Onderafdeling 6.1.1.
Voorwaarden voor het vervoeren en inzamelen van en het handelen en makelen in afvalstoffen


Art. 6.1.1.1.

De volgende algemene vervoersvoorwaarden zijn van toepassing op elk vervoer van afvalstoffen, inclusief op het laden en lossen van die afvalstoffen :

de afvalstoffen moeten degelijk zijn verpakt; 
de vervoerders en de afvalstoffenproducenten die met eigen transportmiddelen de eigen afvalstoffen vervoeren, moeten de verschillende soorten afvalstoffen die gescheiden worden aangeboden, van elkaar gescheiden houden en moeten de gevaarlijke afvalstoffen gescheiden houden van de niet-gevaarlijke afvalstoffen; 
het is verboden afvalstoffen te verdunnen als vermeld in artikel 4.4.2; 
de vervoersmiddelen en de recipiënten moeten technisch geschikt zijn voor de afvalstoffen die worden vervoerd, en moeten over de nodige keuringsattesten en certificaten beschikken. Ze moeten in goede staat van werking worden gehouden;  
de vervoersmiddelen en de recipiënten moeten in- en uitwendig worden gereinigd om vermenging van verschillende soorten afvalstoffen te vermijden; 
bij calamiteiten moeten onmiddellijk efficiënte maatregelen worden genomen om hinder en schade voor mens en milieu zo veel mogelijk te beperken. Daarvoor zijn de nodige kennis, richtlijnen en middelen beschikbaar. De afvalstoffen mogen in geen geval rechtstreeks naar het grondwater, de openbare riolering of het oppervlaktewater worden afgevoerd. Ze moeten worden verzameld en verwerkt overeenkomstig de aard van de afvalstoffen; 
de vervoerder en de afvalstoffenproducent die met eigen transportmiddelen de eigen afvalstoffen vervoert, mogen afvalstoffen alleen vervoeren als er een identificatieformulier als vermeld in artikel 6.1.1.2, bijgevoegd is. 

 

Punt 4°, 5° en 6° zijn niet van toepassing op de actoren, vermeld in artikel 6.1.1.2, § 1, 2° tot en met 8°.


Art. 6.1.1.2.

§ 1.

Een identificatieformulier is aanwezig tijdens het vervoer van alle afvalstoffen, met uitzondering van :

de inzameling in één ophaalronde van huishoudelijke afvalstoffen, met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen of niet-gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen; 
de particulier die zijn afvalstoffen naar inzamelpunten van afvalstoffen brengt; 
de zelfstandige of kleine ondernemer, die geen afvalstoffenverwerker is, met minder dan tien werknemers, die de afvalstoffen waarvan hij de producent is, naar inzamelpunten van afvalstoffen brengt; 
de afvalstoffenproducent van afvalstoffen die zijn ontstaan uit verleende onderhoudsdiensten bij derden, die de afvalstoffen naar zijn bedrijfsterrein of naar een verwerkingsinrichting brengt; 
de leverancier van goederen die in het kader van de terugnameplicht, van de aanvaardingsplicht of van vrijwillige terugname, ter gelegenheid van een levering van goederen, lege verpakkingen of afgedankte goederen naar zijn bedrijfsterrein of naar een inzamelpunt voor afgedankte goederen brengt; 
de houder van afvalstoffen die in het kader van de terugnameplicht, de aanvaardingsplicht of een vrijwillige terugname de afvalstoffen terugbrengt naar zijn leverancier van soortgelijke goederen; 
het kringloopcentrum of het hergebruikcentrum voor EEA dat de ingezamelde afgedankte EEA, die een visuele voorselectie op herbruikbaarheid hebben ondergaan, vervoert naar een hergebruikcentrum voor EEA, met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
de afvalstoffenproducenten die hun afvalstoffen via pijpleidingen vervoeren.  
de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die niet-gevaarlijke afvalstoffen van een recyclagepark naar een inzamelpunt van afvalstoffen of naar een verwerkingsinrichting brengt;
10° de afvalstoffenproducent die in het kader van een collectieve regeling met andere bedrijven die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein, de eigen bedrijfsafvalstoffen vervoert naar een inzamelpunt van afvalstoffen op het bedrijventerrein waar hij zelf gevestigd is, en dat alleen voor die bedrijven bedoeld is, waarbij tijdens het transport het terrein niet verlaten wordt of de kortste route genomen wordt. Het bedrijventerrein is officieel ruimtelijk bestemd als bedrijventerrein en bevindt zich niet in een zeehavengebied.

 

De uitzondering op het gebruik van een identificatieformulier geldt met behoud van de verplichte afgifte van bedrijfsafvalstoffen tegen de ontvangst van een afgiftebewijs als vermeld in artikel 25 van het Materialendecreet.

 

De OVAM stelt een model van identificatieformulier ter beschikking via haar website.

 

Het is mogelijk een digitaal identificatieformulier te gebruiken na voorafgaande goedkeuring door de OVAM. De gegevens op het identificatieformulier moeten altijd voorgelegd kunnen worden aan de toezichthouder. Vanaf 1 januari 2023 is het verplicht om een digitaal identificatieformulier te gebruiken, afgeleverd door een systeem dat door de OVAM werd goedgekeurd.

 

§ 2.

Het identificatieformulier voor niet-gevaarlijke afvalstoffen bevat ten minste de volgende gegevens :

uniek volgnummer, in geval van een digitaal identificatieformulier start het unieke volgnummer met een drielettercode die het systeem identificeert waarmee het identificatieformulier werd aangemaakt;
datum van vervoer;  
naam en adres van de afvalstoffenproducent en het adres van verzending van de afvalstoffen; 
naam, adres en registratienummer van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, indien van toepassing; 
naam, adres en registratienummer van de vervoerders; 
naam, adres en ondernemingsnummer van de verwerker, met vermelding van de aard van de verwerking (R- of D-code, vermeld in afdeling 4.2);  
omschrijving, hoeveelheid in ton en de EURAL-codes van de afvalstoffen, vermeld in bijlage 2.1.  
vanaf 1 januari 2023, de geo-locatie van de start van het transport en de geo-locatie van de afgifte van de afvalstoffen door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of –makelaar of de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen.

 

Het identificatieformulier voor gevaarlijke afvalstoffen bevat ten minste de volgende gegevens :

uniek volgnummer, in geval van een digitaal identificatieformulier start het unieke volgnummer met een drielettercode die het systeem identificeert waarmee het identificatieformulier werd aangemaakt;
datum van vervoer; 
naam en adres van de afvalstoffenproducent en het adres van verzending van de afvalstoffen; 
naam, adres en registratienummer van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, indien van toepassing; 
naam, adres en registratienummer van de vervoerders;  
naam, adres en ondernemingsnummer van de verwerker, met vermelding van de aard van de verwerking (R- of D-code, vermeld in afdeling 4.2) en de gebruikte techniek van de verwerking; 
omschrijving, hoeveelheid in ton, chemische samenstelling en de EURAL-codes van de afvalstoffen, vermeld bijlage 2.1;  
fysische eigenschappen van de afvalstoffen; 
type en aantal verpakkingen; 
10° speciale instructies voor het transport, indien van toepassing. 
11° vanaf 1 januari 2023, de geo-locatie van de start van het transport en de geo-locatie van de afgifte van de afvalstoffen door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of –makelaar of de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen.”.

 

De gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, moeten ingevuld worden vóór het vervoer aanvangt, en ze moeten worden ondertekend en gedateerd door de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen of door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of - makelaar. Als de hoeveelheid niet kan bepaald worden voor het vertrek, mag de hoeveelheid ingevuld worden op de plaats van bestemming en moet die hoeveelheid aan de producent bezorgd worden. De afvalstoffenproducent bewaart die aanvulling samen met het oorspronkelijke identificatieformulier.

 

§ 3.

Als verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, gelden voor het vervoer van de afvalstoffen het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument als identificatieformulier.

 

Bij de overbrenging voor nuttige toepassing van de afvalstoffen, vermeld in bijlagen III, IIIA en IIIB van de verordening, vermeld in het eerste lid, geldt het document, vermeld in bijlage VII van de verordening, als identificatieformulier.

 

§ 4.

Het identificatieformulier kan dienen als een afgiftebewijs als vermeld in artikel 25, § 2, van het Materialendecreet.

 

§ 5.

De afvalstoffenproducent ontvangt een kopie van het tot zover ingevulde identificatieformulier en bewaart die kopie gedurende een periode van minimaal vijf jaar.

 

§ 6.

Op de plaats van bestemming wordt het identificatieformulier door de verwerker gedateerd en voor ontvangst ondertekend. Hij ontvangt ter plaatse een kopie van het volledig ingevulde identificatieformulier en bewaart die kopie gedurende een periode van minimaal vijf jaar.

 

§ 7.

De afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft, de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar bewaart het originele, volledig ingevulde identificatieformulier gedurende een periode van minimaal vijf jaar.


Art. 6.1.1.3.

Inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en afvalstoffenproducenten die zelf regelingen treffen voor hun afvalstoffen, moeten de volgende algemene voorwaarden naleven :

de afvalstoffen moeten worden vervoerd naar een verwerker die vergund is voor de verwerking van die afvalstoffen. Als verschillende afvalstoffen gescheiden worden aangeboden, moet de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor elke afvalstof een gepaste verwerker kiezen; 
ze moeten zorgen voor een correct ingevuld identificatieformulier als vermeld in artikel 6.1.1.2; 
ze moeten een afvalstoffenregister bijhouden als vermeld in onderafdeling 7.2.1. 
als het afval niet door de afvalstoffenproducent wordt vervoerd, moet het vervoer van de afvalstoffen uitgevoerd worden door een vervoerder die geregistreerd is overeenkomstig artikel 6.1.2.1.

Art. 6.1.1.4.

Naast de algemene voorwaarden, vermeld in deze afdeling, moeten inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars bijkomend :

informatie verstrekken aan de afvalstoffenproducenten over de afvalstoffen die verplicht gescheiden moeten worden aangeboden, als vermeld in artikel 4.3.2 en 4.3.4, en die afzonderlijk moeten worden gehouden bij de inzameling. Zij moeten daarbij informatie geven op maat van de individuele klant of minstens op maat van de sector;
1°/1 bij het inzamelen, het handelen of het makelen van bedrijfsrestval met de afvalstoffenproducent een contract afsluiten, met daarin duidelijke vermelding van de fracties, vermeld in artikel 4.3.2, en hun vooropgestelde inzamelwijze. Bij een aanpassing van de fracties vermeld in artikel 4.3.2 moet elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval deze contracten met zijn klanten stapsgewijs aanpassen vanaf de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen: minstens 50% van de contracten moeten aangepast zijn na één jaar, minstens 75% na twee jaar en 100% na drie jaar. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval moet elk inzamelrecipiënt minstens visueel inspecteren op de sorteerplicht, vermeld in artikel 4.3.2. Bij vaststelling van non-conformiteiten moet de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die bedrijfsrestafval inzamelt, handelen volgens een interne schriftelijke of digitale non-conformiteitsprocedure. Daarbij moet hij minstens de afvalstoffenproducent wijzen op zijn sorteerfouten en mag afval geweigerd worden. [...]
1°/2 met de afvalstoffenproducent een contract afsluiten waarin de samengevoegde fracties worden gespecifieerd, als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar verschillende droge, niet-gevaarlijke afvalfracties in één recipiënt inzamelt, handelt of makelt als vermeld in artikel 4.3.2, derde lid;
beschikken over en werken volgens een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem, indien zij gevaarlijk afval inzamelen of erin handelen of makelen. 
het gemeentelijk politiereglement over de inzameling van het huishoudelijk textielafval naleven.

 

Het eerste lid, 1°/1, is niet van toepassing als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

het bedrijfsrestafval van de afvalstoffenproducent is vergelijkbaar naar aard, samenstelling en hoeveelheid met huishoudelijke afvalstoffen;
het bedrijfsrestafval van de afvalstoffenproducent wordt ingezameld in één ronde samen met huishoudelijk afval.
voor de inzameling van het bedrijfsrestafval worden de kosten aangerekend overeenkomstig artikel 10 van het Materialendecreet.

 

In afwijking van het eerste lid, 2°, geldt dat de OVAM niet hoeft te beschikken over een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem en geen keuring hoeft te laten uitvoeren als vermeld in artikel 6.1.1.6, § 2, voor het inzamelen, handelen en makelen van afvalstoffen die afkomstig zijn van ambtshalve verwijderingen en ambtshalve saneringen die in opdracht van de OVAM worden uitgevoerd binnen het kader van haar decretale opdracht.

 

In afwijking van het eerste lid, 2°, geldt dat de kennisgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, niet hoeft te beschikken over een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem en geen keuring hoeft te laten uitvoeren als vermeld in artikel 6.1.1.6, § 2, voor de transporten waarvoor een goedgekeurde kennisgeving is gedaan.

 

De minister kan voor bepaalde niet-gevaarlijke afvalstoffen of voor bepaalde bedrijfssectoren specifieke voorwaarden vaststellen, waaronder de verplichting te beschikken over en te werken volgens een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem.


Art. 6.1.1.4/1.

Naast de algemene voorwaarden, vermeld in deze afdeling, moeten inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en afvalstoffenproducenten van verontreinigde bodemmaterialen in het kader van de controle op de volumebalans van de bodemmaterialen, afkomstig van grond-, bagger- of ruimingswerken aan de erkende bodembeheerorganisaties kunnen aantonen dat de verontreinigde bodemmaterialen naar een vergunde verwerker zijn
afgevoerd.

 

Voor de bodemmaterialen die buiten het Vlaamse Gewest worden toegepast, moeten inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en afvalstoffenproducenten kunnen aantonen dat de bodemmaterialen zijn overgebracht naar een inrichting die volgens de wetgeving die daar geldt, gemachtigd is om die bodemmaterialen te aanvaarden.


Art. 6.1.1.5.

Het kwaliteitsborgingssysteem bevat naast maatregelen die de naleving van de algemene en specifieke voorwaarden uit deze onderafdeling garanderen, maatregelen die de naleving van andere voorwaarden voor specifieke afvalstoffen als vermeld in dit besluit, waarborgen.

 

Het kwaliteitsborgingssysteem is gebaseerd op het principe van risicoanalyse, integraal ketenbeheer, traceerbaarheid en zelfcontrole. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar moet zijn kwaliteitsborgingssysteem in al zijn vestigingen beschikbaar houden voor keuring en administratieve controle. Een kopie van het kwaliteitsborgingssysteem kan altijd opgevraagd worden voor administratieve controle.

 

Het kwaliteitsborgingssysteem is van toepassing op alle exploitatiezetels van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar. Het kwaliteitsborgingssysteem bevat minstens de volgende onderdelen :

een werkmethode die aangeeft op welke wijze getoetst wordt of de geaccepteerde afvalstoffen stroken met de eigen registratie als afvalstoffenhandelaar of -makelaar; 
richtlijnen die aangeven hoe de aard, samenstelling en verpakking van de geaccepteerde afvalstoffen worden beoordeeld en bijgestuurd indien nodig; 
een werkmethode die aangeeft op welke wijze verzekerd wordt dat de afvalstoffenproducenten de nodige inlichtingen krijgen over de afvalstoffen die zij verplicht gescheiden moeten aanbieden; 
een werkmethode die weergeeft hoe een geschikte vervoerder gecontacteerd wordt naargelang de aard van de afvalstoffen en de wijze van aanbieding van de afvalstoffen; 
een werkmethode die aangeeft op welke wijze de traceerbaarheid van de afvalstoffen van bij de afvalstoffenproducent over het vervoer tot bij de vergunde verwerker wordt verzekerd, met daarin onder meer richtlijnen voor het invullen van een identificatieformulier, richtlijnen voor de verspreiding van het identificatieformulier, een beschrijving van de manier waarop de administratieve medewerkers worden opgeleid en waarop ingeschakelde vervoerders worden geïnstrueerd om de formulieren correct in te vullen; 
een werkmethode die aangeeft op welke manier het afvalstoffenregister wordt bijgehouden, welke data dat register bevat en waar dat register ter inzage ligt; 
 een werkmethode die aangeeft op welke wijze wordt nagegaan dat de gekozen bestemmeling vergund of erkend is voor de aanvaarding van de aangeboden afvalstoffen; 
een werkmethode die wettelijke bepalingen over de bestemmingsmogelijkheden en de verwerkingshiërarchie van de afvalstoffen omzet in richtlijnen voor de verantwoordelijke werknemers; 
9° voor elk onderdeel van het kwaliteitsborgingssysteem een oplijsting van de verantwoordelijken. 

 


Art. 6.1.1.6.

§ 1.

[...]

 

§ 2.

De inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars die over een kwaliteitsborgingssysteem moeten beschikken op grond van artikel 6.1.1.4, moeten een keuring ondergaan door een onafhankelijke keuringsinstelling om het kwaliteitsborgingssysteem op te volgen en te evalueren.

 

De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die voor de eerste keer geregistreerd wordt overeenkomstig onderafdeling 6.1.3, zal binnen twee jaar nadat hij de registratie heeft gekregen, een keuring laten uitvoeren door een onafhankelijke keuringsinstelling.

 

De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die een verlenging van een bestaande registratie aanvraagt, moet beschikken over een keuring die jonger is dan vier jaar. [...]

 

Om de vier jaar wordt een nieuwe keuring van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar uitgevoerd. De keuringsinstelling stelt het verslag van elke keuring binnen twee maanden na de keuring elektronisch ter beschikking van de OVAM. De keuringsinstellingen gebruiken daarvoor het loket keuringsinstellingen in de registratietoepassing van de OVAM. Die registratietoepassing wordt ter beschikking gesteld via de website van de OVAM.

 

Tijdens de keuring wordt onderzocht of het kwaliteitsborgingssysteem alle voorwaarden dekt, of het toereikend is om ervoor te zorgen dat alle wettelijke voorwaarden in de praktijk worden nageleefd, en of het in de praktijk wordt toegepast.

 

De OVAM maakt een code van goede praktijk op over de werkwijze die de onafhankelijke keuringsinstellingen moeten volgen bij de keuringen. De OVAM brengt de onafhankelijke keuringsinstellingen tijdig op de hoogte van elke wijziging in de code van goede praktijk.

 

De minister legt de specifieke kwalificatievereisten vast voor de keuringsinstellingen en bepaalt de vorm en inhoud van een lijst van keuringsinstellingen. De minister kan de OVAM machtigen het beheer van de lijst van de keuringsinstellingen op zich te nemen, de rapporteringsprocedure voor de keuringsinstellingen vast te leggen en een evaluatie en controle door te voeren. De minister stelt daarvoor de te volgen werkwijze vast. Het niet-naleven van de vereisten of de code van goede praktijk leidt tot een schrapping door de OVAM van de keuringsinstellingen van de lijst. De keuringsinstelling wordt daarvan op de hoogte gebracht met een beveiligde zending. De keuringsinstelling kan vanaf dan gedurende een maand gehoord worden en verweermiddelen aanbrengen.