Onderafdeling 5.2.8.
Pcb's


Art. 5.2.8.1.

De OVAM houdt een inventaris bij van apparaten die meer dan 1 liter pcb’s bevatten. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel.

 

De gegevens in de inventaris zijn afkomstig van alle nuttige inlichtingen waarover de OVAM beschikt, en in het bijzonder van :

de kennisgevingen die zijn gedaan met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten; 
de gegevens die zijn ingezameld met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb’s; 
de kennisgevingen die zijn gedaan met toepassing van artikel 5.2.8.4. 

 


Art. 5.2.8.2.

De inventaris bevat ten minste de volgende gegevens :

naam en adres van de houder van pcb-houdende apparaten; 
plaats en omschrijving van de pcb-houdende apparaten; 
hoeveelheid pcb’s in de apparaten; 
data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen; 
datum van aangifte.  

 

Voor de apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb’s bevatten, moeten de gegevens, vermeld in lid 1, 3° en 4°, niet worden opgenomen.


Art. 5.2.8.3. Bedrijven die pcb’s verwerken, delen de hoeveelheid, de oorsprong en de aard van de aan hen geleverde pcb’s mee aan de OVAM. Ze houden die gegevens ook ter inzage van de lokale overheid en de bevolking.

Art. 5.2.8.4.

§ 1.

De houder van pcb-houdende apparaten moet :


als dat nog niet eerder gebeurd is met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, of van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb’s, zo snel mogelijk ten minste de volgende gegevens bezorgen aan de OVAM : 
a) zijn naam en adres; 
b) plaats en omschrijving van de apparaten die pcb’s bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden pcb’s in die apparaten; 
c) de hoeveelheden pcb’s die hij in zijn bezit heeft; 
d) de hoeveelheden gebruikte pcb’s die hij in zijn bezit heeft; 
e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen. 
Als die kennisgeving eerder is gedaan met toepassing van het besluit van 9 juli 1986 of van 17 maart 2000, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van de vroegere kennisgeving; 
de OVAM op de hoogte brengen van elke wijziging in de situatie, vermeld in1°;  
ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter pcb’s bevat, wordt voorzien van een etiket. Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dat apparaat zich bevindt. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb’s bevatten, mogen worden voorzien van een etiket met de vermelding ″verontreinigd met pcb’s < 0,05 %″;  
ervoor zorgen dat gebruikte pcb’s zo spoedig mogelijk worden verwijderd; 
ervoor zorgen dat pcb-houdende apparaten zo spoedig mogelijk worden gereinigd of verwijderd.  

 

 

§ 2.

Elke wijziging van de informatie, verstrekt overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, moet binnen drie maanden schriftelijk aan de OVAM worden meegedeeld.


Art. 5.2.8.5.

§ 1.

Apparaten en de daarin aanwezige pcb’s die overeenkomstig artikel 5.2.8.1, eerste lid, moeten worden geļnventariseerd, worden onmiddellijk buiten gebruik gesteld en vervolgens gereinigd of verwijderd.

 

De termijn tussen het buiten gebruik stellen van een apparaat en de reiniging van pcb-houdende apparaten of verwijdering ervan mag niet meer dan zes maanden bedragen, behalve als de houder kan aantonen dat de inrichtingen voor reiniging of verwijdering tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren om apparaten te accepteren.

 

§ 2.

In afwijking van paragraaf 1 mogen de transformatoren waarvan de vloeistoffen tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb’s bevatten, ofwel worden gereinigd overeenkomstig artikel 5.2.8.7, § 2, ofwel op het einde van de gebruiksduur worden verwijderd.

 

§ 3.

Voor apparaten die vrijkomen tijdens het slopen van gebouwen, moet de uitvoerder van de sloopwerken ervoor zorgen dat de apparaten afzonderlijk worden ingezameld en dat ze worden afgevoerd naar een inrichting die overeenkomstig de toepasselijke milieuwetgeving die apparaten mag verwerken.


Art. 5.2.8.6.

Bij toestellen met minerale olie waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er tijdens de productie of het gebruik van de toestellen een verontreiniging van de minerale olie met pcb’s is opgetreden, moet in de volgende situaties het pcb-gehalte in de minerale olie worden gemeten :

bij het openen van de toestellen voor onderhouds- of herstellingswerkzaamheden; 
bij het veranderen van exploitatieadres van de toestellen; 
bij het veranderen van houder;  
bij het buiten gebruik stellen van de toestellen.  

 

Als de meting, vermeld in lid 1, aantoont dat de minerale olie van een toestel meer dan 0,005 gewichtsprocenten pcb’s bevat, moet het toestel worden beschouwd als een pcb-houdend apparaat.


Art. 5.2.8.7.

Transformatoren waarvan de vloeistoffen meer dan 0,05 gewichtsprocenten pcb’s bevatten, mogen onder de volgende voorwaarden worden gereinigd :

het doel van de reiniging van pcb-houdende apparaten bestaat erin het gehalte aan pcb’s te verlagen tot minder dan 0,05 gewichtsprocenten en, zo mogelijk, tot maximaal 0,005 gewichtsprocenten;  
de vervangende vloeistof, die geen pcb’s bevat, houdt duidelijk minder risico’s in; 
de vervanging van de vloeistof brengt de latere verwijdering van de pcb’s niet in gevaar.  

 

Transformatoren waarvan de vloeistoffen tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten ’pcb’s bevatten, mogen worden gereinigd onder de voorwaarden, vermeld in lid 1, 2° en 3°, met als einddoel het gehalte aan pcb’s te verlagen tot maximaal 0,005 gewichtsprocenten.


Art. 5.2.8.8.

§ 1.

Pcb’s moeten voor eindverwerking worden aangeboden bij een daartoe vergunde inrichting. Ze moeten verwijderd worden volgens handeling D8, D9, D10, D12 of D15, vermeld in artikel 4.2.1. De toegelaten handeling D12 is in dit kader beperkt tot de veilige, diepe, ondergrondse opslag in rotsformaties en is alleen toegelaten voor apparaten die pcb’s bevatten en niet kunnen worden gereinigd.

 

§ 2.

Voor pcb’s of pcb-houdende apparaten voor eindverwerking door een daartoe vergunde inrichting in ontvangst worden genomen, worden alle nodige voorzorgsmaatregelen getroffen om elk brandgevaar te vermijden. Daartoe worden de pcb’s gescheiden gehouden van brandbare stoffen.


Art. 5.2.8.9.

De volgende activiteiten zijn verboden :

het scheiden van pcb’s van andere stoffen met het oog op het hergebruik van de pcb’s; 
het verbranden van pcb’s of gebruikte pcb’s op schepen. 

 


Art. 5.2.8.10.

De OVAM stuurt aan de verschillende overheden die belast zijn met de bescherming van het leefmilieu, de bescherming van de veiligheid van de werknemers en van de bevolking, op verzoek, een afschrift of een gedeeltelijk afschrift van de inventarissen, vermeld in artikel 5.2.8.1, eerste lid. De verstrekte gegevens kunnen alleen worden aangewend voor het doel waarvoor ze werden aangevraagd.


Art. 5.2.8.11. Apparaten en onderdelen van toestellen die minder dan 1 liter pcb’s bevatten, moeten worden verwijderd op het einde van hun gebruiksduur.

Art. 5.2.8.12. Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en andere toestellen die pcb-houdende onderdelen kunnen bevatten moeten zo verwerkt worden dat de pcb-houdende onderdelen selectief worden gedemonteerd en voor verwerking worden afgevoerd naar een inrichting die overeenkomstig de toepasselijke milieuwetgeving dergelijke pcb-houdende afvalstoffen mag verwerken. Onderdelen die mogelijk pcb’s bevatten, moeten worden beschouwd als pcb-houdende onderdelen.

Art. 5.2.8.13. Bij de vernieuwing van straatverlichting moeten de vrijgekomen condensatoren die pcb’s kunnen bevatten, worden beschouwd als pcb-houdende condensatoren. Dergelijke condensatoren moeten voor de verwerking worden afgevoerd naar een inrichting die overeenkomstig de toepasselijke milieuwetgeving dergelijke pcb-houdende afvalstoffen mag verwerken.