Afdeling 4.
Algemene maatregelen voor de bescherming van het natuurlijk milieu


Onderafdeling A.
Verwerving


Art. 37.

§ 1

De Vlaamse grondenbank heeft het recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen:

  1. in het VEN, met uitzondering van de onroerende goederen uitgesloten door de Vlaamse Regering;
  2. binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, gelegen binnen de speciale beschermingszones
  3. in een door de Vlaamse Regering afgebakende perimeter binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening gelegen binnen het IVON;
  4. in de afbakening van een natuurinrichtingsproject.
  5. in de terreinen waar het agentschap het beheer heeft overgenomen met toepassing van artikel 16decies, § 1 en § 2;
  6. in een zoekzone afgebakend conform artikel 50septies, § 4, eerste lid, ongeacht de planologische bestemming in de goedgekeurde plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen. Van zodra een dergelijke zoekzone is afgebakend wordt het voorkooprecht dat conform punt 2° bestaat, opgeheven binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie.

Onverminderd artikel 8 van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten geldt dit voorkooprecht niet in geval van verkoop van het goed aan leden van erkende bosgroeperingen die voor 20 januari 1998 overeenkomstig artikel 85 van het bosdecreet van 13 juni 1990 werden erkend, voor zover het bovenvermelde goed deel uitmaakt van de kadastrale percelen waarop de erkenning betrekking heeft en de koper reeds onroerende goederen in eigendom of mede-eigendom heeft binnen de omschrijving van de bosgroepering.

 

[...]

 

§ 2

[...]

 

§ 3

[...]

 

§ 4

De Vlaamse regering kan de nodige maatregelen nemen om in geval het voorkooprecht wordt uitgeoefend op een verpacht perceel een vrijwillige grondruil mogelijk te maken."


Voor voormelde gronden kan slechts een einde gemaakt aan de lopende pacht bij het verstrijken van elke pachtperiode zoals voorzien in artikel 7, 9° van de pachtwet tenzij de pachter vroeger afstand doet van zijn pachtrecht.

 

§ 5

De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dit recht van voorkoop.

 

§ 6

Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dit recht van voorkoop.


Art. 38. [...]

Art. 39. [...]

Art. 40.

Bij verkoop van onroerende goederen die gelegen zijn in het VEN, in een door de Vlaamse regering afgebakende perimeter binnen de groen- en bosgebieden gelegen in het IVON [...] en in de afbakening van een natuurinrichtingsproject, hebben de erkende terreinbeherende natuurverenigingen voor de onroerende goederen die zij huren of in erfpacht hebben eveneens een recht van voorkoop.


Dit recht van voorkoop doet geen afbreuk aan de op het ogenblik van het van kracht worden van dit decreet bestaande regelingen inzake het recht van voorkoop die steeds voorrang hebben.


Dit recht van voorkoop is ondergeschikt aan het recht van voorkoop van het Vlaamse Gewest dat steeds voorrang heeft.

 

De bepalingen van artikelen 37, 38 en 39 zijn van overeenkomstige toepassing.


Art. 41.

§ 1

Om redenen van natuurbehoud, kunnen het Vlaamse Gewest en de Vlaamse gemeenten onroerende goederen verkrijgen door onteigening ten algemenen nutte.

 

§ 2

Het Vlaamse Gewest kan, om redenen van natuurbehoud en op voorstel van de eigenaar, het eigendomsrecht, de pacht, de huur of het recht van gebruik van een onroerend goed dat het in eigendom heeft of waarover het kan beschikken, ruilen tegen het eigendomsrecht, pacht, huur of recht van gebruik van een ander onroerend goed mits akkoord van de houder van het betrokken recht.

 

De kosten van de ruilakte en de hypothecaire formaliteiten komen ten laste van het Vlaamse Gewest.

 

De opleg die eventueel ten voordele van het Vlaamse Gewest gestort moet worden, wordt gestort in het Mina-fonds.


Art. 42.

De eigenaar van een onroerend goed kan van de Vlaamse Grondenbank de verwerving daarvan eisen indien hij aantoont dat, ten gevolge van de aanduiding van dit onroerend goed als een GEN of GENO of de opname ervan in een vastgesteld managementplan Natura 2000 of een vastgestelde planversie, zoals vermeld in artikel 50octies, § 1, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is ofwel dat de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt.


De Vlaamse regering bepaalt de nadere voorwaarden en de procedure van deze koopplicht. De Vlaamse regering bepaalt de wijze van berekening van het bedrag van de aankoopprijs waarop de eigenaar recht heeft. Bij de berekening van de aankoopprijs wordt rekening gehouden met het verschil in de waarde van het onroerend goed voor de opname in het VEN
of in de speciale beschermingszone en de waarde na de definitieve afbakening hiervan.


Het bedrag dat de eigenaar van de Vlaamse Grondenbank ontvangt met toepassing van dit artikel, wordt in voorkomend geval verminderd met het bedrag dat de eigenaar ontvangen heeft ten gevolge van planschade voor hetzelfde onroerend goed. Wanneer een eigenaar van een onroerend goed gebruik maakt van de voormelde mogelijkheid van gedwongen aankoop door de Vlaamse Grondenbank, kan hij geen aanspraak meer maken op planschade, patrimoniumverlies, schadevergoeding of een andere aankoopverplichting in hoofde van het Vlaamse Gewest of van de Vlaamse Grondenbank voor hetzelfde onroerend goed.


De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VII, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op deze koopplicht.


Art. 43.

Indien een onroerend goed wordt gebruikt dat binnen een GEN of GENO ligt, kan van het Vlaamse Gewest een vergoeding gevraagd worden in de mate dat inkomstenverlies kan aangetoond worden ten gevolge van de maatregelen conform artikel 25, § 3, 2°, 1.


Art. 44. [...]

Onderafdeling B.
Vrijwillige beheersovereenkomsten


Art. 45.

§ 1

De Vlaamse regering kan met de grondgebruikers, mits deze laatsten hiervan de eigenaar bij aangetekend schrijven in kennis stellen, beheersovereenkomsten sluiten in het belang van het natuurbehoud. Ze legt de verdere regels vast voor het afsluiten van deze beheersovereenkomsten. Voor gronden die onder de pachtwetgeving vallen en de laatste jaar verpacht werden, kunnen deze beheersovereenkomsten enkel afgesloten worden met beroepslandbouwers.

 

§ 2

Een beheersovereenkomst is een overeenkomst waarbij de grondgebruiker zich vrijwillig ertoe verbindt , op projectmatige basis of gedurende een bepaalde termijn, een vooraf bepaalde prestatie te leveren gericht op het bereiken van een hogere kwaliteit dan de basismilieukwaliteit, door het onderhouden of ontwikkelen van natuurwaarden, tegen betaling van een vooraf bepaalde vergoeding, binnen de perken van de begroting.


Deze vergoeding wordt berekend op basis van de door de grondgebruiker geleverde inspanningen en de eventuele inkomstenderving ingevolge deze overeenkomst. De vergoeding kan verhoogd worden bij het halen van specifiek overeengekomen resultaten.


Art. 46.

§ 1.

Beheersovereenkomsten worden gesloten met het oog op :

hetzij het beheer, het herstel en de ontwikkeling van de natuur in de groengebieden en bosgebieden aangeduid op uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening, in functie van een vastgestelde beheersvisie;
hetzij het beheer en de ontwikkeling van de natuur in de GEN, de GENO in functie van de vooropgestelde doelstellingen [...];
hetzij de ontwikkeling van de natuur in de natuurverwevingsgebieden, conform het natuurrichtplan in het IVON;
hetzij het beheer en de ontwikkeling van de natuur in de natuurverbindingsgebieden conform het natuurrichtplan in het IVON;
hetzij het optimaal beschermen, herstellen en/of uitbreiden van de habitats of ecosystemen van door de Vlaamse regering aangewezen organismen of levensgemeenschappen;
hetzij het instandhouden en beheer van de natuurwaarden in de valleigebieden, brongebieden en het agrarisch gebied met ecologisch belang en natuurontwikkelingsgebieden.

 

 

§ 2.

De Vlaamse Regering kan voor de toepasbaarheid van de onderscheiden types beheersovereenkomsten bepalen aan welke beheersvisies, prioriteiten, perimeters of andere voorwaarden dient beantwoord te worden.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder beheersgroepen erkend kunnen worden met het oog op de planning, de ondersteuning en de begeleiding van het afsluiten en uitvoeren van beheersovereenkomsten in een bepaald gebied, alsook met het oog op het overleg met de andere actoren die in het gebied natuur- of bosbeleidsactiviteiten uitvoeren.


Onderafdeling C.
Natuurinrichting


Art. 47.

§ 1

De Vlaamse regering of haar gemachtigde kan in de gebieden of gebiedscategorieën vermeld in artikel 20, 1° en 2° en in andere door de Vlaamse regering of haar gemachtigde met redenen omkleed aan te duiden gebieden, een natuurinrichtingsproject instellen.

 

Met natuurinrichtingsprojecten worden maatregelen en inrichtingswerkzaamheden beoogd die gericht zijn op een optimale inrichting van een gebied met het oog op het behoud, het herstel, het beheer en de ontwikkeling van natuur en natuurlijk milieu in het VEN, de speciale beschermingszones en in groen-, park-, buffer-, bos- en bosuitbreidingsgebieden en de ermee vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening.

 

Een natuurinrichtingsproject voor een gebied dat behoort tot een speciale beschermingszone, doch niet tot het VEN, kan, naast de maatregelen op basis van artikels 13, 27, 28, 29 en 51, slechts die maatregelen bevatten die nodig zijn voor de instandhouding van de habitats of habitats van soorten waarvoor de speciale beschermingszones werd vastgesteld of aangewezen.

 

§ 2

De Vlaamse regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de maatregelen binnen natuurinrichtingsprojecten. Deze maatregelen kunnen inhouden :

kavelruil uit kracht van wet, met inbegrip van herkaveling;
infrastructuur- en kavelwerken;
aanpassing van de wegen en van het wegenpatroon;
bewarende maatregelen om te voorkomen dat, vanaf het moment van de aanduiding, het gebruik of de plaatsgesteldheid van het gebied zodanig gewijzigd wordt dat het natuurinrichtingsproject belemmerd wordt;
het tijdelijk opheffen van de bevoegdheden van de administratieve overheid en openbare besturen gedurende de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
het tijdelijk beperkingen opleggen aan het genot van onroerende goederen tijdens de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
waterhuishoudingswerken zoals peilwijziging, wijziging van de structuurkenmerken van de waterlopen, aanpassen van het afwateringspatroon, en aanpassing van de watertoevoer en -afvoer;
grondwerken zoals reliëfwijziging en afgraving;
uitbouw van natuureducatieve voorzieningen;
10° bedrijfsverplaatsing;
11° erfdienstbaarheden vestigen of afschaffen.

 

§ 3

De Vlaamse regering kan de nadere regels vastleggen betreffende de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten inzake het voorbereiden, het uitvoeren en het opvolgen van natuurinrichtingsprojecten.

 

§ 4

De Vlaamse regering kan voorwaarden bepalen waaronder de eigenaar of degene die het gebruiksrecht heeft van een betrokken gebied een vergoeding kunnen krijgen voor de uitvoering van het natuurinrichtingsproject.


Art. 47bis. De vrederechter van het kanton waarin het grootste gedeelte van het natuurinrichtingsproject is gelegen, neemt kennis van de geschillen inzake natuurinrichting.

Onderafdeling D.
Planmatige omkadering van het natuurbehoud


Art. 48.

§ 1

Voor een gebied buiten de speciale beschermingszones kan een managementplan vastgesteld worden voor het bijdragen tot het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen of van gebiedsgerichte doelstellingen inzake natuurbehoud.


De managementplannen, vermeld in het eerste lid, worden voorlopig vastgesteld door de Vlaamse Regering of haar gemachtigde.

 

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de managementplannen, vermeld in paragraaf 1, alsook de procedure die leidt tot de vaststelling, herziening of opheffing ervan met inachtneming van hetgeen bepaald wordt in paragraaf 3.

 

§ 3

Het agentschap organiseert na de voorlopige vaststelling van het managementplan als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, een openbaar onderzoek over het voorlopig vastgestelde managementplan, in de gevallen en volgens de regels zoals bepaald in artikel 50decies/1.


Art. 49.

In elk managementplan, vermeld in artikel 48, wordt een gebiedsvisie opgemaakt die weergeeft wat er in het gebied waarop het plan betrekking heeft wordt beoogd voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen of van de gebiedsgerichte doelstellingen inzake natuurbehoud.


Art. 50. [...]

Onderafdeling E.
Planmatige omkadering van het instandhoudingsbeleid


Sectie 1.
Doelstelling en voorwerp van het instandhoudingsbeleid


Art. 50bis.

§ 1.

Onverminderd de toepassing van artikel 7, derde lid, heeft het instandhoudingbeleid het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen tot doel.


Daarvoor omvat het instandhoudingsbeleid:

op het niveau van het Vlaamse Gewest: een Vlaams Natura 2000-programma;
op het niveau van de speciale beschermingszones: managementplannen Natura 2000;
op het niveau van de leefgebieden van Europees te beschermen soorten: de soortenbeschermingsprogramma’s;
buiten de speciale beschermingszones: de managementplannen, vermeld in artikel 48.

 

§ 2.

De administratieve overheid en de natuurlijke personen of rechtspersonen die zakelijke of persoonlijke rechten hebben verworven op gronden met financiële tussenkomst van een administratieve overheid in uitvoering van dit decreet, hebben een centrale rol bij de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen.


Sectie 2.
Vlaams Natura 2000-programma


Art. 50ter.

§ 1.

Voor het hele grondgebied van het Vlaamse Gewest wordt door de Vlaamse Regering een Vlaams Natura 2000-programma vastgesteld, overeenkomstig artikel 50quater.

 

§ 2.

Het Vlaams Natura 2000-programma wordt opgesteld met het oog op:

het gradueel realiseren van de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen;
het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijke milieu van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, van dit decreet;
het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten en hun leefgebieden, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2.

 

§ 3.

Het Vlaams Natura 2000-programma bevat ten minste:

een taakstelling op niveau van het Vlaamse Gewest die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud, die nodig worden geacht ter realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen tijdens de programmacyclus in kwestie. De taakstelling bevat een bindend gedeelte, namelijk het deel van de inspanningen dat tijdens de programmacyclus in kwestie moet worden gerealiseerd, en een richtinggevend deel, namelijk het deel van de inspanningen waarvan de realisatie tijdens de programmacyclus in kwestie wordt nagestreefd en dat geheel of gedeeltelijk in een latere cyclus kan worden gerealiseerd;
een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling;
een overzicht van de actoren die een bijdrage leveren tot:
  a) de realisatie van de acties;
  b) de coördinatie van de uitvoering van het programma;
  c) alle overige door de Vlaamse Regering te bepalen aspecten in verband met de uitvoering van het programma;
een overzicht van de geraamde uitgaven voor de uitvoering van het programma.

 

De taakstelling en de acties als vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, omvatten tevens een programma van aanduiding van zones waar instandhoudingsdoelstellingen en instandhoudingsmaatregelen dienen gerealiseerd te worden buiten de speciale beschermingszones en van de opmaak van managementplannen voor deze zones. De Vlaamse Regering duidt deze zones aan voor 1 januari 2019 en bepaalt nadere regels betreffende de procedure voor de aanduiding van deze zones.

 

§ 4.

Ter uitvoering van het Vlaams Natura 2000-programma wordt door de Vlaamse Regering een programmatische aanpak vastgesteld overeenkomstig artikel 50quater ter vermindering van een of meer milieudrukken, afkomstig van in het Vlaamse Gewest aanwezige bronnen, met het oog op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen en het voorkomen van de verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en Europees te beschermen soorten en hun leefgebieden.

 

Deze programmatische aanpak omvat ten minste:

een gebiedsgerichte analyse van de betreffende milieudruk. Deze analyse omschrijft de omvang van de milieudruk, de activiteiten die bijdragen, de verwachte ontwikkeling en de socio-economische context;
een plan van aanpak, gebaseerd op de in punt 1° vermelde analyse, met betrekking tot het ontwikkelen van:
  a) een brongericht beleid dat zich richt op het reduceren van de milieudruk tot het niveau dat noodzakelijk is voor het bereiken van de gunstige staat van instandhouding van de Europees te beschermen habitats en Europees te beschermen soorten en hun leefgebieden;
  b) een herstelbeleid om een verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en Europees te beschermen soorten en hun leefgebieden ten gevolge van de milieudruk te voorkomen.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het ontwikkelen van een programmatische aanpak zoals vermeld in het eerste lid.

 

§ 5.

Het Vlaams Natura 2000-programma vormt het kader voor de managementplannen Natura 2000, vermeld in artikel 50septies.


Art. 50quater.

§ 1.

De Vlaamse Regering stelt voorlopig vast:


1° het Vlaams Natura 2000-programma;
2° elke programmatische aanpak als vermeld in artikel 50ter, § 4.

 

§ 2.

Het agentschap is belast met de voorbereiding van het Vlaams Natura 2000-programma.

 

De Vlaamse Regering of haar gemachtigde kan een werkgroep instellen die het agentschap bijstaat bij de voorbereiding van het programma, en bepaalt de samenstelling ervan.

 

§ 3.

Het agentschap organiseert na de voorlopige vaststelling als vermeld in paragraaf 1 een openbaar onderzoek over het voorlopig vastgestelde Vlaams Natura 2000-programma en over elke programmatische aanpak als vermeld in artikel 50ter, § 4, in de gevallen en volgens de regels zoals bepaald in artikel 50decies/1.

 

§ 4.

Het definitief vastgestelde programma als vermeld in artikel 50decies/1, § 6, eerste lid, wordt geëvalueerd op basis van de realisatiegraad van de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen.

 

Met inachtneming van die evaluatie wordt aansluitend een nieuw programma vastgesteld voor de volgende programmacyclus volgens de regels bepaald in artikel 50ter tot en met 50sexies. Het bestaande programma blijft in ieder geval van kracht tot het nieuwe programma definitief is vastgesteld conform artikel 50decies/1, § 6, eerste lid.

 

Indien het nieuwe definitief vastgestelde programma een of meer wijzigingen noodzaakt van een in uitvoering van het vorige programma vastgestelde programmatische aanpak als vermeld in artikel 50ter, § 4, dan wordt die programmatische aanpak opnieuw vastgesteld volgens de regels bepaald in artikel 50ter tot en met 50sexies. De bestaande programmatische aanpak blijft in ieder geval van kracht tot de bijgestelde programmatische aanpak definitief is vastgesteld.

 

§ 5.

Ten minste om de twee jaar wordt een voortgangsrapport Vlaams Natura 2000-programma opgesteld. De instantie, vermeld in artikel 50quinquies, is belast met de opmaak van het voortgangsrapport.

 

Het voortgangsrapport wordt bezorgd aan de door de Vlaamse Regering aangewezen instanties.


Art. 50quinquies.

De Vlaamse Regering of haar gemachtigde duidt een gewestelijke overleginstantie aan die ten minste instaat voor:

de voortgangsbewaking van het Vlaams Natura 2000-programma;
het verlenen van een gemotiveerd advies overeenkomstig artikel 50decies/1, § 5, tweede lid, over het Vlaams Natura 2000-programma, elke programmatische aanpak ter vermindering van een of meer milieudrukken, de managementplannen Natura 2000 en de managementplannen als vermeld in artikel 48, § 1;
het verschaffen van aanbevelingen over beleidsmatige problemen bij de realisatie van het instandhoudingsbeleid.


De overleginstantie is ten minste samengesteld uit vertegenwoordigers van:

het agentschap;
de Vlaamse administraties die betrokken zijn bij de inrichting en het beheer van het buitengebied;
de relevante sectoren van het buitengebied.


Het agentschap, vermeld in het tweede lid, 1°, heeft tot taak de werkzaamheden van de instantie te organiseren en aan te sturen.

 


Art. 50sexies.

De Vlaamse Regering of haar gemachtigde draagt er zorg voor dat een ruime bekendheid wordt gegeven aan het Vlaams Natura 2000-programma en het voortgangsrapport Vlaams Natura 2000-programma.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot:

de inhoud, de procedure tot opmaak, de evaluatie en de bekendmaking van het Vlaams Natura 2000-programma;
de inhoud, de vorm en de bekendmaking van het voortgangsrapport Vlaams Natura 2000-programma;
de samenstelling, werking en opdracht van de overleginstantie, vermeld in artikel 50quinquies;
de aspecten van uitvoering van het programma, als vermeld in artikel 50ter, § 3, 3°, c), waaraan actoren, als vermeld in artikel 50ter, § 3, 3°, een bijdrage kunnen leveren en de wijze waarop dat engagement wordt geformaliseerd;
de afstemming van het Vlaams Natura 2000-programma met andere maatregelenprogramma's of plannen.

Sectie 3.
Managementplannen Natura 2000


Art. 50septies.

§ 1.

Voor elke speciale beschermingszone wordt een managementplan Natura 2000 opgemaakt. Als meerdere speciale beschermingszones geheel of gedeeltelijk samenvallen, kan voor die speciale beschermingszones een gezamenlijk managementplan Natura 2000 worden opgemaakt.

 

Het managementplan Natura 2000 doorloopt opeenvolgende cyclussen van zes jaar en heeft een tijdshorizon tot uiterlijk 2050.

 

Binnen een plancyclus wordt het managementplan Natura 2000 opgebouwd aan de hand van verschillende, opeenvolgende planversies. De planversies worden opgemaakt op basis van een tussentijdse toetsing van de realisatiegraad van de taakstelling van het plan, en naargelang van de actoren die worden betrokken bij de realisatie van het plan en het type instrumenten die daarvoor achtereenvolgens worden ingezet. De bepalingen die gelden voor het managementplan Natura 2000 zijn ook van toepassing op de planversies.

 

§ 2.

Het managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt met het oog op:

het gradueel realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie, ter uitvoering van artikel 36ter, § 1;
het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2;
het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2.


De bepaling, vermeld in het eerste lid, 2°, verhindert niet dat te allen tijde maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, of ter uitvoering van andere regelgeving, onder meer maatregelen ter uitvoering van titel XV en titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in het bijzonder als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en soorten en hun leefgebied te vermijden of te beëindigen.

 

§ 3.

Het managementplan Natura 2000 bevat ten minste:

een taakstelling voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud die nodig worden geacht voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, tijdens de plancyclus in kwestie;
een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling.

 

De taakstelling, vermeld in het eerste lid, 1°, geeft ook aan hoe in de speciale beschermingszone of -zones in kwestie wordt bijgedragen tot de realisatie van het bindend gedeelte van de taakstelling, vermeld in artikel 50ter, § 3, 1°, in voorkomend geval met inbegrip van het plan van aanpak, vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid, 2°.

 

§ 4.

Met het oog op de ruimtelijke toewijzing van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zoekzones afgebakend.

 

Voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie worden actiegebieden vastgesteld. De actiegebieden gelden voor een bepaald milieueffect of een groep van relevante milieueffecten.


Art. 50octies.

§ 1.

Het managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies, worden voorlopig vastgesteld door de Vlaamse Regering of haar gemachtigde. Als in het plan of een bepaalde planversie dwingende acties als vermeld in paragraaf 5, tweede lid, voorkomen, wordt het plan of de planversie in kwestie in ieder geval voorlopig vastgesteld door de Vlaamse Regering.

 

§ 2.

Het agentschap staat in voor de voorbereiding van het managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies.

 

§ 3.

Het agentschap organiseert na de voorlopige vaststelling van elk managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, elke planversie, een openbaar onderzoek over het voorlopig vastgestelde managementplan Natura 2000 of de planversie, in de gevallen en volgens de regels zoals bepaald in artikel 50decies/1.

 

§ 4.

Het agentschap is belast met de coördinatie van de uitvoering van het definitief vastgestelde managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies.
 

Het agentschap kan daarbij in overleg met de gewestelijke overleginstantie een beroep doen op de actoren, vermeld in artikel 50ter, § 3, 3°, b), die een bijdrage leveren tot de coördinatie.

 

§ 5.

Het definitief vastgestelde managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies, worden door het agentschap ten minste om de twee jaar tussentijds getoetst in het licht van de realisatiegraad van de taakstelling, vermeld in artikel 50septies, § 3.

 

Als uit die tussentijdse toetsing blijkt dat het bindend gedeelte, vermeld in artikel 50septies, § 3, tweede lid, niet of vermoedelijk niet kan worden gerealiseerd tijdens de plancyclus in kwestie, wordt de realisatie ervan bewerkstelligd via dwingende acties.

 

De dwingende acties, vermeld in het tweede lid, kunnen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie instandhoudingsmaatregelen bevatten.

 

Het agentschap draagt er zorg voor dat de adressant van de maatregel met een aangetekende brief op de hoogte wordt gebracht van de maatregel en, in voorkomend geval, van de termijn waarbinnen die moet worden uitgevoerd.

 

§ 6.

Het definitief vastgestelde plan wordt ten minste om de zes jaar geëvalueerd op basis van de realisatiegraad van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie en het Vlaams Natura 2000-programma.

 

Met inachtneming van deze evaluatie, vermeld in het eerste lid, wordt aansluitend een nieuw plan voor de volgende cyclus van zes jaar of voor een fase ervan vastgesteld volgens de regels bepaald in artikel 50septies tot en met 50decies. Het bestaande plan of, in voorkomend geval de planversie, blijft in ieder geval van kracht tot het nieuwe plan of planversie definitief is vastgesteld conform artikel 50decies/1, § 6, tweede lid.

 

§ 7.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de onderlinge afstemming of procedurele integratie van het managementplan Natura 2000, het natuurinrichtingsproject, vermeld in artikel 47, en het landinrichtingsplan en in artikel 3.3.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting.


Art. 50novies.

Het agentschap organiseert voor elke speciale beschermingszone of -zones waarvoor een managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt een overlegplatform dat ten minste belast is met:

de voortgangsbewaking van het managementplan Natura 2000;
het initiëren, adviseren en opvolgen van de overlegprocessen die plaatsvinden in het kader van de realisatie van de acties, vermeld in artikel 50septies, § 3, eerste lid, 2°.


Het overlegplatform, vermeld in het eerste lid, bestaat ten minste uit een of meerdere vertegenwoordigers van:

het agentschap;
de Vlaamse administraties die betrokken zijn bij de inrichting en het beheer van het buitengebied;
de actoren, vermeld in artikel 50ter, § 3, 3°, andere dan de vertegenwoordigers vermeld in punt 1° en 2°.

Art. 50decies.

Het agentschap draagt er zorg voor dat een ruime bekendheid wordt gegeven aan het managementplan Natura 2000.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud, de procedure tot opmaak, de evaluatie, de bekendmaking van het managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversie, en de kennisgeving, vermeld in artikel 50octies, § 5, vierde lid.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de criteria op basis waarvan de zoekzones, vermeld in artikel 50septies, § 4, eerste lid, worden afgebakend en de actiegebieden, vermeld in artikel 50septies, § 4, tweede lid, worden vastgesteld.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere samenstelling van het overlegplatform als vermeld in artikel 50novies, tweede lid.

 


Sectie 3/1.
Openbaar onderzoek


Art. 50decies/1.

§ 1.

De Vlaamse Regering of haar gemachtigde onderwerpt elk voorlopig vastgesteld Vlaams Natura 2000-programma als vermeld in artikel 50quater, § 1, elke voorlopig vastgestelde programmatische aanpak ter vermindering van een of meer milieudrukken als vermeld in artikel 50quater, § 1, elk voorlopig vastgesteld managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, elke voorlopig vastgestelde planversie als vermeld in artikel 50octies, § 1, of elk voorlopig vastgesteld managementplan als vermeld in artikel 48, § 1, tweede lid, aan een openbaar onderzoek dat binnen dertig dagen na de voorlopige vaststelling minstens wordt aangekondigd door:

een aanplakking in elke gemeente waarop het voorlopig vastgesteld Vlaams Natura 2000-programma, de voorlopig vastgestelde programmatische aanpak, het voorlopig vastgesteld managementplan Natura 2000 of het voorlopig vastgesteld managementplan als vermeld in artikel 48, § 1, tweede lid, betrekking heeft;
een bericht in het Belgisch Staatsblad;
een bericht in ten minste drie dagbladen die in het Vlaamse Gewest worden verspreid;
 een bericht op de website van het agentschap.


§ 2.

Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd met vermelding van minstens de volgende elementen:

de gemeenten waarop het voorlopig vastgesteld Vlaams Natura 2000-programma, de voorlopig vastgestelde programmatische aanpak, het voorlopig vastgesteld managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversie, of het voorlopig vastgesteld managementplan als vermeld in artikel 48, § 1, tweede lid, betrekking heeft;
de wijze waarop het voorlopig vastgesteld Vlaams Natura 2000-programma, de voorlopig vastgestelde programmatische aanpak, het voorlopig vastgesteld managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, elke voorlopig vastgestelde planversie, of het voorlopig vastgesteld managementplan als vermeld in artikel 48, § 1, tweede lid, kan worden ingekeken;
de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
de wijze waarop de opmerkingen en bezwaren, vermeld in paragraaf 4, kunnen worden ingediend.

 

§ 3.

Vanaf de begindatum van het openbaar onderzoek wordt de voorlopig vastgestelde programmatische aanpak of het voorlopig vastgesteld plan of programma gedurende zestig dagen ter inzage gelegd op de wijze als vermeld in de aankondiging.

 

§ 4.

De opmerkingen en bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek overgemaakt op de wijze als vermeld in de aankondiging.

De opmerkingen en bezwaren kunnen alleen betrekking hebben op de volgende aspecten:

bij een openbaar onderzoek met betrekking tot het voorlopig vastgestelde Vlaams Natura 2000-programma: de onderdelen als vermeld in artikel 50ter, § 3;
bij een openbaar onderzoek met betrekking tot de voorlopig vastgestelde programmatische aanpak: de onderdelen als vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid;
bij een openbaar onderzoek met betrekking tot het voorlopig vastgestelde managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, elke voorlopig vastgestelde planversie: de onderdelen als vermeld in artikel 50septies, § 3 en § 4.

 

§ 5.

Het agentschap bundelt en coördineert alle opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het Vlaams Natura 2000-programma, de managementplannen Natura 2000, de programmatische aanpakken en de managementplannen als vermeld in artikel 48, § 1, en maakt die binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek over aan de gewestelijke overleginstantie, vermeld in artikel 50quinquies.

 

De gewestelijke overleginstantie brengt binnen zestig dagen nadat zij de gebundelde opmerkingen en bezwaren heeft ontvangen een gemotiveerd advies uit over het Vlaams Natura 2000-programma, de managementplannen Natura 2000, de programmatische aanpakken en de managementplannen als vermeld in artikel 48, § 1, bij de Vlaamse Regering of desgevallend bij de gemachtigde.

 

§ 6.

De Vlaamse Regering stelt binnen 240 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek het Vlaams Natura 2000-programma definitief vast.

 

De Vlaamse Regering of haar gemachtigde stelt binnen 240 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek de programmatische aanpak ter vermindering van een of meer milieudrukken, het managementplan Natura 2000, of in voorkomend geval, elke planversie, of het managementplan als vermeld in artikel 48, § 1, definitief vast.

 

§ 7.

Het besluit houdende definitieve vaststelling van het Vlaams Natura 2000-programma, de programmatische aanpak ter vermindering van een of meer milieudrukken, het managementplan Natura 2000, en in voorkomend geval, elke planversie, of het managementplan als vermeld in artikel 48, § 1, wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt binnen dertig dagen na de definitieve vaststelling.

 

De definitief vastgestelde programmatische aanpak of het definitief vastgestelde plan of programma treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking.

 

§ 8.

De verplichting tot het organiseren van bovenvermeld openbaar onderzoek is niet van toepassing op de programmatische aanpakken ter vermindering van een of meer milieudrukken, het Vlaams Natura 2000-programma, de managementplannen Natura 2000, en in voorkomend geval, elke planversie, en de managementplannen als vermeld in artikel 48, § 1, indien voor deze programmatische aanpak, dat plan of programma een plan-MER moet worden opgemaakt in toepassing van artikel 4.2.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

In deze gevallen geldt de voorlopige vaststelling van het plan, het programma of de programmatische aanpak als de definitieve vaststelling.

 

In voorkomend geval is de inhoud van paragraaf 7 van overeenkomstige toepassing.


Sectie 4.
Monitoringprogramma's


Art. 50undecies.

Onder meer met het oog op de evaluatie, vermeld in artikel 50quater, § 3, en met het oog op de voortgangsbewaking, vermeld in artikel 50quinquies, eerste lid, 1°, en artikel 50novies, eerste lid, 1°, worden monitoringprogramma’s opgesteld.


De monitoring heeft ten minste betrekking op de staat van instandhouding van de speciale beschermingszones en buiten die zones de instandhouding van de Europees te beschermen habitats en de soorten, alsook van de oorzaken die een achteruitgang van die staat van instandhouding veroorzaken of kunnen veroorzaken.


De monitoring heeft eveneens tot doel gegevens te genereren die gebruikt kunnen worden om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 36ter van dit decreet.


De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak, de inhoud en het beheer van die monitoringprogramma’s en de toetsing van de kwaliteit van de monitoringgegevens. De Vlaamse Regering draagt er in ieder geval zorg voor dat die monitoring op systematische en permanente basis plaatsvindt.