Onderafdeling 5.3.3.
Voorwaarden voor het gebruik van grondstoffen als bouwstoffen


Art. 5.3.3.1.

De voorwaarden voor gebruik van grondstoffen als bouwstoffen zijn, voor zover dat van toepassing is, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 2.


Art. 5.3.3.2.

In afwijking van artikel 5.3.1.2, tweede lid, worden gerecycleerde granulaten rechtstreeks en zonder tussenopslag afgevoerd naar de aanwendingslocatie, tenzij voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het eenheidsreglement.


Art. 5.3.3.3.

Puin, verkregen bij selectieve bouw- en sloopactiviteiten door particulieren zonder tussenkomst van een bedrijf of aannemer, kan alleen als grondstof in toepassingen van minder dan 100 ton worden gebruikt. Artikel 2.2.3. is in dat geval niet van toepassing.


Art. 5.3.3.4.

Pak-houdend asfaltgranulaat, pak-houdend zeefzand van asfalt kunnen alleen onder de volgende voorwaarden in een specifieke toepassing worden gebruikt:

de hoeveelheid bedraagt minstens 1500 kubieke meter;
de toepassing wordt geļnventariseerd door de OVAM, waarbij minstens de gemeente en het kadastraal perceel worden vermeld. De gebruiker meldt iedere toepassing aan de OVAM;
in een fundering die bestaat uit asfaltcement, wordt het op koude wijze gebruikt.

 

Het gebruik in een specifieke toepassing als vermeld in het eerste lid, is niet meer toegelaten na 1 mei 2019.


Art. 5.3.3.5.

Het gebruik van een bouwstof in ongebonden toestand in of op de bodem, met uitzondering van puingranulaten, moet gebeuren volgens de lijst van toepassingen van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik, zoals voorzien in artikel 171 van het VLAREBO. Een bouwstof is in ongebonden toestand als de bouwstof niet gemengd is met een bindmiddel zoals cement of kalk  of als de bouwstof niet gaat uitharden.