Art. 4.1.2.

Overeenkomstig artikel 22 van het Materialendecreet worden de volgende afvalstoffen als bijzondere afvalstoffen aangewezen :

drukwerkafval; 
afgedankte voertuigen; 
afvalbanden; 
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur; 
afgedankte batterijen en accu’s; 
andere afvalolie dan de olie, vermeld in 16°, g);  
oude en vervallen geneesmiddelen;
gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliėn; 
gebruikte wegwerpluiers; 
10° fvallandbouwfolies; 
11° zwerfvuil; 
12° afval van schepen van de zee- en binnenvaart; 
13° gebruikte injectienaalden; 
14° afgedankte fotovoltaļsche zonnepanelen; 
15° bagger- en ruimingsspecie die vanuit bouwtechnisch of milieukundig oogpunt niet valoriseerbaar is om te gebruiken als bodem, voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product in het kader van titel III, hoofdstuk XIII, van het VLAREBO;
16° de volgende afvalstoffen die ontstaan bij het onderhouden, herstellen of slopen van motorvoertuigen, motorvaartuigen, motorvliegtuigen en hun toebehoren : 
  a) stof dat vrije asbestvezels bevat;  
  b) remschoenen, remschijven, remplaten, remblokken en koppelingsplaten die asbest bevatten;
  c) afgedankte batterijen en accu’s; 
  d) vervuilde of onbruikbare solventen; 
  e) destillatieresidu’s van solventrecuperatie, resten van verf, lak en vernis, slib van spuitcabines; 
  f) synthetische remvloeistof;  
  g) afvalolie; 
  h) vervuilde of onbruikbare brandstoffen; 
  i) koelvloeistoffen; 
  j) koelmiddelen die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten;
  k) vervuilde filters van spuitcabines, spuitbussen, verpakkingen die gevaarlijke stoffen, met uitzondering van olie, hebben bevat of die door die stoffen werden verontreinigd en niet meer gebruikt worden; 
  l) oliehoudende stoffen, zoals oliefilters, brandstoffilters, gebruikt absorptiemateriaal, afvalstoffen uit de olie-waterafscheider, oliehoudende schokdempers, verpakkingen die olie hebben bevat of die door olie werden verontreinigd en niet meer gebruikt worden; 
  m) katalysatoren; 
  n) patronen van airbags, die chemicaliėn bevatten;   
17° klein gevaarlijk afval; 
18° papier- en kartonafval; 
19° asbesthoudend afval; 
20° pvc-afval; 
21° afgedankte apparatuur en recipiėnten die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten; 
22° gebruikte pcb’s; 
23° medisch afval; 
24° bouw- en sloopafval;  
25° dierlijke bijproducten die voldoen aan de definitie van afvalstof; 
26° afvalstoffen van de titaandioxide-industrie; 
27° landbouwafvalstoffen;  
28° mijnbouwafvalstoffen;  
29° slib dat afkomstig is van de drinkwaterproductie, de reiniging van riolen, septische putten en vetvangers, en van waterzuiveringsinstallaties. 
30° afgedankte matrassen.
31° met fipronil verontreinigde pluimveemest: de mest, afkomstig van een pluimveebedrijf in het Vlaamse Gewest dat naar aanleiding van de fipronilcrisis geblokkeerd is, die op basis van een analyserapport van een laboratorium dat de Vlaamse overheid daarvoor erkend heeft, een totaal gehalte aan fipronil van meer dan 0,01 mg per kg verse stof bevat.