Afdeling 3.
Procedure voor de totstandkoming van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen voor ontginningsgebieden


Onderafdeling 1.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen op basis van oppervlaktedelfstoffennota?s


Art. 7.

§ 1.

De minister kan voor een of meer zoekzones die in een of meer oppervlaktedelfstoffennota’s zijn opgenomen, een vraag tot opname van de desbetreffende zoekzones in een gebiedsgericht ruimtelijk planningsproces of in een ruimtelijk uitvoeringsplan met betrekking tot aanbodgedreven planning van ontginningsgebieden, ter goedkeuring voorleggen aan de Vlaamse Regering met het oog op het nemen van een startbeslissing om binnen de zoekzones locatievoorstellen als ontginningsgebied te bestemmen.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het proces van de voorbereiding van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan met betrekking tot aanbodgedreven planning van ontginningsgebieden.

 

§ 3.

De bijzondere oppervlaktedelfstoffenplannen die werden goedgekeurd voor 1 januari 2013, blijven hun rechtskracht behouden en kunnen mee de basis vormen voor de opmaak van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen met betrekking tot ontginningen.


Onderafdeling 2.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen op basis van vraaggestuurde ontginningsprojecten


Art. 8.

§ 1.

Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon kan een onderbouwd verzoek tot het opstarten van een vraaggestuurd ontginningsproject bezorgen aan de minister.


Het verzoek tot het starten van een vraaggestuurd ontginningsproject moet minstens volgende informatie bevatten:

de aard en de hoeveelheid van de oppervlaktedelfstoffen die zullen kunnen worden gevaloriseerd;
de wijze waarop het ontginningsproject rekening houdt met de huidige bestemming van het gebied en het landgebruik;
de mogelijke nabestemming die kan worden gecreëerd;
de effecten van het ontginningsproject op de omgeving en de activiteiten in de omgeving;

informatie die aantoont dat met betrekking tot het voorgenomen ontginningsproject een grote mate van consensus bestaat bij de lokale belanghebbenden.


De minister kan, voor zover dat verzoek in overeenstemming is met het oppervlaktedelfstoffenbeleid, een vraag tot opname van een vraaggestuurd ontginningsproject in een gebiedsgericht ruimtelijk planningsproces of in een ruimtelijk uitvoeringsplan met betrekking tot een vraaggestuurd ontginningsproject, ter goedkeuring voorleggen aan de Vlaamse Regering met het oog op het nemen van een startbeslissing om het gebied waarop het verzoek tot het opstarten van het vraaggestuurd ontginningsproject betrekking heeft, als ontginningsgebied te bestemmen.


Als het ontginningsproject betrekking heeft op oppervlaktedelfstoffen waarvoor al een of meer oppervlaktedelfstoffennota’s zijn goedgekeurd, evalueert de minister deze oppervlaktedelfstoffennota’s vooraleer hij het verzoek tot het starten van het vraaggestuurd ontginningsproject ter goedkeuring voorlegt aan de Vlaamse Regering.


Als het ontginningsproject in een bredere context kadert dan alleen de ontginningsactiviteit op zich, kan de in het derde lid vermelde startbeslissing een onderdeel vormen van de startbeslissing van een strategisch of complex project. In dat geval verloopt de verdere besluitvorming over de noodzakelijke bestemmingswijziging voor het vraaggestuurd ontginningsproject volledig volgens de besluitvormingsprocedure die van toepassing is voor de noodzakelijke bestemmingswijzigingen voor het betrokken strategisch of complex project.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor het proces van de voorbereiding van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan met betrekking tot een vraaggestuurd ontginningsproject.