Afdeling I/1.
Berekening van de onrendabele toppen en de bandingfactoren


Art. 7.1.4/1.

§ 1

Het Vlaams Energieagentschap berekent en actualiseert [minstens] jaarlijks de onrendabele toppen volgens een procedure en methode die door de Vlaamse Regering wordt vastgelegd, als vermeld in § 3. [De Vlaamse Regering bepaalt in dit kader de verschillende categorieën waarvoor een onrendabele top wordt berekend en houdt daarbij minstens rekening met de gehanteerde technologievorm, de vermogensklasse en de gebruikte brandstof.].
De onrendabele toppen worden berekend voor representatieve projectcategorieën. De Vlaamse Regering legt deze representatieve projectcategorieën vast. De Vlaamse Regering kan ook [niet-representatieve] projectcategorieën vastleggen waarvoor per project een specifieke onrendabele top wordt bepaald.
De onrendabele toppen worden berekend voor nieuwe projecten die certificaten kunnen ontvangen op grond van artikel 7.1.1, § 2, of artikel 7.1.2, § 2, volgens een methodiek die de Vlaamse Regering vastlegt, als vermeld in § 4. [...]
De onrendabele toppen worden ook berekend voor lopende projecten voor de periode dat ze certificaten kunnen ontvangen op grond van artikel 7.1.1, § 1, vierde en vijfde lid, en § 2 of § 3 of artikel 7.1.2, § 2 of § 3, volgens een methodiek die de Vlaamse Regering vastlegt, als vermeld in § 4.
Op basis van de onrendabele toppen berekent het Vlaams Energieagentschap telkens ook de overeenstemmende bandingfactoren.
De bandingfactoren die van toepassing zijn worden zowel voor nieuwe als voor lopende projecten aangepast als de geactualiseerde bandingfactor meer dan 2 % afwijkt van de bandingfactor die van toepassing is.
De geactualiseerde bandingsfactoren voor lopende projecten [en voor nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar] zijn één maand na de actualisering van toepassing.
Het Vlaams Energieagentschap deelt [minstens een keer per jaar en dit in elk geval] voor 30 juni het rapport met de berekening van de onrendabele toppen en overeenstemmende bandingfactoren [voor de representatieve en niet-representatieve projectcategorieën, bedoeld in het tweede lid] mee aan de Vlaamse Regering en aan de minister.
De Vlaamse Regering legt de procedure vast voor aanpassing van de nieuwe banding factoren op basis van het rapport, meegedeeld aan de Vlaamse Regering en de minister.
Voor relevante technologieën en projecten die buiten de vastgestelde representatieve projectcategorieën vallen, legt het Vlaams Energieagentschap ook een voorstel voor op basis van een berekening van de onrendabele top en de bandingfactor. Daarbij legt het Vlaams Energieagentschap op basis van het verwachte aantal toe te kennen certificaten een analyse voor van de verwachte impact op de certificatenmarkt en de certificatenverplichting.

§ 2

[...]

§ 3

Voor het Vlaams Energieagentschap een rapport aan de Vlaamse Regering en aan de minister bezorgt, organiseert het een stakeholderoverleg. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor het voorwerp en de methode van dit stakeholderoverleg, en voor de deelnemers eraan.

§ 4

De Vlaamse Regering bepaalt de methodiek voor de berekening van de onrendabele top en houdt daarbij minstens rekening met de volgende parameters:
de geraamde investeringskosten in het geval van nieuwe projecten, de investeringskosten gebruikt bij de bepaling van de oorspronkelijke onrendabele top voor lopende projecten [en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar] tijdens de afschrijvingsperiode, en de vervangingsinvesteringskosten voor lopende projecten na de afschrijvingsperiode;
de afschrijvingsperiode;
de brandstofkosten;
de elektriciteitsprijs.
In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt voor installaties voor de productie van groene stroom met startdatum voor 1 januari 2013 ook rekening gehouden met het nog niet afgeschreven gedeelte van de oorspronkelijke investeringskosten of van latere extra investeringen, voor zover die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 7.1.1, § 1, vierde lid. [Tenzij anders door de Vlaamse Regering bepaald, wordt dit wat betreft het nog niet afgeschreven gedeelte van de oorspronkelijke investeringskosten berekend aan de hand van het oorspronkelijke afschrijvingsritme dat gehanteerd werd bij de indienstname van de betrokken installatie.]
Voor lopende projecten [en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar] voor de productie van groene stroom of voor warmte-krachtkoppeling wordt de onrendabele top tijdens de afschrijvingsperiode bedoeld in artikel 7.1.1, § 2 of § 3, of in artikel 7.1.2, § 2 of § 3, niet geactualiseerd wanneer in de methodiek voor een projectcategorie brandstofkosten, vermeld in het eerste lid, 3°, van toepassing [kunnen] zijn. [De onrendabele top voor de productie van groene stroom in een installatie met een startdatum voor 1 januari 2013, vermeld in artikel 7.1.1, § 1, wordt niet geactualiseerd. Voor alle andere lopende projecten [en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar] voor de productie van groene stroom of voor warmtekrachtkoppeling wordt de onrendabele top enkel geactualiseerd afhankelijk van de elektriciteitsprijs.] Voor alle andere lopende projecten [en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar] voor de productie van groene stroom of voor warmtekrachtkoppeling wordt de onrendabele top enkel geactualiseerd afhankelijk van de elektriciteitsprijs.
[In afwijking van het derde lid wordt voor alle lopende projecten en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar voor de productie van groene stroom of voor warmtekracht koppeling de onrendabele top tijdens de afschrijvingsperiode, vermeld in artikel 7.1.1, § 2 of § 3, of in artikel 7.1.2, § 2 of § 3, wel geactualiseerd op basis van de tarieven van de vennootschapsbelasting.]
De Vlaamse Regering kan in het kader van de berekeningsmethodiek van de onrendabele top maximumwaarden opleggen voor de parameters, vermeld in het eerste lid, of voor de [bandingfactoren].
De bandingfactor bedraagt in elk geval nooit meer dan 1,25.