Art. 4.3.1.

Ten minste de volgende huishoudelijke afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en verder afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling :

1 klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong;
2 glazen flessen en bokalen;
3 papier- en kartonafval;
4 grofvuil;
5 groenafval;
6 textielafval;
7 afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
8 afvalbanden;
9 puin;
10 asbestcementhoudende afvalstoffen;
11 pmd-afval;
12 afgedankte matrassen;
13 recycleerbare harde kunststoffen;
14 gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en olin.

Ten minste de volgende huishoudelijke afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en verder afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling, of, indien aantoonbaar niet mogelijk, naderhand uitgesorteerd worden :

1 houtafval;
2 metaalafval.