordening (EG) nr.†842/2006 te garanderen, is het dienstig te bepalen dat in de registers van deze systemen aanvullende informatie wordt opgenomen.
(3)
In de registers van deze systemen dient informatie over de vulling met gefluoreerd broeikasgas te worden opgenomen. Indien niet bekend is hoeveel de vulling met gefluoreerd broeikasgas bedraagt, dient de exploitant van het brandbeveiligingssysteem in kwestie ervoor te zorgen dat die vulling door een gekwalificeerd persoon wordt bepaald zodat de controle op lekkage wordt vergemakkelijkt.
(4)
Alvorens de controle op lekkage plaatsvindt, dient een gekwalificeerd persoon de in het register van het systeem opgenomen informatie zorgvuldig door te nemen om eventuele problemen die zich eerder hebben voorgedaan vast te stellen en de voorgaande verslagen te raadplegen.
(5)
Teneinde een efficiŽnt toezicht op lekkage te garanderen, dienen de controles op lekkage te worden toegespitst op de onderdelen van het brandbeveiligingssysteem waar lekken het waarschijnlijkst zijn.
(6)
Als er een vermoeden van lekkage bestaat, dient een controle plaats te vinden om het lek op te sporen en te repareren.
(7)
Bij een onjuiste installatie van nieuwe systemen bestaat een aanzienlijk risico op lekkage. Daarom dienen pas geÔnstalleerde systemen onmiddellijk nadat zij in bedrijf zijn genomen, op lekkage te worden gecontroleerd.
(8)
Teneinde de deugdelijkheid van de reparaties aan het systeem te garanderen, dient bij de vervolgcontrole waarin Verordening (EG) nr.†842/2006 voorziet, de aandacht te worden toegespitst op de onderdelen van het systeem waar de lekkage was vastgesteld en op de naburige onderdelen.
(9)
De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel†18, lid†1, van Verordening (EG) nr.†2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte comitť,
(...)

Artikel 1. Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening voorziet, overeenkomstig Verordening (EG) nr.†842/2006, in de basisvoorschriften inzake controle op lekkage voor in bedrijf of tijdelijk buiten bedrijf zijnde stationaire systemen bestaande uit een of meer onderling verbonden reservoirs, met inbegrip van de bijbehorende onderdelen, die met het oog op een specifiek brandrisico in een welomschreven ruimte zijn geÔnstalleerd, hierna “brandbeveiligingssystemen” genoemd.
Deze verordening is van toepassing op brandbeveiligingssystemen die 3†kg of meer gefluoreerde broeikasgassen bevatten.

Art. 2. Systeemregister

1.
De exploitant vermeldt zijn naam, postadres en telefoonnummer in het in artikel†3, lid†6, van Verordening (EG) nr.†842/2006 bedoelde register, hierna “systeemregister” genoemd.
2.
De vulling met gefluoreerd broeikasgas van een brandbeveiligingssysteem wordt vermeld in het systeemregister.
3.
Als de vulling met gefluoreerd broeikasgas van een brandbeveiligingssysteem niet in de technische specificaties van de fabrikant of op het etiket van dat systeem is vermeld, zorgt de exploitant ervoor dat deze door een gekwalificeerd persoon wordt bepaald.

Art. 3. Raadpleging van het systeemregister

1.
Alvorens de controle op lekkage plaatsvindt, raadpleegt een gekwalificeerd persoon het systeemregister.
2.
Er wordt speciale aandacht besteed aan informatie betreffende eventuele recurrente problemen of probleemgebieden.

Art. 4. Visuele en manuele controles

1.
Met het oog op het opsporen van beschadigingen en sporen van lekkage voert een gekwalificeerd persoon een visuele controle uit van bedieningsinrichtingen, reservoirs, onderdelen en verbindingen die onder druk staan.
2.
Elk vermoeden van lekkage van gefluoreerde broeikasgassen uit het brandbeveiligingssysteem geeft aanleiding tot een controle door een gekwalificeerd persoon.
3.
Er bestaat een vermoeden van lekkage wanneer zich een of meer van de volgende situaties voordoen:
a)
een permanent lekkagedetectiesysteem geeft aan dat er lekkage optreedt;
b)
in een reservoir wordt een temperatuurgecorrigeerd drukverlies van meer dan 10†% vastgesteld;
c)
in een reservoir wordt een blusmiddelverlies van meer dan 5†% vastgesteld;
d)
er zijn andere symptomen van vullingverlies.
4.
Manometers en massabewakingstoestellen worden om de 12†maanden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat ze correct functioneren.

Art. 5. Reparatie van lekken

1.
De exploitant ziet erop toe dat reparaties en vervangingen worden uitgevoerd door een voor die specifieke activiteiten gekwalificeerde persoon.
2.
De exploitant ziet erop toe dat vůůr het hervullen een lektest wordt uitgevoerd.

Art. 6. Vervolgcontrole

Bij de uitvoering van de in artikel†3, lid†2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr.†842/2006 bedoelde vervolgcontrole besteedt een gekwalificeerd persoon speciale aandacht aan de plaatsen waar lekken zijn vastgesteld en gerepareerd, alsook aan naburige onderdelen ingeval die tijdens de reparatie zijn belast.

Art. 7. Eisen betreffende pas in gebruik genomen systemen

Pas geÔnstalleerde systemen dienen onmiddellijk nadat zij in bedrijf zijn genomen, op lekkage te worden gecontroleerd.

Art. 8. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.