Art. 27.

§ 1

Het IVON is een geheel van gebieden waarin de administratieve overheid, binnen haar bevoegdheden, zorg draagt voor het behoud van de aanwezige natuurwaarden, maatregelen neemt ter bevordering en versterking van die natuurwaarden, alsook stimulerende maatregelen neemt ter bevordering van de biologische diversiteit.

 

Deze maatregelen mogen de landbouw- en bosbouwexploitatie binnen het daartoe bestemd gebied niet regelen, tenzij via het instrument van de beheersovereenkomsten conform artikelen 45 en 46.

 

§ 2

Het IVON omvat de volgende onderdelen :

natuurverwevingsgebieden : dit zijn aaneengesloten gebieden waarin verschillende functies voorkomen en die gekenmerkt zijn door de aanwezigheid van hoge natuurwaarden, waarvan de duurzaamheid kan worden bereikt door het realiseren van het standstill-beginsel, het instandhouden en herstellen van de structuurkenmerken van de waterlopen, het instandhouden en herstellen van de waterhuishouding, het reliëf en de bodem en het bevorderen van het onderhoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden.
Als natuurverwevingsgebied kunnen worden aangeduid alle in artikel 20 aangeduide gebieden alsook de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden en recreatiegebieden met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996.
De Vlaamse regering bakent binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van dit decreet een effectief te realiseren oppervlakte van 150.000 ha natuurverwevingsgebieden af .
natuurverbindingsgebieden : dit zijn gebieden die ongeacht hun oppervlakte van belang zijn voor de migratie van planten en dieren tussen de gebieden van het VEN en/of natuurreservaten en die strook- of lijnvormig zijn met een aaneenschakeling van kleine landschapselementen.

 

 

§ 3

Elk natuurverwevingsgebied dat de Vlaamse regering in overdruk afbakent overeenkomstig de wetgeving betreffende de ruimtelijke ordening in een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, wordt van rechtswege beschouwd als natuurverwevingsgebied in de zin van dit decreet.


Elk natuurverbindingsgebied of met dit gebied vergelijkbaar gebied dat de Provincieraad afbakent overeenkomstig de wetgeving betreffende de ruimtelijke ordening in een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, wordt van rechtswege beschouwd als natuurverbindingsgebied in de zin van dit decreet.


Een volgens artikel 30, § 1, vastgesteld afbakeningsplan wordt van rechtswege opgeheven voor een onderdeel waarvoor later een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in werking treedt dat aan dit onderdeel een bestemming geeft waardoor dit laatste niet meer krachtens artikel 27, § 2 van dit decreet zou kunnen worden aangeduid als onderdeel van het natuurverwevingsgebied. Het aldus opgeheven onderdeel van het afbakeningsplan herneemt zijn rechtskracht indien en in de mate het bedoelde ruimtelijk uitvoeringsplan door de Raad van State wordt geschorst of vernietigd.

 

Een volgens artikel 30, § 2, vastgesteld afbakeningsplan van een natuurverbindingsgebied kan worden opgeheven door een gewestelijk of een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan of door afbakeningen op basis van artikelen 21 of 30, § 1.