Onderafdeling 5.3.2.
Voorwaarden voor het gebruik van grondstoffen als meststof of bodemverbeterend middel


Art. 5.3.2.1.

Bij het gebruik van grondstoffen, bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel, [...] mag de dosering, vermeld in bijlage 2.3.1.C, niet worden overschreden. Als er meer dan n grondstof [...] wordt gebruikt, mag de som van de toegevoegde individuele verontreinigingen de maximaal toelaatbare dosering, vermeld in bijlage 2.3.1.C, niet overschrijden.

Voor grondstoffen, gebruikt als meststof of bodemverbeterend middel, moet de dosering van de grondstof gebaseerd zijn op de landbouwkundige vereisten en op de landbouwkundige eigenschappen van de meststof of het bodemverbeterend middel zonder de concentraties, vermeld in bijlage 2.3.1.C, te overschrijden. De grondstof wordt opgevolgd door de bevoegde autoriteit of de erkende keuringsinstantie.


Art. 5.3.2.2.

In het kader van een driejarig teeltplan mag om de drie jaar het drievoud gebruikt worden van de dosis, berekend op basis van de samenstelling en de gebruiksvoorwaarden, vermeld in bijlage 2.3.1.C.


Art. 5.3.2.3. Bij het gebruik van compost en eindmaterialen van de biologische behandeling van organischbiologische afvalstoffen voor de heraanleg van de bouwvoor voor groenvoorzieningen, infrastructuurwerken of andere cultuurtechnische werken mag een veelvoud van de maximaal toelaatbare bodemdosering gebruikt worden, berekend op het aantal jaar dat geldt als normale levensduur van de heraangelegde bouwvoor.

Art. 5.3.2.4.

Het gebruik van behandeld zuiveringsslib is alleen toegelaten als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :

1 de concentraties in de bodem, bepaald volgens punt 4 en 5 van bijlage 2.3.1.D, overschrijden voor geen enkel metaal de concentraties, vermeld in bijlage 2.3.1.E;
2 de bodem bezit een pH-waarde die hoger is dan 6;
3 bij de toepassing op grasland of akkerland wordt injectie in de bodem toegepast of wordt het behandeld zuiveringsslib onmiddellijk ondergeploegd.

Het gebruik van behandeld zuiveringsslib is verboden :

1 op weideland dat wordt beweid of op velden voor de teelt van voedergewassen als die voedergewassen worden geoogst vr het verstrijken van een wachttermijn van ten minste zes weken;
2 op groente- en fruitaanplant gedurende de groeiperiode, met uitzondering van de aanplant van fruitbomen;
3 op bodems die bestemd zijn voor de teelt van groenten of vruchten die normaliter in rechtstreeks contact met de bodem staan en die normaliter rauw worden geconsumeerd, gedurende een periode van tien maanden, voorafgaand aan de oogst en tijdens de oogst zelf;
4 in gebieden die volgens de vigerende plannen van aanleg overeenstemmen met een van de bestemmingen, opgesomd onder bestemmingstype I van het VLAREBO, in stadstuinen en op alle verstedelijkte plaatsen die toegankelijk zijn voor publiek.