Afdeling X.
Prerogatieven van de netbeheerders


Onderafdeling I.
Erfdienstbaarheden ten voordele van de netbeheerder


Art. 4.1.23.

§ 1

De netbeheerders hebben als erfdienstbaarheid het recht:
op blijvende wijze steunen, ankers en de bijhorende uitrustingen aan te brengen voor bovengrondse elektrische lijnen, aan de buitenzijde van de muren en gevels die uitgeven op de openbare weg;
elektrische lijnen boven de private eigendommen te laten doorgaan zonder vasthechting noch aanraking;
boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse elektrische lijnen komen en die kortsluitingen of schade aan de lijn zouden kunnen veroorzaken;
wortels in te korten die te dicht bij ondergrondse elektrische lijnen of aardgasleidingen komen en die schade aan de lijn of leiding zouden kunnen veroorzaken.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1, 3° en 4°, kan de netbeheerder ook overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen, als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4°, niet volstaat.

§ 3

De Vlaamse Regering kan per geval bepalen dat het voor de netbeheerder van algemeen nut is om elektrische lijnen of aardgasleidingen aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden en onder welke voorwaarden dat dient te gebeuren.
De netbeheerder heeft in dat geval het recht de lijnen of leidingen aan te leggen boven of onder deze gronden, voor het toezicht daarop te zorgen en de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren.

§ 4

De aangelegde kabels, lijnen, leidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de netbeheerder. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren.

§ 5

Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 3° en 4°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat deze gedurende een maand het verzoek van de netbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de netbeheerder overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de netbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, gebeurt dat op kosten van de netbeheerder zelf.
Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de netbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten.

Art. 4.1.24.

§ 1

De netbeheerder vergoedt bij minnelijke overeenkomst de eigenaars en de eventuele huurders, pachters of iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed in de vorm van een vergoeding voor het nadeel dat mogelijk voortvloeit uit de toepassing van artikel 4.1.23, § 1, 1°.

§ 2

Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden, als vermeld in artikel 4.1.23, § 2, is de netbeheerder een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed.

§ 3

De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de procedure voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding.

§ 4

Als partijen niet tot een minnelijke overeenkomst komen, wordt het geschil voorgelegd aan de vrederechter.

Art. 4.1.25.
De uitoefening door de netbeheerder van het recht, vermeld in artikel 4.1.23, kan de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen.
Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een dergelijk recht, als vermeld in het eerste lid, wil uitoefenen, dan moet de netbeheerder de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, wegnemen, verplaatsen of aanpassen, voor zover deze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen. De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed bezorgt de betrokken netbeheerder dat verzoek minstens zes maanden voor de geplande start van de werken.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken netbeheerder.
De betrokken netbeheerder kan die kosten terugvorderen van respectievelijk de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of van de houder van een zakelijk recht als die nog niet gestart is met de werken binnen een termijn van drie jaar na het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing.

Onderafdeling II.
Onteigeningen door de netbeheerder


Art. 4.1.26.

§ 1

Met uitzondering voor het gewestelijk openbaar domein kunnen netbeheerders, daartoe gemachtigd door de Vlaamse Regering, overeenkomstig de reglementering betreffende de onteigening ten algemenen nutte, in eigen naam en voor eigen rekening onroerende goederen onteigenen die voor de rechtstreekse verwezenlijking van hun doel nodig zijn.
[De onteigeningen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd conform de bepalingen van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017.]

§ 2

In afwijking van § 1 kan de Vlaamse Regering aan de netbeheerder op het gewestelijk openbaar domein domeintoelatingen, vergunningen voor het privatief gebruik of domeinconcessies verlenen via het gelasten van de door haar of via decreet aangestelde domeinbeheerder.

Onderafdeling III.
Recht op toegang van de netbeheerder tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de netgebruiker


Art. 4.1.26/1.
De netbeheerder heeft het recht op toegang tot de ruimte(s) waardoor de aansluitkabel loopt of de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor werken aan de aansluiting, de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de elektriciteitsmeter, inclusief de budgetmeter voor elektriciteit en de stroombegrenzer, of van de aardgasmeter, inclusief de budgetmeter voor aardgas.
De netgebruiker verschaft de netbeheerder onmiddellijk toegang op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie.

Onderafdeling IV.
Gebruik van persoonlijke gegevens door de netbeheerder


Art. 4.1.26/2.
De netbeheerders kunnen, onder toezicht van de VREG, voor de unieke identificatie van netgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken.