Onderafdeling 3.4.4.
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur


Art. 3.4.4.1.

§ 1.

Voor afgedankte EEA wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. Met behoud van de uitzonderingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, is de aanvaardingsplicht van toepassing op:

de grote huishoudelijke apparaten (categorie 1) vanaf 1 juli 1999;
de kleine huishoudelijke apparaten (categorie 2) vanaf 1 juli 1999;
de IT- en telecommunicatieapparatuur (categorie 3) vanaf 1 juli 1999;
de consumentenapparatuur (categorie 4) vanaf 1 juli 1999;
de afgedankte fotovoltaļsche zonnepanelen (categorie 4) vanaf 1 januari 2013;
de afgedankte huishoudelijke en niet-huishoudelijke verlichtingsapparatuur (categorie 5) vanaf 1 januari 2004;
de gasontladingslampen (categorie 5) vanaf 1 juli 2005;
het elektrisch en elektronisch tuingereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriėle installaties (categorie 6) vanaf 1 juli 1999;
ander elektrisch en elektronisch gereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriėle installaties (categorie 6) vanaf 1 januari 2004;
10° het speelgoed en de apparatuur voor sport en ontspanning (categorie 7) vanaf 1 januari 2004;
11° de medische hulpmiddelen, met uitzondering van alle geļmplanteerde en geļnfecteerde producten (categorie 8) vanaf 13 augustus 2005;
12° de meet- en controle-instrumenten (categorie 9) vanaf 1 januari 2004;
13° de automaten (categorie 10) vanaf 13 augustus 2005;
14° de professionele afgedankte EEA (van categorie 1 tot en met 10) vanaf 13 augustus 2005;
15° alle afgedankte EEA die niet zijn opgenomen in de categorieėn, vermeld in punt 1° tot en met 14°, vanaf 15 augustus 2018.

 

§ 2.

De aanvaardingsplicht is niet van toepassing op de volgende apparatuur:

de apparatuur die noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal voor specifiek militaire doeleinden;
de apparatuur die specifiek is ontworpen en geļnstalleerd om deel uit te maken van andere apparatuur die is uitgesloten van de aanvaardingsplicht of niet onder het toepassingsgebied van de aanvaardingplicht valt, en die haar functie alleen kan vervullen als ze deel uitmaakt van die laatst vermelde apparatuur;
de gloeilampen.


 

 

§ 3.

Vanaf 15 augustus 2018 is de aanvaardingsplicht bovendien niet van toepassing op:

de apparatuur die is ontworpen om de ruimte ingestuurd te worden;
de grote, niet-verplaatsbare industriėle werktuigen;
de grote, vaste installaties, met uitzondering van apparatuur die zich in zulke installaties bevindt, maar die niet specifiek is ontworpen en geļnstalleerd als onderdeel van zulke installaties;
de vervoermiddelen voor personen of goederen, uitgezonderd elektrische voertuigen op twee wielen waarvoor geen type goedkeuring is verleend;
de niet voor de weg bestemde mobiele machines die uitsluitend voor beroepsmatig gebruik ter beschikking zijn gesteld;
de apparatuur die speciaal is ontworpen en uitsluitend dient voor doeleinden van onderzoek en ontwikkeling en die alleen door een bedrijf aan een ander bedrijf ter beschikking wordt gesteld;
de medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, als die hulpmiddelen naar verwachting vóór het einde van hun levensduur infectieus zijn en niet gedesinfecteerd kunnen worden, en actieve implanteerbare medische hulpmiddelen.

 

§ 4.

Distributeurs van EEA die beschikken over een verkoopoppervlak voor EEA van ten minste 400 m2, zorgen in de onmiddellijke nabijheid voor de inzameling, die gratis is voor de laatste houder van heel kleine afgedankte EEA, zonder de verplichting EEA van een vergelijkbaar type te kopen. De producenten van EEA stellen daarvoor gratis een aangepast inzamelrecipiėnt ter beschikking. De distributeur van EEA plaatst dat inzamelrecipiėnt op een duidelijk zichtbare plaats in zijn verkoopruimte. Deze verplichting vervalt als een onderzoek, voorgelegd aan en goedgekeurd door de OVAM, uitwijst dat alternatieve bestaande of nieuwe inzamelingsregelingen waarschijnlijk minstens even doeltreffend zijn.

 

§ 5.

In aanvulling op de voorwaarde, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 4, is de aanvaarding van huishoudelijke afgedankte EEA, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1, § 2 en § 3, gratis, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

de apparatuur alle onderdelen bevat die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het apparaat;
de apparatuur geen afvalstoffen bevat die vreemd zijn aan het afgedankte EEA;
de apparatuur geen verontreinigingen bevat die een risico voor de gezondheid en de veiligheid van het personeel bij de inleveringspunten opleveren, gelet op de geldende veiligheids- en gezondheidsvoorschriften.


Als aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, niet is voldaan, kunnen kosten worden bedongen in verhouding tot het gebrek.


Zolang niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°, is voldaan, kan de aanvaarding geweigerd worden.

 

§ 6.

In afwijking van artikel 3.2.1.1, § 3, is de samenwerking met de gemeenten voor de inzameling van afgedankte professionele EEA en afgedankte fotovoltaļsche zonnepanelen niet verplicht.


Art. 3.4.4.2.

Elektrische en elektronische apparatuur wordt ingedeeld in de volgende tien categorieėn:

categorie 1: de grote huishoudelijke apparaten;
categorie 2: de kleine huishoudelijke apparaten;
categorie 3: de IT- en telecommunicatieapparatuur;
categorie 4: de consumentenapparatuur en fotovoltaļsche zonnepanelen;
categorie 5: de verlichtingsapparatuur;
categorie 6: het elektrisch en elektronisch gereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriėle installaties;
categorie 7: het speelgoed en de ontspannings- en sportapparatuur;
categorie 8: de medische hulpmiddelen, met uitzondering van alle geļmplanteerde en geļnfecteerde producten;
categorie 9: de meet- en controle-instrumenten;
10° categorie 10: de automaten.

 

Vanaf 15 augustus 2018 wordt elektrische en elektronische apparatuur ingedeeld in de volgende zes categorieėn:

categorie 1: de warmte of koude -uitwisselende apparatuur;
categorie 2: de schermen-, monitors en apparatuur met schermen die een oppervlakte hebben van meer dan 100 cm2;
categorie 3: de lampen, inclusief led lampen;
categorie 4: de grote apparatuur met een buitenafmeting van meer dan 50 cm;
categorie 5: de kleine apparatuur met een buitenafmeting van ten hoogste 50 cm;
categorie 6: de kleine IT- en telecommunicatieapparatuur met een buitenafmeting van ten hoogste 50 cm.


De minister kan een lijst vaststellen van de apparatuur die onder de categorieėn, vermeld in het eerste en tweede lid, vallen.


Art. 3.4.4.3.

Aanvullend op de voorwaarden, vermeld in artikel 3.2.1.3, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 3°, geldt dat de onafhankelijke keuringsinstelling geaccrediteerd moet zijn overeenkomstig ISO 17020.

 

De kosten van de validatie van de cijfergegevens van producenten van EEA, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars, hergebruikcentra en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht een contract hebben met een beheersorganisme of de producent van EEA, worden gedragen door het beheersorganisme of de producent van EEA. Als echter een zware fout of nalatigheid wordt vastgesteld, zijn de kosten ten laste van de contractant.


Art. 3.4.4.4.

Voor de financiering van de aanvaardingplicht geldt:

voor huishoudelijke afgedankte EEA:
  a) wat producten betreft die na de startdatum van de aanvaardingsplicht op de markt gebracht werden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van de aanvaardingsplicht. De producent kan kiezen tussen een collectieve regeling en een individuele regeling;
  b) de verantwoordelijkheid voor de financiering van de kosten van het beheer van afgedankte EEA die voor de startdatum van de aanvaardingsplicht op de markt zijn gebracht, berust bij een of meer systemen waaraan alle producenten die op de markt aanwezig zijn op het tijdstip waarop die kosten ontstaan, naar evenredigheid bijdragen, bijvoorbeeld naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de apparatuur in kwestie;
  c) de producenten stellen een financiėle zekerheid waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte EEA zal worden gefinancierd als ze een product op de markt brengen. De financiėle zekerheid heeft betrekking op de financiering van de inzameling en de milieuhygiėnisch verantwoorde verwerking van dat product. Ze kan de vorm hebben van een recyclageverzekering, een geblokkeerde bankrekening of een deelneming van de producent aan passende financiėle regelingen voor de financiering van het beheer van afgedankte EEA;
  d) de producenten zorgen voor een passende regeling of vergoedingsprocedure voor de terugbetaling van de bijdragen aan de distributeur van EEA als er EEA worden uitgevoerd;
voor professionele afgedankte EEA:
  a) voor producten die vanaf 13 augustus 2005 op de markt gebracht worden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling en de milieuhygiėnisch verantwoorde verwerking van de afgedankte EEA die afkomstig zijn van andere dan particuliere huishoudens;
  b) voor de historische voorraad van producten die voor 13 augustus 2005 op de markt werden gebracht en die worden vervangen door nieuwe, gelijkwaardige producten met dezelfde functie, worden de kosten gedragen door de producenten van die nieuwe producten op het moment dat ze worden geleverd. Voor de andere historische voorraad worden de kosten gedragen door de andere gebruikers dan particuliere huishoudens;
  c) producenten en andere gebruikers dan particuliere huishoudens kunnen met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit artikel andere financieringsregelingen overeenkomen. Die voorwaarden worden duidelijk opgenomen in de verkoopsovereenkomst of de offerte van het nieuwe product.

Art. 3.4.4.5.

De afgedankte EEA die met toepassing van de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.2.1.1, in ontvangst worden genomen, alsook de afgedankte EEA die door of in opdracht van de gemeenten worden ingezameld, worden met het oog op het hergebruik in de eerste plaats gescheiden in potentieel herbruikbare afgedankte EEA enerzijds, en niet-herbruikbare afgedankte EEA anderzijds, op basis van een visuele voorselectie op herbruikbaarheid ervan voor hetzelfde doel.


De eindverkopers, tussenhandelaars, producenten van EEA, alsook de gemeenten, kunnen voor de scheiding, vermeld in het eerste lid, een beroep doen op kringloopcentra en hergebruikcentra voor EEA.


De visuele voorselectie op herbruikbaarheid, alsook de verdere voorbereiding op hergebruik, gebeurt overeenkomstig artikel 5.2.5.8 en 5.2.5.10.


Art. 3.4.4.6.

De minimale inzameldoelstelling van afgedankte EEA met toepassing van de aanvaardingsplicht bedraagt 11 kg per inwoner per jaar. Het totale gewicht van het ingezamelde afgedankte EEA neemt geleidelijk aan toe, tenzij het inzamelingspercentage, vermeld in het tweede lid, al werd bereikt.


Vanaf januari 2016 bedraagt het inzamelpercentage 45 %, berekend op basis van het totale gewicht van de afgedankte EEA die in de loop van een gegeven jaar is ingezameld, uitgedrukt als percentage van de jaarlijkse gemiddelde gewichtshoeveelheid EEA die de voorgaande drie jaren in de handel werd gebracht.


Vanaf 1 januari 2019 bedraagt het jaarlijks te halen inzamelingspercentage 65 % ten opzichte van het gemiddelde van de gewichtshoeveelheid EEA die de voorgaande drie jaren in de handel werd gebracht, of anders 85 % ten opzichte van de hoeveelheid beschikbare afgedankte EEA in gewicht.


De berekening van de hoeveelheid beschikbare afgedankte EEA in gewicht, vermeld in het derde lid, kan worden vastgesteld door de minister.


Art. 3.4.4.7.

Voor nuttige toepassing, voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen, onderdelen en stoffen zijn de volgende doelstellingen van toepassing:

minimale doelstellingen, van toepassing op de categorieėn, vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid: 
a) voor afgedankte EEA die onder categorie 1 of 10 als vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
1) 85 % wordt nuttig toegepast; 
2) 80 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd; 
b)

voor afgedankte EEA die onder categorie 3 of 4 als vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:

1) 80 % wordt nuttig toegepast; 
2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd; 
c)  voor afgedankte EEA die onder categorie 2, 5, 6, 7, 8 of 9 als vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen: 
1) 75 % wordt nuttig toegepast; 
2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd; 
d) van gasontladingslampen wordt 80 % gerecycleerd;
de verwerking leidt ertoe dat de volgende percentages van voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen worden behaald:
a) voor het ferrometaal: 95 %;
b) voor het non-ferrometaal: 95 %;
c) voor de kunststoffen: 50 %;
de kunststoffen worden voor 80 % nuttig toegepast;   

de afgedankte batterijen en accu’s worden verwerkt overeenkomstig artikel 3.4.5.2.


Vanaf 15 augustus 2018 zijn voor nuttige toepassing, voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen, onderdelen en stoffen de volgende doelstellingen van toepassing:

minimale doelstellingen van toepassing op de categorieėn vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid:
a) voor afgedankte EEA die onder categorie 1 of 4 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
1) 85 % wordt nuttig toegepast;
2) 80 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
b) voor afgedankte EEA die onder categorie 2 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
1) 80 % wordt nuttig toegepast;
2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
c) voor afgedankte EEA die onder categorie 5 of 6 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
1) 75 % wordt nuttig toegepast;
2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
d) voor afgedankte EEA die onder categorie 3 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, wordt 80 % gerecycleerd;
de verwerking leidt ertoe dat de volgende percentages van voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen worden behaald:
a) voor het ferrometaal: 95 %;
b) voor het non-ferrometaal: 95 %;
c) voor de kunststoffen: 50 %;
de kunststoffen worden voor 80 % nuttig toegepast;
de afgedankte batterijen en accu’s worden verwerkt overeenkomstig artikel 3.4.5.2.

 

De doelstellingen, vermeld in het eerste en het tweede lid, gelden voor elk van de categorieėn, vermeld in artikel 3.4.4.2, en worden jaarlijks gerapporteerd aan de OVAM voor 1 juli overeenkomstig artikel 3.4.4.12 en 5.2.5.4.


De percentages, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden op de twee volgende wijzen berekend:

de hoeveelheid van materialen die nuttig worden toegepast, worden voorbereid voor hergebruik en worden gerecycleerd;
alleen de werkelijke hoeveelheid van materialen die nuttig werden toegepast en werden voorbereid voor hergebruik en werden gerecycleerd mogen in rekening worden genomen.

 


Art. 3.4.4.8.

Aanvullend op de verplichtingen, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1, zijn de eindverkopers van EEA die een elektrisch of elektronisch apparaat bij de consument aan huis leveren, verplicht om bij de levering het overeenstemmende afgedankte apparaat ter plaatse bij de consument in ontvangst te nemen.


Art. 3.4.4.9.

De producenten van EEA zorgen ervoor, in het bijzonder met voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geļnformeerd over:

de verplichting om afgedankte EEA selectief aan te bieden;
de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclagesystemen;
hun rol bij de bevordering van hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassing van afgedankte EEA;
de mogelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen in EEA;
de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes.

Art. 3.4.4.10.

De producenten van EEA, of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, registreren zich.


Daarvoor stellen ze de volgende gegevens ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen:

de naam van de producent of gevolmachtigde, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon. In geval van een gevolmachtigde als vermeld in artikel 3.4.4.15, ook de contactgegevens van de producent die wordt vertegenwoordigd;
het ondernemingsnummer van de producent van EEA;
de categorie waartoe het EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2;
de soort EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur;
de merknaam van de EEA;
de informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt, individueel of via een collectieve regeling, met inbegrip van informatie over de financiėle zekerheid;
de gebruikte verkooptechniek, bijvoorbeeld verkoop op afstand;
de verklaring dat de verstrekte informatie in overeenstemming is met de waarheid.

Art. 3.4.4.11.

De producenten van EEA bepalen in overleg met de distributeur van EEA, de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en de kennisgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen, de modaliteiten voor het verstrekken van de informatie, vermeld in artikel 3.4.4.12. en 5.2.5.4.


De modaliteiten houden rekening met de confidentialiteit van de informatie en omvatten ook de mogelijkheid van toegang tot het systeem voor de toezichthouders en de onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020 in het kader van de validatie van die gegevens.


Art. 3.4.4.12.

§ 1.

De distributeur van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die daarvoor is aangewezen:

de naam van de distributeur van EEA, het ondernemingsnummer, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon;
de rapportageperiode;
de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die:
a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
c) werden aangeboden aan een producent van EEA;
d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA;
[...]


De gegevens van de distributeur van EEA die aan de OVAM of aan de organisatie die daarvoor is aangewezen, worden verstrekt, worden op vraag van de OVAM gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020.


Als voor één of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon.

 

§ 2.

De producent van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of de organisatie die daarvoor is aangewezen:

het ondernemingsnummer van de producent van EEA;
de rapportageperiode;
de categorie waartoe de EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2, met de aparte vermelding van de hoeveelheden, uitgedrukt in kilogram en per stuk, die op het grondgebied op de markt werden gebracht;
de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die:
a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld;
b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
c) werden aangeboden aan een andere producent van EEA;
d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA;
de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die :
a) werden voorbereid voor hergebruik;
b) werden gerecycleerd;
c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
d) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
e) werden verwijderd door storten.


Als voor een of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon.

 

§ 3.

Met behoud van de toepassing van artikel 3.2.1.4 vermelden de distributeur van EEA en de producent van EEA ook de gegevens, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, en paragraaf 2, eerste lid, 4°, van dit artikel, in het afvalstoffenregister.


Art. 3.4.4.13.

De producenten van EEA verstrekken informatie om de correcte en milieuhygiėnisch verantwoorde verwerking van afgedankte EEA, inbegrepen onderhoud, voorbereiding voor hergebruik, verbetering en ombouw, te vergemakkelijken. De producenten van afgedankte EEA geven informatie voor elk in de handel gebracht nieuw type EEA over de voorbereiding voor hergebruik en de verwerking. Ze doen dat binnen het jaar nadat ze die voor de eerste keer in de handel hebben gebracht. Voor zover de centra die de voorbereiding voor hergebruik verrichten, de verwerkings- en recyclageinrichtingen en de bevoegde overheden dat nodig hebben, bevat de informatie aanwijzingen over de verschillende onderdelen en materialen van de apparatuur, over de energielabels, alsook over de plaatsen in de apparatuur waar zich gevaarlijke stoffen en mengsels bevinden. De producenten van EEA verstrekken die informatie gratis aan de centra die de voorbereiding voor hergebruik verrichten, de verwerkings- en recyclageinrichtingen en de bevoegde overheden in de vorm van handboeken of via elektronische media.


Art. 3.4.4.14. De producenten van EEA of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, organiseren minimaal tweemaal per jaar een overleg met de verwerkers en hergebruikcentra met het oog op hergebruik en een betere recycleerbaarheid van de EEA.

Art. 3.4.4.15.

Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is op het grondgebied en die, via verkoop op afstand, rechtstreeks of door gebruik van een onlinemarktplaats EEA verkoopt aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens buiten het grondgebied, wijst binnen dat grondgebied een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan als de gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen als producent van EEA, die uit de wetgeving van dat land met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voortvloeien.


Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, via verkoop op afstand, rechtstreeks EEA verkoopt aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied, wijst een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aan als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent van EEA die uit dit besluit voortvloeien.


Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, ongeacht de verkooptechniek, EEA verkoopt op het grondgebied, kan een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent van EEA die uit dit besluit voortvloeien.


De op het grondgebied gevestigde gevolmachtigde is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als de producent van EEA.


Een gevolmachtigde wordt aangewezen via een schriftelijke volmacht vooraleer er producten op de markt worden gebracht. Bij de aanduiding van een gevolmachtigde en bij beėindiging van die volmacht wordt de OVAM onmiddellijk door een van de partijen schriftelijk op de hoogte gebracht. In geval van beėindiging moet de persoon, vermeld in het eerste lid, ook een nieuwe gevolmachtigde aanduiden.