Afdeling 2.2.
Algemene bepalingen


Art. 2.2.1. Beoogde grondstoffen mogen alleen als grondstoffen worden beschouwd als ze bij oordeelkundig gebruik geen gevaar voor de gezondheid van de mens en geen nadelige gevolgen voor het milieu kunnen inhouden.

Art. 2.2.2.

De specifieke criteria die minimaal vervuld moeten zijn opdat een bepaald materiaal kan worden beschouwd als een grondstof, bestemd voor een bepaald toepassingsgebied, worden, waar nodig, vastgesteld in afdeling 2.3. Elk materiaal afzonderlijk moet aan die criteria voldoen.

 

Als een materiaal niet voldoet aan de specifieke criteria vastgesteld in afdeling 2.3 kan ze slechts toegelaten worden, mits er vanuit milieuoogpunt valabele argumenten zijn en hiervoor een grondstofverklaring wordt bekomen.

 

Materialen voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, hoeven niet afzonderlijk te voldoen aan de criteria, vermeld in het eerste lid.


Art. 2.2.3.

In de lijst met materialen, vermeld in bijlage 2.2, is aangegeven voor welke materialen een grondstofverklaring vereist is. Om een grondstofverklaring te verkrijgen, moet worden voldaan aan de toepasselijke criteria, vermeld in afdeling 2.3.

 

Beoogde grondstoffen die bestemd zijn voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel, voor gebruik als bouwstof, [...] of voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, en die niet vermeld worden in bijlage 2.2, kunnen pas als grondstof worden beschouwd als alle toepasselijke criteria, vermeld in afdeling 2.3, zijn vervuld en de OVAM een toelating heeft gegeven in de vorm van een grondstofverklaring.

 

Het gebruik van een grondstof als bodem is niet toegelaten.

 

[...]


Art. 2.2.4. Materialen kunnen beschouwd worden als grondstoffen die bestemd zijn voor gebruik in bodemsaneringswerken of voor risicobeheersmaatregelen, als ze voldoen aan de voorwaarden van samenstelling of gebruik, vastgesteld in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject, het beperkte bodemsaneringsproject of het risicobeheersplan, afgeleverd door de OVAM conform de bepalingen van het Bodemdecreet.

Art. 2.2.5.

Als de OVAM voor andere materialen dan de materialen, vermeld in artikel 2.2.3, een grondstofverklaring aflevert, houdt ze bij de beoordeling in elk geval rekening met de elementen, vermeld in afdeling 2.4.


Art. 2.2.6.

Een grondstofverklaring wordt alleen afgeleverd voor een specifiek materiaal dat wordt geproduceerd door een specifieke producent of dat voortkomt uit een specifiek productieproces, en waarvoor een specifieke toepassing wordt beoogd.

 

De grondstofverklaringen worden afgeleverd volgens de procedure, vermeld in afdeling 2.4.


Art. 2.2.7.

§ 1.

In afwijking van deze afdeling, afdeling 2.3 en afdeling 2.4 zal, als dat van toepassing is, bij de beoordeling van een materiaal dat als grondstof en niet als afvalstof kan worden beschouwd, rekening worden gehouden met de Europees vastgestelde voorwaarden of criteria.

 

Er is geen grondstofverklaring vereist als er voor materialen die als beoogde grondstoffen op de markt worden gebracht, rechtstreeks toepasselijke Europees vastgestelde voorwaarden en criteria gelden.

 

§ 2.

De inrichting of onderneming die voldoet aan rechtstreeks toepasselijke Europees vastgestelde voorwaarden of criteria ten aanzien van grondstoffen, en die ze op de markt wil brengen, moet zijn opgenomen in een register.  De minister stelt nadere regels vast voor de vorm en de inhoud van het register en voor de registratieprocedure.

 

Op eenvoudig verzoek van de OVAM of de toezichthouder moet de betreffende inrichting of onderneming de conformiteit met de Europese eisen kunnen aantonen. Niet-conformiteit kan aanleiding geven tot schrapping uit het register. De minister kan vaststellen welke informatie beschikbaar moet zijn om de conformiteit te kunnen aantonen en stelt nadere regels vast voor de schrapping uit het register.

 

In uitvoering van Europees vastgestelde voorwaarden en criteria, kan de minister de persoon aanwijzen die als onafhankelijke expert ter verificatie van een Europees opgelegd kwaliteitsborgingssysteem mag optreden.


Art. 2.2.8.

§ 1.

De grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, vermeld in artikel 2.4.2.1, is ervoor verantwoordelijk dat de verplichtingen, vermeld in dit hoofdstuk, nageleefd worden. Hij brengt elke afnemer van de grondstof op de hoogte van de gebruiksvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 5.3, en van de specifieke criteria, vermeld in afdeling 2.3 van dit hoofdstuk.


Het is de verantwoordelijkheid van de grondstoffenproducent of de persoon die in zijn naam optreedt, om de toezichthouder binnen zeven kalenderdagen op de hoogte te brengen, als hij over informatie beschikt waaruit kan worden besloten dat een partij materialen niet meer aan de bepalingen, vermeld in dit hoofdstuk, voldoet. In dat geval wordt die partij materialen beschouwd als afvalstof.

 

§ 2.

De materialen, vermeld in artikel 2.2.3 die worden beschouwd als grondstoffen, worden minstens eenmaal per jaar bemonsterd en geanalyseerd, tenzij anders bepaald in de grondstofverklaring, door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen als vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL van 19 november 2010.

Het monster moet representatief zijn voor de productie in een bepaald tijdsinterval. De conformiteit met de geldende criteria moet worden verzekerd op basis van een representatieve bemonstering en analyse. Afhankelijk van de herkomst, de verontreinigingsgraad en aanwending kan de grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt in overleg met de OVAM de parameterlijst, vermeld in bijlage 2.3.1 en 2.3.2, beperken.

 

§ 3.

De analysegegevens worden bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige uitwisseling tussen de OVAM en de voormelde persoon. De minister bepaalt de technische specificaties waaraan de analysegegevens moeten voldoen, en de technische specificaties in verband met de uitwisseling van gegevens op verzoek van de OVAM worden opgenomen in een standaardprocedure.


Houders van een grondstofverklaring bezorgen deze analysegegevens jaarlijks op elektronische wijze aan de OVAM. Voor die elektronische overdracht stelt de OVAM een webloket voor grondstofverklaringen ter beschikking via de website van de OVAM. De analyses die de conformiteit met het ministerieel besluit overeenkomstig onderafdeling 2.3.6 aantonen, moeten eveneens door de producent jaarlijks op elektronische wijze aan de OVAM bezorgd worden.

 

De analysegegevens die niet moeten gerapporteerd worden overeenkomstig de bepalingen opgenomen in het tweede lid van deze paragraaf moeten door de persoon, vermeld in paragraaf 1, gedurende vijf jaar ter beschikking gehouden worden van de toezichthouder en de OVAM.