Art. 4.2.2.

Onder handelingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen als vermeld in artikel 3, 23į, van het Materialendecreet, worden de volgende handelingen verstaan :

EU-code

handelingen

R1

hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking (*)

R2

terugwinning/regeneratie van oplosmiddelen

R3

recyclage/terugwinning van organische stoffen die niet als oplosmiddel worden gebruikt (met inbegrip van compostering en andere biologische omzettingsprocessen) (**)

R4

recyclage/terugwinning van metalen en metaalverbindingen

R5

recyclage/terugwinning van andere anorganische materialen (***)

R6

regeneratie van zuren of basen

R7

terugwinning van bestanddelen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan

R8

terugwinning van bestanddelen uit katalysatoren

R9

herraffinage van olie en ander hergebruik van olie

R10

uitrijden voor landbouwkundige of ecologische verbetering

R11

gebruik van afvalstoffen die bij een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R10 vrijkomen

R12

uitwisseling van afvalstoffen voor een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R11 (****)

R13

opslag van afvalstoffen voor een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R12 (met uitsluiting van tijdelijke opslag, voorafgaand aan inzameling op de plaats van productie)(*****)

(*) Hieronder vallen ook verbrandingsinstallaties die specifiek bestemd zijn om vast stedelijk afval te verwerken, op voorwaarde dat hun energie-efficiŽntie ten minste :

0,60 bedraagt bij installaties die voor 1 januari 2009 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het Decreet betreffende de omgevingsvergunning;†

0,65 bedraagt bij installaties waarvoor na 31 december 2008 een vergunning wordt afgegeven, zoals berekend met de volgende formule :

energie-efficiŽntie = (Ep – (Ef + Ei)) / (0,97 ◊ (Ew + Ef)),

waarbij :†

a) Ep = de hoeveelheid energie die jaarlijks als warmte of elektriciteit wordt geproduceerd. Bij de berekening wordt energie in de vorm van elektriciteit vermenigvuldigd met een factor 2,6, en warmte die wordt geproduceerd voor commerciŽle toepassingen, met een factor 1,1 (in GJ/jaar);†
b) Ef = de jaarlijkse energie-input in het systeem, afkomstig van brandstoffen die voor de productie van stoom worden gebruikt (in GJ/jaar);†
c) Ew = de hoeveelheid energie die is besloten in de jaarlijks verwerkte hoeveelheid afvalstoffen, berekend aan de hand van de netto calorische waarde van de afvalstoffen (in GJ/jaar);†
d) Ei = de hoeveelheid energie die jaarlijks wordt geÔmporteerd, Ew en Ef niet meegerekend (in GJ/jaar);†
e) 0,97 = correctiefactor om rekening te houden met energieverliezen via bodemas en straling.†

De waarde van de energie-efficiŽntieformule wordt op de onderstaande wijze met een klimaatcorrectiefactor (CCF) vermenigvuldigd :

1.

CCF voor installaties die vůůr 1 september 2015 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het toepasselijke Unierecht :
CCF = 1 als HDD >= 3 350
CCF = 1,25 als HDD <= 2 150
CCF = – (0,25/1 200) ◊ HDD + 1,698 als 2 150 < HDD < 3 350
2. CCF voor installaties waarvoor na 31 augustus 2015 een vergunning wordt afgegeven en voor installaties bedoeld in punt 1 na 31 december 2029 :
CCF = 1 als HDD >= 3 350
CCF = 1,12 als HDD <= 2 150
CCF = – (0,12/1 200) ◊ HDD + 1,335 als 2 150 < HDD < 3 350

(De daaruit resulterende CCF-waarde zal worden afgerond tot op drie decimalen). Als HDD-waarde (Heating Degree Days — graaddagen voor verwarming) moet het gemiddelde van de jaarlijkse HDD-waarden voor de locatie van de verbrandingsinstallatie gelden, berekend over een periode van 20 opeenvolgende jaren vůůr het jaar waarvoor de CCF wordt berekend.


De HDD-waarde moet aan de hand van de volgende door Eurostat vastgestelde methode worden berekend : HDD is gelijk aan (18 įC – Tm) ◊ d als Tm minder bedraagt dan of gelijk is aan 15 įC (verwarmingsdrempel), en is gelijk aan nul als Tm meer bedraagt dan 15 įC, waarbij Tm de gemiddelde (Tmin + Tmax)/2 buitentemperatuur over een periode van d dagen is. De berekeningen moeten dagelijks worden uitgevoerd (d = 1) en voor een heel jaar worden opgeteld.


De formule wordt toegepast overeenkomstig het Europese referentiedocument over de beste beschikbare technieken voor afvalverbranding. De berekeningswijze en de toepassing van de formule worden goedgekeurd en geverifieerd door de OVAM.

(**) Hieronder vallen ook vergassing en pyrolyse waarbij de componenten worden gebruikt als chemicaliŽn.

(***) Hieronder valt ook bodemreiniging die resulteert in terugwinning van de bodem en het recycleren van anorganisch bouwmateriaal.

(****) Als er geen andere passende R-code voorhanden is, kan dat voorbereidende handelingen, voorafgaand aan nuttige toepassing, omvatten, inclusief voorbehandeling, zoals demonteren, sorteren, verbrijzelen, verdichten, pelletiseren, drogen, versnipperen, conditioneren, herverpakken, scheiden of mengen, voorafgaand aan een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R11.

(*****) Tijdelijke opslag als vermeld in dit artikel, betekent voorlopige opslag die niet plaatsvindt op de plaats van de productie.†