Decreet vervoer gevaarlijke goederen over binnenwateren
Decreet van 6 juli 2012 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren

Artikel 1.
Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.
Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting, met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, van Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land en de gedeeltelijke omzetting met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren van Richtlijn 2010/61/EG van de Commissie van 2 september 2010 tot eerste aanpassing van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, met behoud van de toepassing van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen en het koninklijk besluit van 31 juli 2009 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren.

Art. 3.
In dit decreet wordt verstaan onder:
binnenwateren: de openbare binnenwateren in het Vlaamse Gewest die voor de scheepvaart bestemd of gebruikt worden en die zich bevinden aan de landzijde van de basislijn;
vaartuig: elk binnenschip of zeeschip.

Art. 4.
Dit decreet is van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, met inbegrip van de activiteiten met betrekking tot laden en lossen, de overbrenging van of naar een ander vervoermiddel en het noodzakelijke oponthoud tijdens het vervoer.
Dit decreet is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen:
door voertuigen, wagens, of vaartuigen die eigendom zijn van of onder de verantwoordelijkheid vallen van de strijdkrachten;
door zeeschepen over de maritieme waterwegen die deel uitmaken van de binnenwateren;
door veerboten die uitsluitend een binnenwater of haven oversteken;
dat volledig binnen de begrenzing van een afgesloten gebied plaatsvindt.

Art. 5.
De Vlaamse Regering legt nadere regels vast voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren inzake de toegang tot de infrastructuur, de uitrusting en infrastructuur aan de wal, het ontgassen van schepen, het laden, het lossen, de behandeling en de tijdelijk opslag van de lading en de scheepsmeldingen.

Art. 6.
De bevoegde autoriteit kan, als de veiligheid niet in het gevaar komt en in uitzonderlijke gevallen, individuele toestemming verlenen voor het vervoer van gevaarlijke goederen op een bepaald traject over de binnenwateren dat krachtens dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verboden is of erin toestemmen dat het vervoer onder andere voorwaarden plaatsvindt dan de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, op voorwaarde dat het vervoer duidelijk is gespecificeerd, van tijdelijke aard is en dat de gepaste maatregelen worden genomen om een vergelijkbaar veiligheidsniveau te bereiken.
Onder bevoegde autoriteit, vermeld in het eerste lid, wordt verstaan de diensten van het Vlaamse Gewest die de Vlaamse Regering belast met de uitvoering van de bepalingen van dit decreet.

Art. 7.
De inbreuken op de in uitvoering van dit decreet genomen besluiten en de overtreding van de voorwaarden die verbonden zijn aan de individuele toestemming bepaald in artikel 6, worden, onverminderd een eventuele schadevergoeding, bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 50 tot 500 euro of met een van die straffen.

Art. 8.
Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, houden de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst toezicht op de naleving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
Ze zijn ervoor bevoegd om inbreuken op dit decreet en op de uitvoeringsbesluiten ervan vast te stellen bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt naar de overtreders gestuurd binnen een maand na de vaststelling van de inbreuk.
Ze kunnen in het kader van de uitoefening van hun opdracht:
lokalen, terreinen en vervoermiddelen betreden;
inlichtingen en kopieën vorderen door personen te ondervragen en inzage krijgen in documenten en andere informatiedragers;
zich laten vergezellen door personen die daarvoor door hen zijn aangewezen op grond van hun deskundigheid;
de bijstand van de politie vorderen.
Men is verplicht aan de personen die belast zijn met het toezicht, binnen de door hen gestelde redelijke termijn, alle medewerking te verlenen die ze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun bevoegdheden.
[Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het zesde tot en met het tiende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het vijfde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, moeten de beslissing, vermeld in het vijfde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vijfde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vijfde lid, tijdens de periode, vermeld in het zesde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.]

Art. 9.
Na de vaststelling van een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan kunnen de personen die belast zijn met het toezicht, vermeld in artikel 8:
een vaartuig of ander tuig de toegang tot of het verblijf in de haven verbieden;
een vaartuig of ander tuig ophouden en naar een nabijgelegen plaats brengen of laten brengen;
een vaartuig of ander tuig verbieden af te varen;
een vaartuig, ander tuig of gevaarlijke goederen ambtshalve verwijderen;
laad- en losverrichtingen laten stilleggen.