Onderafdeling 2.3.1.
Criteria voor grondstoffen, bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel


Art. 2.3.1.1.

Om de materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 1, te beschouwen als grondstoffen, bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel, moeten de voorwaarden van samenstelling, namelijk de maximale gehalten aan verontreinigende stoffen vervuld zijn. De samenstellingsvoorwaarden voor grondstoffen die 2 % of meer dan 2 % droge stof bevatten, zijn vermeld in bijlage 2.3.1.A. De samenstellingsvoorwaarden voor grondstoffen die minder dan 2 % droge stof bevatten, zijn vermeld in bijlage 2.3.1.B.


Art. 2.3.1.2.

De behandeling, bemonstering en analyse van behandeld zuiveringsslib worden uitgevoerd volgens de bepalingen, vermeld in bijlage 2.3.1.D.


Art. 2.3.1.3.

1.

Gft-compost, groencompost en het eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische afvalstoffen moeten geproduceerd worden in een vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen die beschikt over een keuringsattest.

2.

De biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen is onderworpen aan het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Het kwaliteitsgarantiesysteem heeft tot doel te garanderen dat afvalstoffen worden omgezet in kwalitatief hoogwaardige eindmaterialen voor nuttige toepassing. Het kwaliteitsgarantiesysteem wordt beheerd door de OVAM. Het kwaliteitsgarantiesysteem wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

3.

De inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen met het oog op de productie van bodemverbeterende middelen en/of meststoffen vergoeden de OVAM voor de ontwikkeling en het beheer van het kwaliteitsgarantiesysteem. De minister kan bindende voorschriften vaststellen voor de berekening van de vergoeding. Ze worden opgesteld in overleg met de betrokken partners.

4.

Het keuringsattest, vermeld in paragraaf 1, wordt afgeleverd door een certificeringsinstelling overeenkomstig het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Een certificeringsinstelling wordt erkend door de minister, na advies van de OVAM. De procedure is opgenomen in het Algemeen Reglement van de Certificering.

5.

De certificeringsinstellingen voeren de certificeringsactiviteiten op het terrein uit zoals beschreven in het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Hun taken zijn:

1 de uitvoering en opvolging van monsternemingen, analyses en audits conform het Algemeen Reglement van de Certificering;
2 de aflevering, schorsing of intrekking van keuringsattesten conform het Algemeen Reglement van de Certificering;
3 de rapportering aan de OVAM, onder meer door:
a) een maandelijks overzicht van de afgeleverde, geschorste of ingetrokken keuringsattesten;
b) verslagen van audits en actieplannen die opgelegd zijn naar aanleiding van non-conformiteiten bij vergunde inrichtingen voor het verwerken van organisch-biologische afvalstoffen, om hun keuringsattest te verkrijgen of te behouden;
c) jaarlijkse rapportering over de certificeringsactiviteiten.

6.

Het Algemeen Reglement van de Certificering wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het bestaat uit een organisatorisch deel waarin voorwaarden voor de certificeringsinstellingen zijn opgenomen en uit een uitvoerend deel met voorwaarden voor de inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen.

7.

De OVAM houdt als onafhankelijk toezichtsorgaan toezicht op het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen.


De OVAM zal onder meer de volgende taken uitvoeren:

1 toezicht houden op het Algemeen Reglement van de Certificering en op het kwaliteitsgarantiesysteem;
2 behandelen van de beroepen tegen beslissingen over de verlening, schorsing of intrekking van de keuringsattesten.