Afdeling 3bis.
De speciale beschermingszones


Art. 36bis.

§ 1

De Vlaamse regering stelt, op voorstel van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, de gebieden die in aanmerking komen als speciale beschermingszone voorlopig vast via een vaststellingsbesluit.


Het voorlopige vaststellingsbesluit bevat een grafisch plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het besluit van toepassing is, evenals een wetenschappelijke omschrijving en een situering van het gebied of de gebieden. De Vlaamse regering kan de nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud en de vorm van dit besluit.


Voor de speciale beschermingszones in toepassing van de Habitatrichtlijn gebeurt de voorlopige vaststelling op grond van de criteria van bijlage V van dit decreet en van de relevante wetenschappelijke gegevens.


Voor de speciale beschermingszones in toepassing van de Vogelrichtlijn worden de gebieden aangewezen die naar aantal en oppervlakte het meest geschikt zijn voor de instandhouding van :

- de soorten van bijlage IV van dit decreet;
- de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende trekvogels, waarbij rekening wordt gehouden met hun behoefte aan bescherming ten aanzien van hun broed-, rui-, foerageer- en overwinteringsgebieden en de rustplaatsen in hun trekzones.

 

 

§ 2

De Vlaamse regering onderwerpt het voorlopige vaststellingsbesluit aan een openbaar onderzoek dat binnen 30 dagen na de voorlopige vaststelling minstens wordt aangekondigd door :

aanplakking in elke gemeente waarop de bedoelde vaststelling geheel of gedeeltelijk betrekking heeft;
een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie dagbladen die in het Vlaamse Gewest worden verspreid;
een bericht dat driemaal door de openbare radio en televisie wordt uitgezonden.

 

Deze aankondiging vermeldt minstens :

de gemeenten waarop de bedoelde vaststelling geheel of gedeeltelijk betrekking heeft;
waar het voorlopige vaststellingsbesluit en de in § 3 bedoelde nota ter inzage liggen;
de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
het adres van het Agentschap voor Natuur en Bos waar adviezen, opmerkingen en bezwaren, vermeld in § 4, dienen toe te komen of kunnen worden afgegeven, en de vermelding dat opmerkingen en bezwaren ook kunnen worden afgegeven op het gemeentehuis van de gemeenten waarop de bedoelde vaststelling geheel of gedeeltelijk betrekking heeft.

 

§ 3

Na de aankondiging wordt het voorlopige vaststellingsbesluit samen met een nota betreffende de gevolgde methode voor afbakening van de voorlopig vastgestelde gebieden gedurende 60 dagen ter inzage gelegd in het gemeentehuis van elke gemeente waarop de bedoelde vaststelling geheel of gedeeltelijk betrekking heeft.

 

§ 4

Opmerkingen en bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek per aangetekende brief toegezonden aan het Agentschap voor Natuur en Bos of afgegeven tegen ontvangstbewijs.


De bezwaren en opmerkingen kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn aan het gemeentehuis van elke gemeente bedoeld in § 2, eerste lid, 1°, worden afgegeven tegen ontvangstbewijs of mondeling worden meegedeeld aan de burgemeester of zijn gemachtigde ambtenaar die hiervan een proces verbaal opmaakt. De gemeente bezorgt in dat geval uiterlijk de tiende werkdag na het openbaar onderzoek, de bezwaren en opmerkingen aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Met bezwaren en opmerkingen die laattijdig aan het Agentschap voor Natuur en Bos worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden. De Vlaamse regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het ontvangen en bijhouden van bezwaren en opmerkingen door de gemeente en met betrekking tot de wijze waarop deze aan het Agentschap voor Natuur en Bos worden bezorgd.


De administratie bevoegd voor de ruimtelijke ordening kan aan het Agentschap voor Natuur en Bos een advies bezorgen uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek.

 

§ 5

Het Agentschap voor Natuur en Bos bundelt en coördineert alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen 90 dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de Vlaamse regering. Dit advies omvat tevens het advies van het Instituut om na te gaan of de voorgestelde wijzigingen aan de gebieden die in aanmerking komen als speciale beschermingszone, voldoen aan de criteria vermeld in § 1, derde of vierde lid.


Samen met het gemotiveerd advies bezorgt het Agentschap voor Natuur en Bos de Vlaamse regering de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren.

 

§ 6

De Vlaamse regering stelt binnen 150 dagen na het einde van het openbaar onderzoek de gebieden die in aanmerking komen als speciale beschermingszone definitief vast.


Bij de definitieve vaststelling van de gebieden bedoeld in het eerste lid kunnen ten opzichte van het voorlopige vaststellingsbesluit slechts wijzigingen worden aangebracht, die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen of de adviezen, en dit telkens voor zover hierbij de bepalingen van § 1, derde of vierde lid, worden in acht genomen.


De definitieve vaststelling van de gebieden bedoeld in het eerste lid kan echter geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vaststellingsbesluit.

 

§ 7

Het definitieve vaststellingsbesluit wordt door de Vlaamse regering bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad binnen 30 dagen na de definitieve vaststelling.


Het besluit treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking. De kaarten hebben voorrang op het tekstgedeelte.


De Vlaamse regering stuurt een afschrift van het definitieve vaststellingsbesluit naar de betrokken provincie(s) en gemeenten, waar het kan worden ingekeken.


Voor de speciale beschermingszones in toepassing van de Vogelrichtlijn vormt het definitieve vaststellingsbesluit tevens het aanwijzingsbesluit zoals bedoeld in § 9.

 

§ 8

Binnen de termijn bedoeld in § 7, tweede lid, zendt de Vlaamse regering het in § 7 bedoelde besluit toe aan de Europese Commissie.

 

§ 9

Nadat de Commissie een op grond van § 8 voorgelegd gebied van communautair belang heeft verklaard, wijst de Vlaamse Regering dit gebied zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen de zes jaar, bij besluit aan als speciale beschermingszone. Dit gebeurt met inachtneming van de bepalingen van § 1, tweede lid.


Dit aanwijzingsbesluit wordt door de Vlaamse regering bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.


Het aanwijzingsbesluit treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking. De kaarten hebben voorrang op het tekstgedeelte.


De Vlaamse regering stuurt een afschrift van het aanwijzingsbesluit aan de betrokken provincie(s) en gemeenten, waar het kan worden ingekeken.

 

§ 10

Het in § 9 bedoelde aanwijzingsbesluit vervangt vanaf zijn inwerkingtreding het in § 12 bedoelde besluit of het besluit houdende definitieve vaststelling van de gebieden bedoeld in § 6, eerste lid, wat betreft elk gebied dat het voorwerp uitmaakt van het eerstgenoemde besluit.


Binnen drie maanden nadat de Commissie beslist heeft een gebied dat definitief vastgesteld werd krachtens § 6 of dat het voorwerp uitmaakt van het in § 12 bedoelde besluit, niet van communautair belang te verklaren, heft de Vlaamse regering het betreffende besluit op voor zover het betrekking heeft op dat gebied. De Vlaamse regering stuurt een afschrift van het opheffingsbesluit naar de betrokken provincie(s) en gemeenten.

 

§ 11

Wat betreft de gebieden waarop de in artikel 5 van de Habitatrichtlijn bedoelde overlegprocedure betrekking heeft, neemt elke administratieve overheid, binnen haar bevoegheden, de nodige maatregelen om er gedurende de overlegperiode en in afwachting van een besluit van de Europese Raad een ernstige aantasting van de natuurkwaliteit te voorkomen. Op de gebieden die als gevolg van het overleg of krachtens het besluit van de Europese Raad geselecteerd zijn als gebied van communautair belang, zijn de bepalingen van § 9 van overeenkomstige toepassing.

 

§ 12

De gebieden bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2002 tot vaststelling van de gebieden die in uitvoering van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna aan de Europese Commissie zijn voorgesteld als speciale beschermingszones worden geacht definitief te zijn vastgesteld, in de zin van § 6.
 

 

§ 13

Elke zone bedoeld in artikel 1, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 oktober 1988 tot aanwijzing van speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de Vogelrichtlijn en elke in artikel 1, § 3, van dat besluit bedoelde zone voor zover het de in die paragraaf vermelde bestemmingsgebieden en de voor die zone vermelde habitats betreft, worden beschouwd als definitief vastgesteld, in de zin van § 6.

 

§ 14

De bepalingen van dit decreet voor de vaststelling van de gebieden die in aanmerking komen als speciale beschermingszone en voor de aanwijzing van de speciale beschermingszone, zijn eveneens van toepassing op de herziening ervan.

 

§ 15

Zodra een gebied dat in aanmerking komt als speciale beschermingszone definitief is vastgesteld in de zin van § 6 of § 12, wordt het voor de toepassing van de artikelen 13, § 4, 34, 36, 36ter, §§ 2 tot 6, 47 en 48 van dit decreet beschouwd als speciale beschermingszone.


Een gebied dat definitief is vastgesteld in de zin van § 6 of § 12, is tevens onderworpen aan artikel 19 van het Bosdecreet, artikel 16 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, artikel 13 van het decreet van 21 december 1998 houdende de oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, de artikelen 6, 70 en 71 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet en de artikelen 15ter, §§ 4 en 5, en 15sexies, § 1, van het Mestdecreet.


Art. 36ter.

§ 1

De administratieve overheid binnen de haar door de Vlaamse Regering opgelegde taken, en de natuurlijke personen of  die zakelijke rechten of persoonlijke rechten verwerven op  gronden  met financiële tussenkomst van een administratieve overheid in uitvoering van dit decreet en waarvoor ze over een goedgekeurd natuurbeheerplan type drie of type vier beschikken, nemen, in de speciale beschermingszones, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, de nodige instandhoudingsmaatregelen die steeds dienen te beantwoorden aan de ecologische vereisten van de typen habitats vermeld in bijlage I van dit decreet en de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de nodige instandhoudingmaatregelen en de ecologische vereisten, evenals een procedure voor vaststelling van de instandhoudingsdoelstellingen.

 

De  conform  het  eerste  lid  vastgestelde  instandhoudingsdoelstellingen  zijn  voor  een  administratieve  overheid bindend bij:

het nemen van beslissingen ter uitvoering van het eerste lid en paragraaf 2 van dit artikel;
het nemen van beslissingen of het verlenen van advies ter uitvoering van paragraaf 3 tot en met 6.

 

§ 2

De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, tevens alle nodige maatregelen om

a) elke verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de habitats van bijlage I van dit decreet en van de habitats van de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden;
b) elke betekenisvolle verstoring van een soort vermeld in de bijlagen II, III of IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden.

 

De Vlaamse regering stelt hiervoor nadere regels vast.

 

§ 3

Een vergunningsplichtige activiteit die, of een plan of programma dat, afzonderlijk of in combinatie met één of meerdere bestaande of voorgestelde activiteiten, plannen of programma's, een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan veroorzaken, dient onderworpen te worden aan een passende beoordeling wat betreft de betekenisvolle effecten voor de speciale beschermingszone.


De verplichting tot het uitvoeren van een passende beoordeling geldt ook indien wegens het verstrijken van de lopende vergunning van de vergunningsplichtige activiteit een nieuwe vergunning moet worden aangevraagd.


De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de passende beoordeling.


Voor een plan of programma zoals gedefinieerd in artikel 4.1.1, § 1, 4°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, alsook de wijziging ervan, waarvoor, gelet op het betekenisvolle effect op een speciale beschermingszone, een passende beoordeling is vereist, wordt is hoofdstuk II van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van toepassing.

 

Indien een vergunningsplichtige activiteit overeenkomstig artikel 4.3.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid onderworpen is aan de verplichting tot opmaak van een project-MER, wordt overeenkomstig hoofdstuk III van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid een project-MER opgemaakt.

 

Bij de opmaak van het plan-MER of het project-MER zal de passende beoordeling worden geïntegreerd in respectievelijk het plan-MER of het project-MER, dat respectievelijk wordt opgesteld overeenkomstig hoofdstuk II of hoofdstuk III van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De Vlaamse Regering kan nadere regels van integratie en herkenbaarheid van de passende beoordeling in het milieueffectrapport bepalen.


Indien een vergunningsplichtige activiteit of een plan of programma niet onderworpen is aan de verplichting tot milieueffectrapportage overeenkomstig de wetgeving in uitvoering van de project-MERrichtlijn of de plan-MERrichtlijn, vraagt de administratieve overheid steeds het advies van de administratie bevoegd voor het natuurbehoud.


De Vlaamse regering kan nadere regels vaststellen in verband met de inhoud en de vorm van de passende beoordeling.

 

§ 4

De overheid die over een vergunningsaanvraag, een plan of programma moet beslissen, mag de vergunning slechts toestaan of het plan of programma slechts goedkeuren indien het plan of programma of de uitvoering van de activiteit geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken speciale beschermingszone kan veroorzaken. De bevoegde overheid draagt er steeds zorg voor dat door het opleggen van voorwaarden er geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan ontstaan.

 

§ 5

In afwijking op de bepalingen van § 4, kan een vergunningsplichtige activiteit die of een plan of programma dat afzonderlijk of in combinatie met één of meer bestaande of voorgestelde activiteiten, plannen of programma's, een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan veroorzaken, slechts toegestaan of goedgekeurd worden

a) nadat is gebleken dat er voor de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone geen minder schadelijke alternatieve oplossingen zijn
en
b) omwille van dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. Wanneer de betrokken speciale beschermingszone of een deelgebied ervan, een gebied met een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort is, komen alleen argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten dan wel, na advies van de Europese Commissie, andere dwingende redenen van groot openbaar belang, in aanmerking.

 

De afwijking bedoeld in het voorgaande lid kan bovendien slechts toegestaan worden nadat voldaan is aan de volgende voorwaarden:

de nodige compenserende maatregelen genomen zijn en de nodige actieve instandhoudingsmaatregelen genomen zijn of worden die waarborgen dat de algehele samenhang van de speciale beschermingszone en -zones bewaard blijft;
de compenserende maatregelen zijn van die aard dat een evenwaardige habitat of het natuurlijk milieu ervan, van minstens een gelijkaardige oppervlakte in principe actief is ontwikkeld.

 

De Vlaamse regering kan nadere regels vaststellen voor het opstellen van een passende beoordeling van de effecten van de activiteit op de habitats, de habitats van een soort en op de soort of soorten waarvoor de speciale beschermingszone is aangewezen, voor het onderzoeken van minder schadelijke alternatieven en inzake de compenserende maatregelen.


De Vlaamse regering oordeelt over het bestaan van een dwingende reden van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard.


Elke beslissing in uitvoering van de afwijkingsprocedure van deze paragraaf, wordt met redenen omkleed.

 

§ 6

De overheid houdt bij haar beslissing over de voorgenomen actie, en in voorkomend geval ook bij de uitwerking ervan, rekening met het goedgekeurde milieueffectrapport, de passende beoordeling of het advies van de administratie bevoegd voor het natuurbehoud.


De overheid motiveert elke beslissing over de voorgenomen actie in het bijzonder op volgende punten :

de keuze voor de voorgenomen actie, een bepaald alternatief of bepaalde deelalternatieven;
de aanvaardbaarheid van de te verwachten betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone;
de in het milieueffectrapport, in de passende beoordeling of de in het advies van de administratie bevoegd voor het natuurbehoud voorgestelde compenserende maatregelen en actieve instandhoudingsmaatregelen.

 

Wordt deze beslissing genomen in het kader van een vergunningverlening of het verlenen van een toestemming of machtiging, dan deelt de overheid haar beslissing mee aan de aanvrager op dezelfde wijze als de beslissing op de aanvraag voor de vergunning of de toestemming of machtiging wordt meegedeeld.

 

§ 7

Voor de speciale beschermingszones kan de Vlaamse regering een specifieke regeling uitwerken voor de cumulatieve toepassing van de procedures voorzien in dit artikel en in de artikelen 13, 15 en 26bis.