Art. 51.

§ 1

De Vlaamse regering neemt, na advies van de MiNa-Raad, alle maatregelen die ze nuttig acht :

inzake de instandhouding van populaties van soorten of ondersoorten van organismen vermeld in de bijlagen III en IV van dit decreet en van hun habitats;
om populaties van de overige soorten of ondersoorten van organismen in stand te houden, te herstellen of te ontwikkelen.

 

Deze maatregelen kunnen overal of voor bepaalde gebieden of habitats worden genomen, ze kunnen soortenbescherming omvatten en kunnen betrekking hebben op onder meer :

alle ontwikkelingsvormen van organismen;
een verbod op het opzettelijk verstoren van soorten en hun habitats, tijdens de periode van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, trek en overwintering;
beschermingsmaatregelen voor geregeld voorkomende trekvogels in hun broed-, rui-, foerageer- en overwinteringsgebieden en rustplaatsen in hun trekzones;
een verbod op het opzettelijk vernielen of rapen van eieren van in het wild levende soorten;
een verbod op het beschadigen of vernielen van de woongebieden;
een verbod op het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van plantensoorten;
een verbod op het exploiteren van bepaalde populaties;
een verbod op het gebruik van alle niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van de populaties vermeld in de bijlage III van dit decreet tot gevolg kunnen hebben;
het instellen van een stelsel van onttrekkingsvergunningen of quota;
10° het revalideren van gekwetste in het wild levende diersoorten.

 

Deze maatregelen kunnen blijvend, voor een bepaalde periode of tijdelijk van toepassing zijn en kunnen worden ondersteund door vergoedingen waartoe ze, binnen de perken van de begrotingsmiddelen, een financiėle regeling kunnen vaststellen.

 

[...]

 

De Vlaamse regering stelt nadere regels vast inzake de maatregelen en de procedure.

 

§ 2

De Vlaamse regering kan, onverminderd de bepalingen van het voormelde Jachtdecreet, maatregelen nemen om de volgende activiteiten tijdelijk of permanent, plaatselijk of over het hele grondgebied te regelen of te verbieden : het in het bezit houden voor persoonlijke of commerciėle doeleinden, vangen, doden, onttrekken, het gebruik van bepaalde middelen voor het vangen en doden, verzamelen, wegnemen of vernielen, het in de handel brengen, het ruilen, het te koop of in ruil aanbieden, het te koop vragen, het vervoeren en het in- of uitvoeren van elk organisme, levend of dood, of van gemakkelijk herkenbare delen of elk daaruit verkregen product.

 

§ 3

De Vlaamse regering kan maatregelen nemen om het uitzetten van diersoorten of van plantensoorten of organismen te regelen of te verbieden voorzover deze uitzetting een bedreiging vormt voor de natuur of het natuurlijk milieu en om het vervoeren van diersoorten of hun krengen of plantensoorten te regelen of te verbieden.

 

Met behoud van de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kunnen ambtshalve op private terreinen door het agentschap of personen in opdracht van het agentschap maatregelen worden uitgevoerd inzake beheer en bestrijding van:

in het wild voorkomende, voor de Europese Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Dat zijn uitheemse soorten waarvan de negatieve effecten zodanig zijn dat conform artikel 4, lid 3, van verordeningnr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten, gezamenlijk optreden op het niveau van de Unie vereist is;
in het wild voorkomende, voor het Vlaamse Gewest zorgwekkende invasieve soorten. Dat zijn soorten die in het Vlaamse Gewest op een lijst zijn geplaatst als vermeld in artikel 12 van de voormelde verordening;
in het wild voorkomende, voor Belgiė zorgwekkende invasieve soorten. Dat zijn soorten die op een nationale lijst zijn geplaatst.

 

De maatregelen, vermeld in het tweede lid, kunnen alleen maatregelen zijn die zijn opgenomen in een beheerregeling die de Vlaamse Regering vaststelt.

 

De maatregelen, vermeld in het tweede lid, kunnen alleen ambtshalve worden uitgevoerd indien de eigenaar, de huurder, de exploitant of de grondgebruiker van een privaat terrein na schriftelijk verzoek niet zelf in beheer of bestrijding voorziet. Voor de ambtshalve uitvoering moet schriftelijke toestemming door de eigenaar, de huurder, de exploitant of de grondgebruiker zijn bekomen. Ingeval geen toestemming wordt bekomen, kan de eigenaar, de huurder, de exploitant of de grondgebruiker aansprakelijk worden gesteld voor de beheerkosten of herstelkosten die voortkomen uit de populatie van de betreffende soort op zijn terrein.