Hoofdstuk VI.
Overgangs- en slotbepalingen


Art. 39. De Vlaamse regering zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van het decreet aan het Vlaams Parlement een verslag over de wijze waarop het is toegepast en doet eventueel de nodige voorstellen tot aanpassing van het decreet.

Art. 40. In afwachting van een andersluidende beslissing van het bevoegde orgaan, vervullen de informatieambtenaren, aangesteld ter uitvoering van het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse regering, en de voorlichtingsambtenaren, aangesteld ter uitvoering van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten, hun functie voortaan als communicatieambtenaar, zoals bepaald in hoofdstuk III.

Art. 41. In afwachting van de operationalisering van de bestuursinstanties voorzien in artikel 31, 1 tot 3, stelt de Vlaamse regering een communicatieambtenaar aan bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en stelt de raad van bestuur van elke Vlaamse openbare instelling van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap een communicatieambtenaar aan.

Art. 42. De aanvragen en de beroepsschriften die op datum van de inwerkingtreding van dit decreet reeds werden ingediend, worden verder afgehandeld overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.

Art. 43. Dit decreet treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.