Hoofdstuk X.
Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen


Art. 63.

De artikelen 1 tot 4, 6 tot 34, en 36 tot 39 en 41 tot 46 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud worden, wat de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest betreft, opgeheven.


De reglementaire bepalingen getroffen ter uitvoering van de opgeheven bepalingen van die wet blijven echter geldig voorzover zij niet door de Vlaamse regering werden opgeheven, gewijzigd of aangevuld.


Art. 64. In artikel 52, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen en gewijzigd bij het decreet van 2 december 1994, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de voorgaande hoofdstukken kan de Vlaamse regering" vervangen door de woorden "De Vlaamse regering kan, in afwijking van de bepalingen van het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu,".

Art. 65. In artikel 56 van dezelfde wet, ingevoegd bij decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen, worden de woorden "artikelen 45 en 46" vervangen door de woorden "artikelen 58 tot en met 62 van het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.".


Art. 66.

§ 1

Artikel 43 van het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt aangevuld met een § 6, die luidt als volgt :

« § 6. Als een openbaar bos in het Vlaams Ecologisch Netwerk ligt, zoals bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wordt het beheersplan voor advies voorgelegd aan de administratie bevoegd voor het natuurbehoud. Na goedkeuring van het beheersplan wordt de administratie bevoegd voor het natuurbehoud periodiek ingelicht over de voorgenomen uitvoeringsmaatregelen van het plan.

 

Dit beheersplan bevat minstens de gegevens die vermeld worden in het beheersplan voor de bosreservaten, zoals bepaald in artikel 25 van dit decreet. ».


Art. 67.

Tussen het eerste en het tweede lid van artikel 46 van het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt een lid ingevoegd dat luidt als volgt :


« Voor de bossen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk, zoals bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, worden in de beheersplannen die goedgekeurd worden na de inwerkingtreding van voormeld decreet uitdrukkelijk de maatregelen vermeld die moeten worden genomen om de in artikel 18 van het bosdecreet van 13 juni 1990 bepaalde doelstellingen te realiseren en dient in overeenstemming te zijn met het natuurrichtplan conform de artikelen 48 en 50 van het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en natuurlijk milieu.


De administratie bevoegd voor het natuurbehoud kan toezicht uitoefenen op het gevoerde beheer. »


Art. 68.

Artikel 47 van het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt vervangen door de volgende bepaling :


« Artikel 47. In afwijking van de artikelen 43 tot en met 46 wordt voor de bossen gelegen in natuurreservaten bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, één enkel beheersplan per natuurreservaat opgemaakt, het Bosbeheer gehoord, overeenkomstig dat decreet van 21 oktober 1997. De ambtenaar van de administratie bevoegd voor het natuurbehoud vraagt het advies van het Bosbeheer dat binnen de dertig dagen wordt verstrekt. Wanneer deze termijn is overschreden, hoeft geen rekening gehouden te worden met dit advies.


In afwijking van artikel 42 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, is in natuurreservaten, conform dit decreet, voor ontbossing voorzien in het beheersplan, goedgekeurd krachtens de wetgeving op het natuurbehoud, enkel een voorafgaande eenvoudige melding aan de ambtenaar vereist. Van deze melding stelt de ambtenaar onverwijld het college van burgemeester en schepenen en de administratie Ruimtelijke Ordening in kennis. ».


Art. 69.

Aan het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt een nieuw artikel 90bis toegevoegd, dat luidt als volgt :


« Artikel 90bis. Ontbossing, zoals bepaald in artikel 4, punt 15, is verboden tenzij mits naleving van de voorschriften van de wetgeving op de ruimtelijke ordening en stedenbouw en na advies van het Bosbeheer.


Dit advies wordt aangevraagd door de administratie die door de Vlaamse regering is aangewezen als bevoegd voor de stedebouw en de ruimtelijke ordening, of indien niet betrokken bij de uitreiking van de vergunning, door de overheid die de vergunning verleent. Het Bosbeheer brengt binnen dertig dagen advies uit. Als binnen deze termijn geen advies werd uitgebracht, wordt het advies geacht gunstig te zijn.


Een vergunning tot ontbossing wordt overeenkomstig de wetgeving op de ruimtelijke ordening en de stedenbouw slechts verleend, wanneer deze ontbossing gebeurt in functie van uitvoering van werken van algemeen belang die in overeenstemming zijn met de geldende plannen van aanleg.


Met het oog op het behoud van het bosareaal, legt de Vlaamse regering criteria vast voor compensatie van de ontbossing. De als compensatie opgelegde maatregelen, gelden als voorwaarden bij de vergunde ontbossing. » .


Art. 70.

In het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt een nieuw artikel 19bis ingevoegd, dat luidt als volgt :


« Artikel 19bis. De Vlaamse regering kan, na advies van de Vlaamse Hoge Bosraad en van de Vlaamse Hoge Raad voor het Natuurbehoud, volgens de voorwaarden en de normen door haar te bepalen, binnen de perken van de begrotingskredieten, toelagen verlenen voor het nemen van maatregelen die de ontwikkeling van de natuur in het bos tot doel hebben, desgevallend afgestemd op de door het natuurbeleid en/of het ruimtelijk beleid vooropgestelde gebiedscategorieën. »


Art. 71.

Het laatste lid van artikel 87 van het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt vervangen door de volgende bepaling vervangen :


« Voor de bebossing van gronden gelegen in de natuurgebieden, de natuurgebieden met wetenschappelijke waarde, de valleigebieden, de brongebieden, de agrarische gebieden met ecologisch belang en de agrarische gebieden met bijzondere waarde, de natuurontwikkelingsgebieden, het Vlaams Ecologisch Netwerk, de gebieden aangewezen ter uitvoering van de richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand, de gebieden aangewezen in uitvoering van de richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna en de gebieden aangewezen krachtens de Overeenkomst inzake watergebieden die van internationale betekenis zijn, opgemaakt te Ramsar op 2 februari 1971, dient het voorafgaand advies van de Administratie bevoegd voor het Natuurbehoud te worden ingewonnen. De afstandsregel bepaald in artikel 35bis, § 5 van het Veldwetboek is onverminderd van toepassing.


De Vlaamse regering bepaalt criteria voor ecologisch verantwoorde bebossing en bosuitbreiding. »


Art. 72. [...]

Art. 73. Voor alle terreinen die met aankoopsubsidie van het Vlaamse Gewest werden aangekocht vóór de inwerkingtreding van dit decreet blijft de erkenningsprocedure van voor de inwerkingtreding van toepassing.

Art. 74.

In het milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985 wordt een bepaling aan artikel 20, na het tweede lid toegevoegd :


« Voor erkende natuurreservaten en gelegen buiten het VEN en erkend op basis van artikel 36, § 2 en § 3, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu gelden geen afstandsregels. »


Art. 75. Wat het gedeelte van een in artikel 1, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 oktober 1988 tot aanwijzing van speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de Vogelrichtlijn, bedoelde zone betreft die noch één der in artikel 1, § 3, vermelde bestemmingsgebieden, noch één der in dat artikel voor die zone vermelde habitats bevat, zijn de bepalingen van de artikelen 13, § 4, en 36ter, §§ 2 tot 6, van overeenkomstige toepassing in afwachting van een in artikel 36bis , § 6, bedoeld definitief vaststellingsbesluit voor dat gedeelte of onderdelen daarvan.