Art. 4.3.3.

§ 1.

Een sloopopvolgingsplan is vereist bij: 

sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken bij gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het totale bouwvolume groter is dan 1000 m³ voor alle niet-residentiėle gebouwen waarop de vergunning betrekking heeft, of groter dan 5000 m³ voor alle in hoofdzaak residentiėle gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen, waarop de vergunning betrekking heeft;
sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m³ en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m³.

 

Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld in opdracht van de aanvrager van de omgevingsvergunning.

 

§ 2.

Het sloopopvolgingsplan omvat de identificatie van de werf met daaraan gekoppeld een overzicht van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen.

 

Per afvalstof worden de volgende gegevens opgenomen:

 

de benaming;
de bijbehorende EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
de vermoedelijke hoeveelheid, uitgedrukt in hoeveelheid of gewicht;

de plaats in het gebouw of infrastructuurwerk waar de afvalstof voorkomt, alsook de verschijningsvorm ervan; 5° de wijze waarop de afvalstof overeenkomstig artikel 4.3.2 tijdens de sloop-, renovatie, onderhouds- en

ontmantelingswerken selectief zal worden ingezameld, opgeslagen en afgevoerd.

 

Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld op basis van een standaardprocedure die wordt vastgesteld door de minister, op voorstel van de OVAM.

 

§ 3.

Het sloopopvolgingsplan maakt deel uit van het vergunningsaanvraagdossier, de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten.

 

§ 4.

De uitvoerder van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken bezorgt alle kopieėn van de identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen van de afgevoerde afvalstoffen die verkregen zijn bij selectieve sloop of ontmanteling, voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de houder van de omgevingsvergunning.

 

De houder van de omgevingsvergunning houdt alle identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen bij gedurende een periode van vijf jaar