Art. 25.

§ 1

De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, de nodige maatregelen om in GEN, bij voorrang ten opzichte van de andere functies in het gebied, en in GENO, rekening houdend met de overige functies in het gebied, de natuur en het natuurlijk milieu te behouden, te herstellen en te ontwikkelen.

 

Naast de maatregelen vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 4 van dit hoofdstuk en hoofdstuk VI en onverminderd hetgeen bepaald wordt in het eerste lid, hebben deze maatregelen betrekking op :

het bevorderen van een natuurgerichte bosbouw en het instellen van bosreservaten, in overeenstemming met de bepalingen van het Bosdecreet;
het behouden, herstellen en/of op natuurelementen met een hoge natuurkwaliteit afstemmen van de waterhuishouding, ondermeer de waterkwaliteit, de waterkwantiteit en de natuurlijke structuur van de waterlopen en hun randzones, zonder dat dit disproportionele gevolgen heeft op de omliggende gebieden;
het beschermen van de insijpelingsgebieden van het grondwater;
het behouden en herstellen van het microreliëf en de structuur van het landschap;
het recreatieve medegebruik;
het agrarisch medegebruik;
het beheer van de natuurwaarden gedurende of na afloop van de economische of andere activiteiten die in het gebied plaatsvinden, rekening houdend met cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied. 

 

 

§ 2

[...]

 

§ 3

In de GEN en de GENO gelden de volgende voorschriften :

het gebruik van meststoffen wordt geregeld overeenkomstig het Mestdecreet;
behoudens individuele ontheffing, verleend door het Agentschap voor Natuur en Bos of algemene ontheffing, is het verboden : 
1) pesticiden te gebruiken op percelen waar de bemesting conform artikel 41bis en 41ter van het Mestdecreet beperkt is tot rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, tot twee grootvee-eenheden per hectare op jaarbasis, invoorkomend geval vermeerderd met een supplementaire bemesting van maximaal 100 kg stikstof uit kunstmest per hectare per jaar. De Vlaamse Regering kan, voor bepaalde gevallen van percelen die niet onder dit verbod vallen, de modaliteiten of de middelen voor het gebruik van pesticiden nader specificeren, zonder dat ze echter tot een volledig verbod kan overgaan;
2) in toepassing van een goedgekeurd beheersplan conform het bosdecreet van 13 juni 1990 of met toepassing van een natuurbeheerplan conform dit decreet, de vegetatie, met inbegrip van meerjarige cultuurgewassen of van kleine landschapselementen te wijzigen;
3) het reliëf van de bodem te wijzigen;
4) werkzaamheden uit te voeren die rechtstreeks of onrechtstreeks het grondwaterpeil verlagen, alsook maatregelen die de bestaande ont- en afwatering versterken;
5) de structuur van de waterlopen te wijzigen.

 

Met behoud van de toepassing van artikel 16, artikel 26bis en artikel 36ter, § 3 tot en met § 6, kunnen samenhangende of periodiek terugkerende ontheffingsplichtige activiteiten, in één ontheffing worden toegestaan voor zover de aard, de locatie en de omvang en de frequentie van elk van die ontheffingsplichtige activiteiten duidelijk omschreven wordt. 

 

De Vlaamse regering bepaalt na advies van MINA-Raad, de voorwaarden en de procedure, de termijn en de beroepsprocedure tot het verlenen van ontheffingen zoals bedoeld in § 3, 2° van dit artikel.

 

De Vlaamse regering kan onverminderd de toepassing van artikelen 18 en 19 voor de bestaande vergunde drinkwaterwinningen en de bijhorende vergunde capaciteit een algemene ontheffing verlenen op de verbodsbepaling inzake het uitvoeren van werkzaamheden die rechtstreeks of onrechtstreeks het grondwaterpeil verlagen.