Onderafdeling 2.3.2.
Criteria voor grondstoffen, bestemd voor gebruik als bouwstof


Art. 2.3.2.1.

§ 1.

Rekening houdend met de geldende voorwaarden voor werken of bouwstoffen moeten de volgende criteria voor de samenstelling minimaal zijn vervuld om de materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 2, te beschouwen als grondstoffen die bestemd zijn voor gebruik als bouwstof :

de maximale totaalconcentraties aan organische verbindingen, vermeld in bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, worden niet overschreden; 
de maximale totaalconcentraties aan metalen, vermeld in bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, zijn richtwaarden. Voor de metalen waarbij de totaalconcentraties lager zijn dan de waarden voor vrij gebruik van uitgegraven bodem, vermeld in bijlage V van het VLAREBO, moet de uitloogbaarheid niet bepaald worden; 
de maximale uitloogbaarheidswaarden van metalen voor gebruik in of als niet-vormgegeven bouwstof, vermeld in bijlage 2.3.2.B, worden niet overschreden. De maximale uitloogbaarheid geldt voor een standaardgebruik waarbij de toepassingshoogte van de niet-vormgegeven bouwstof, gemeten loodrecht op het aardoppervlak, 0,7 m bedraagt, het soortelijk gewicht 1550 kg/m3 is, en de effectieve infiltratie in het werk 300 mm/j bedraagt. Bij afwijkende uitloogbaarheid, afwijkend soortelijk gewicht en een afwijkende beoogde toepassingshoogte moet de berekende immissiegrenswaarde voor de bodem voldoen aan bijlage 2.3.2.C; 
de uitloogbaarheid van metalen, voor gebruik in of als vormgegeven-bouwstoffen, moet resulteren in berekende immissiegrenswaarden die voldoen aan de waarden, vermeld in bijlage 2.3.2.C; 
het berekende totaalgehalte aan asbestvezels bedraagt maximaal 100 mg/kg droge stof. 
de maximale gehalten aan fysische verontreinigingen zijn voor vlottende verontreinigingen 5,0 cm³/kg droge stof, voor niet-vlottende verontreinigingen 1,0% (massa/massa) en voor glas 2,0% (massa/massa).

 

§ 2.

In afwijking van paragraaf 1 hoeven de materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 2, meer bepaald asfaltgranulaat, gerecycleerde bitumineuze granulaten en zeefzand van asfalt, niet te voldoen aan de totaalconcentratie voor de parameter minerale olie.

Onder pak-houdend zeefzand van asfalt wordt verstaan dat de norm voor een van de polycyclische aromatische koolwaterstoffen, vermeld in bijlage 2.3.2.A, wordt overschreden.


Om vast te stellen of asfaltgranulaat pak-houdend is, wordt de pak-spray-test gebruikt. Als de pak-spraytest een gele verkleuring vertoont, wordt het asfaltgranulaat geacht pak-houdend te zijn. Bij een onduidelijke verkleuring kan een bevestigingsproef met infraroodspectroscopie worden uitgevoerd. Het asfaltgranulaat wordt geacht pak-houdend te zijn als de infraroodspectroscopie duidelijke pieken vertoont voor pak. Pak-houdendheid mag kwalitatief getest worden met infraroodspectroscopie zonder voorafgaande pak-spray-test. Bij twijfel bepaalt een tegenproef met een chemische analyse op pak via GC-MS of de normen niet zijn overschreden. Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten vermeldt de proefmethode en de conformiteitscontrole van de pak-spraytest.


In afwijking van paragraaf 1, punt 1°, hoeft het voormelde pak-houdende asfaltgranulaat en pak-houdend zeefzand van asfalt niet te voldoen aan de totaalconcentratie voor de parameters pak bij gebruik overeenkomstig artikel 5.3.3.4.

 

§ 3.

In afwijking van paragraaf 1, punt 6°, mag in sorteer- en brekerzeefzand het maximale gehalte aan vlottende verontreinigingen 7,5 cm³/kg bedragen.


Art. 2.3.2.2.

De OVAM stelt een globaal beheersysteem voor gerecycleerde granulaten vast. Dat beheersysteem bevat minstens een door de minister goed te keuren eenheidsreglement dat de voorwaarden en de procedure voor de keuring van gerecycleerde granulaten regelt.

 

De gerecycleerde granulaten die als grondstof worden ingezet, moeten voldoen aan de bepalingen van het eenheidsreglement. Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

 

Sorteerinrichtingen voor bouw- en sloopafval waarvan het sorteerzeefpuin na verdere bewerking bij een breker wordt afgezet als gerecycleerd granulaat, beschikken over een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten.

 

De parameterlijsten uit de bijlagen, vermeld in artikel 2.3.2.1, kunnen beperkt worden tot een lijst als vermeld in het eenheidsreglement.


Art. 2.3.2.3.

§ 1.

[...]

 

§ 2.

Een beoogde grondstof waarvoor op het moment van de aanvraag nog niet kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de dwingende samenstellingsvoorwaarden van de toepassing, vermeld in artikel 2.3.2.1, omdat de concrete toepassing ervan nog niet operationeel is, kan, indien het een aanvraag van de initiële grondstofproducent betreft, toch als grondstof worden toegelaten. Op basis van laboratoriumonderzoek moet worden aangetoond dat kan voldaan worden aan de samenstellingsvoorwaarden van de toepassing, vermeld in artikel 2.3.2.1. De initiële grondstoffenproducent die het einde van de afvalfase wil voor het materiaal, stuurt een aanvraag tot het verkrijgen van een grondstofverklaring naar de OVAM.