Art. 4. Preventie

1

De lidstaten dragen er zorg voor dat EEA die in de handel wordt gebracht, met inbegrip van kabels en reserveonderdelen voor de reparatie, het hergebruik, het aanpassen van functionele aspecten of het verbeteren van de capaciteit van deze apparatuur, geen van de in bijlageáII genoemde stoffen bevat.

2

Met het oog op deze richtlijn wordt in homogene materialen niet meer dan de in bijlageáII genoemde maximale concentratiewaarde in gewichtsprocent getolereerd. De Commissie stelt door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikelá20 en onderworpen aan de voorwaarden die worden gesteld in de artikelená21 en 22, gedetailleerde regels voor de naleving van deze maximale concentratiewaarden vast, onder meer rekening houdende met de coating.

3 [

Lidá1 is van toepassing op medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur die vanaf 22ájuli 2014 in de handel worden gebracht, op medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die vanaf 22ájuli 2016 in de handel worden gebracht, op industriŰle meet- en regelapparatuur die vanaf 22ájuli 2017 in de handel wordt gebracht en op alle andere EEA die buiten het toepassingsgebied van Richtlijná2002/95/EG viel en vanaf 22ájuli 2019 in de handel wordt gebracht.
]

4

Lidá1 is niet van toepassing op kabels of reserveonderdelen voor de reparatie, het hergebruik, het aanpassen van de functionele aspecten of het verbeteren van de capaciteit van:
a)
vˇˇr 1ájuli 2006 in de handel gebrachte EEA;
b)
vˇˇr 22ájuli 2014 in de handel gebrachte medische hulpmiddelen;
c)
vˇˇr 22ájuli 2016 in de handel gebrachte medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek;
d)
vˇˇr 22ájuli 2014 in de handel gebrachte meet- en regelapparatuur;
e)
vˇˇr 22ájuli 2017 in de handel gebrachte industriŰle meet- en regelapparatuur;
ebis)
[alle andere EEA die niet onder het toepassingsgebied van Richtlijná2002/95/EG viel en vˇˇr 22ájuli 2019 in de handel is gebracht;]
f)
EEA die voordeel gehad heeft van een verleende vrijstelling en die voor het verstrijken van die uitzondering in de handel is gebracht, voor zover het die specifieke vrijstelling betreft.

5 [

Mits het hergebruik plaatsvindt in controleerbare, gesloten business-to-business inruilsystemen en de consument in kennis wordt gesteld van het hergebruik van reserveonderdelen, is lidá1 niet van toepassing op hergebruikte reserveonderdelen die:
a)
worden herwonnen uit EEA die vˇˇr 1ájuli 2006 in de handel is gebracht en worden gebruikt in EEA die vˇˇr 1ájuli 2016 in de handel is gebracht;
b)
worden herwonnen uit medische hulpmiddelen of meet- en regelapparatuur die vˇˇr 22ájuli 2014 in de handel zijn gebracht en worden gebruikt in EEA die vˇˇr 22ájuli 2024 in de handel is gebracht;
c)
worden herwonnen uit medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die vˇˇr 22ájuli 2016 in de handel zijn gebracht en worden gebruikt in EEA die vˇˇr 22ájuli 2026 in de handel is gebracht;
d)
worden herwonnen uit industriŰle meet- en regelapparatuur die vˇˇr 22ájuli 2017 in de handel is gebracht en worden gebruikt in EEA die vˇˇr 22ájuli 2027 in de handel is gebracht;
e)
worden herwonnen uit alle overige EEA die buiten het toepassingsgebied van Richtlijná2002/95/EG viel en die vˇˇr 22ájuli 2019 in de handel is gebracht en worden gebruikt in EEA die vˇˇr 22ájuli 2029 in de handel is gebracht.
]

6

Lidá1 geldt niet voor de in de bijlagenáIII en IV genoemde toepassingen.