BIJLAGE 2.3.1. VOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN GEBRUIK ALS MESTSTOF OF BODEMVERBETEREND MIDDEL

BIJLAGE2.3.1.A SAMENSTELLINGSVOORWAARDEN MAXIMUMGEHALTEN AAN VERONTREINIGENDE STOFFEN

METALEN (1)

PARAMETERS

TOTAALCONCENTRATIE (2)

(mg/kg droge stof)

Arseen (As)

20

Cadmium (Cd)

6

Chroom (Cr)

150

Koper (Cu)

800

Kwik (Hg)

1

Lood (Pb)

300

Nikkel (Ni)

100

Zink (Zn)

1500

(1)  De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.

(2)  Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

 

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN

PARAMETERS

TOTAALCONCENTRATIE (3)

mg/kg droge stof)

Acenafteen

10

Acenaftyleen

10

Antraceen

5

Benzo(a)antraceen

3

Benzo(a)pyreen

3

Benzo(ghi)peryleen

5

Benzo(b)fluoranteen

10

Benzo(k)fluoranteen

5

Chryseen

3

Dibenzo(a,h)antraceen

5

Fenantreen

10

Fluoranteen

10

Fluoreen

10

Indeno(1,2,3cd)pyreen

5

Naftaleen

3

Pyreen

3

(3)  Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

 

 

OVERIGE   ORGANISCHE STOFFEN

PARAMETERS

TOTAALCONCENTRATIE (3)

(mg/kg droge stof)

Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5- Tetrachloorbenzeen

4

1,2,3,4-Tetrachloorbenzeen

2

Pentachloorbenzeen

1.5

Hexachloorbenzeen

0.5

Minerale olie C10-C20

560

Minerale olie C20-C40

5600

Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)

0,6

(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

BIJLAGE2.3.1.B SAMENSTELLINGSVOORWAARDEN MAXIMUMGEHALTEN AAN VERONTREINIGDE STOFFEN VOOR GRONDSTOFFEN MET < 2 % DROGE STOF PER LITER

METALEN (1)

PARAMETERS

TOTAALCONCENTRATIE (2) (mg/liter)

Arseen (As)

0.4

Cadmium (Cd)

0.12

Chroom (Cr)

3

Koper (Cu)

16

Kwik (Hg)

0.02

Lood (Pb)

6

Nikkel (Ni)

2

Zink (Zn)

30

(1)  De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.

(2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

  

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN

PARAMETERS

TOTAALCONCENTRATIE (3) µg/liter)

Acenafteen

200

Acenaftyleen

200

Antraceen

100

Benzo(a)antraceen

60

Benzo(a)pyreen

60

Benzo(ghi)peryleen

100

Benzo(b)fluoranteen

200

Benzo(k)fluoranteen

100

Chryseen

60

Dibenzo(a,h)antraceen

100

Fenantreen

200

Fluoranteen

200

Fluoreen 200
Indeno(1,2,3cd)pyreen 100
Naftaleen 60
Pyreen 60

(3)  Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

 

OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN

PARAMETERS

TOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/liter)

Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5- Tetrachloorbenzeen

80

1,2,3,4-Tetrachloorbenzeen

40

Pentachloorbenzeen

30

Hexachloorbenzeen

10

Minerale olie C10-C20

11.2 mg/liter

Minerale olie C20-C40

112 mg/liter

Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)

12

(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

BIJLAGE2.3.1.C VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK ALS MESTSTOF OF BODEMVERBETEREND MIDDEL, MAXIMAAL TOELAATBARE DOSERING AAN VERONTREINIGENDE STOFFEN

METALEN (1)

PARAMETERS

DOSERING (g/ha/jaar) (2)

Arseen (As)

40

Cadmium (Cd)

12

Chroom (Cr)

300

Koper (Cu)

1600

Kwik (Hg)

2

Lood (Pb)

600

Nikkel (Ni)

200

Zink (Zn)

3000

(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan, uitgedrukt als metaal.

(2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

 

 

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN

PARAMETERS

DOSERING (g/ha/jaar) (3)

Acenafteen

20

Acenaftyleen

20

Antraceen

10

Benzo(a)antraceen

6

Benzo(a)pyreen

6

Benzo(ghi)peryleen

10

Benzo(b)fluoranteen

20

Benzo(k)fluoranteen

10

Chryseen

6

Dibenzo(a,h)antraceen

10

Fenantreen

20

Fluoranteen

20

Fluoreen

20

Indeno(1,2,3cd)pyreen

10

Naftaleen

6

Pyreen

6

(3)  Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

 

OVERIGE   ORGANISCHE STOFFEN

PARAMETERS

DOSERING (g/ha/jaar) (3)

Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5- Tetrachloorbenzeen

8

1,2,3,4-Tetrachloorbenzeen

4

Minerale olie C10-C20

1120

Minerale olie C20-C40

11200

Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)

1.2

(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).

 

BIJLAGE2.3.1.D SPECIFIEKE VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK VAN BEHANDELD ZUIVERINGSSLIB ALS MESTSTOF OF BODEMVERBETEREND MIDDEL

BEHANDELING ZUIVERINGSSLIB 

Zuiveringsslib dat bestemd is om overeenkomstig het Materialendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan gebruikt te worden als meststof of als bodemverbeterend middel, moet behandeld worden op één of meer van de volgende wijzen :

  a) een mesofiele anaerobe vergisting bij een temperatuur van 35°C en een gemiddelde verblijftijd van 15 dagen; 
  b) een vloeibare opslag bij omgevingstemperatuur als een batch, zonder toevoeging of onttrekking van slib gedurende de opslagperiode van drie maanden. Het aantal Escherichia Coli in het slib moet ten minste met een factor 100 beperkt worden; 
  c) een aerobe stabilisatie bij een minimaal gehalte aan opgeloste zuurstof van meer dan 1 ppm. Die stabilisatie kan uitgevoerd worden :  
    1) ofwel binnen dezelfde bekkens als de afvalwaterzuivering zelf, bij een slibbelasting < of = 0,06 kg BOD/kg slib/dag of een volumebelasting < of = 0,25 kg BOD/m3/dag;  
    2) ofwel in een afzonderlijk daarvoor gereserveerd bekken, bij een hydraulische verblijftijd van 10 dagen; 
  d) een toevoeging en menging met kalk tot een homogeen mengsel wordt verkregen met een pH > 12 onmiddellijk na het bekalken; de pH moet gedurende minstens 24 uur groter dan of gelijk aan 12 worden gehouden; 
  e) een thermische droging waarbij de temperatuur van de slibdeeltjes hoger is dan 80°C en het watergehalte tot minder dan 10 % beperkt wordt.  
 

Bij de behandeling worden de relevante procesparameters ten minste dagelijks gemeten. Die meting wordt continu uitgevoerd tenzij dat praktisch niet mogelijk is.
 

De OVAM kan andere behandelingstechnieken toestaan als de exploitant aantoont dat het resultaat van de behandeling minstens gelijkwaardig is aan het resultaat van de hierboven vermelde behandelingswijzen. Bij alternatieve behandelingswijzen zijn de bepalingen voor de relevante procesparameters ook van toepassing.  

BEMONSTERING BEHANDELD ZUIVERINGSSLIB

Het zuiveringsslib moet worden bemonsterd na behandeling, maar vóór levering aan de gebruiker, en moet representatief zijn voor het geproduceerde zuiveringsslib. 

ANALYSE BEHANDELD ZUIVERINGSSLIB 

Als algemene regel geldt dat behandeld zuiveringsslib ten minste om de zes maanden moet worden geanalyseerd. Als zich veranderingen in de kwaliteit van het behandelde afvalwater voordoen, wordt de frequentie van die analyses verhoogd.

 

Onverminderd de parameters, opgesomd in bijlage 2.3.1.A., moeten de volgende parameters worden geanalyseerd :

  a) droge stof; 
  b) zuurtegraad; 
  c) organische stof; 
  d) stikstof; 
  e) difosforpentoxide.  
  De analyse wordt uitgevoerd volgens methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse. 

BODEMBEMONSTERING 

De te analyseren representatieve monsters worden normaal gezien gemaakt door menging van ten minste 25 afzonderlijke bodemmonsters, genomen uit een homogeen geëxploiteerde oppervlakte van ten hoogste 5 ha. De afzonderlijke monsters moeten worden genomen op een diepte van 25 cm, behalve als de diepte van de ploeglaag geringer is, maar zonder dat de bemonsteringsdiepte in dat geval minder dan 10 cm bedraagt.

BODEMANALYSE 

Bodemmonsters worden geanalyseerd voor de zuurtegraad, arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, nikkel, lood, zink. De analyse wordt uitgevoerd volgens methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse.

 

BIJLAGE2.3.1.E

METALEN (1)

MAXIMUM CONCENTRATIE IN STANDAARDBODEM (2)
(mg/kg droge stof)

Arseen (As)

35

Cadmium (Cd)

1,2

Chroom (Cr)

91

Koper (Cu)

72

Kwik (Hg)

1.5

Lood (Pb)

120

Nikkel (Ni)

56

Zink (Zn)

200

 

(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.

 

De totaalconcentratie aan metalen wordt bepaald volgens het compendium voor monsterneming en analyse.

 

(2) Standaardbodem bezit een gehalte van 10 % klei op de minerale bestanddelen en een gehalte van 2 % organisch materiaal op de luchtdroge bodem.

 

De maximumconcentratie in de bodem waarop nog behandeld zuiveringsslib gebruikt mag worden, is voor arseen, cadmium, koper en zink afhankelijk van de kenmerken van de bodem. De voormelde maximumconcentraties worden omgerekend naar de gemeten gehalten aan klei en/of organisch materiaal en/of pH-KCl in een representatief staal van de ontvangende bodem.

 

De omrekening voor arseen, cadmium, koper en zink wordt gemaakt op basis van de formules voor richtwaarden bodemkwaliteit, zoals opgenomen in bijlage II van het VLAREBO.

 

De omrekening voor koper wordt gemaakt met de volgende beperking van de randvoorwaarden :

als het gehalte klei hoger is dan 20 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte aan klei van 20 %; 
als het gehalte organische materiaal hoger is dan 5 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte organisch materiaal van 5 %; 

3° 

als de pH-KCl hoger is dan 6.5, dan wordt gerekend met een veronderstelde pH-KCl van 6.5.  

 

De omrekening voor zink wordt gemaakt met de volgende beperking van de randvoorwaarden :

als het gehalte klei hoger is dan 14 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte aan klei van 14 %; 
als het gehalte organische materiaal hoger is dan 3 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte organisch materiaal van 3 %; 
als de pH-KCl hoger is dan 5, dan wordt gerekend met een veronderstelde pH-KCl van 5.