Afdeling II.
De ontginningsmachtiging


Art. 10.

Indien de eigenaar of houder van zakelijke rechten de toestemming tot ontginning van percelen, gelegen in een ontginningsgebied, weigert, kan de onderneming die erom vraagt, voor deze percelen een ontginningsmachtiging verkrijgen.


De ontginningsmachtiging is een administratieve of ministeriėle beslissing waarbij de aanvragende onderneming tijdelijk het recht krijgt om percelen, die eigendom blijven van de oorspronkelijke eigenaars, te ontginnen op voorwaarde van het verkrijgen van de nodige vergunningen. Deze machtiging eindigt bij de oplevering van de eindafwerking.


De ontginningsmachtiging kan enkel worden gegeven als aan alle hiernavolgende voorwaarden voldaan is :

 

1° 

de weigering van de toestemming hindert de bedrijfseconomische verantwoorde en rationele ontginningsactiviteiten van de aanvragende onderneming met betrekking tot percelen, gelegen in eenzelfde ontginningsgebied; een rationele ontginning betekent dat gefaseerd, zo veel mogelijk aaneensluitend en met een continu voortschrijdend ontginningsfront moet worden ontgonnen tenzij een ontginning op meerdere plaatsen tegelijk noodzakelijk is in functie van een gepaste grondstoffenmengeling of om een andere gemotiveerde reden;

de aanvragende onderneming moet het bewijs leveren dat hij onderhandeld heeft met de betrokken eigenaars of de houders van zakelijke rechten en dat hij een ernstig bod heeft gedaan om de eigendom of de zakelijke rechten te verwerven of de toestemming tot ontginning te verkrijgen;
3° de eigendom of de zakelijke rechten die rusten op de aangevraagde percelen mogen niet behoren aan een andere onderneming die de percelen nodig heeft voor eigen ontginning;
4° de ontginning leidt tot de realisatie van de eindafwerking, die voorafgaat aan de nabestemming van het ontginningsgebied.

Art. 11.

De aanvraag tot ontginningsmachtiging moet aangetekend toegestuurd worden aan het departement en bevat volgende elementen :

 

 1° 

de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel, telefoon-, RSZ- en BTW-nummer van de aanvragende onderneming evenals de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die de aanvraag tot het bekomen van een ontginningsmachtiging namens de onderneming ondertekent;

 2° de identiteit, de hoedanigheid en de woonplaats van de eigenaars en houders van de zakelijke rechten en van eventuele pachters, huurders of gebruikers;
 3° de opgave van de percelen waarvoor de ontginningsmachtiging wordt aangevraagd, inclusief de kadastrale legger en het kadastraal plan;
 4° een raming van de jaarlijks te ontginnen hoeveelheden oppervlaktedelfstoffen op de percelen in kwestie;
 5° de nodige gegevens om aan te tonen dat de gevraagde ontginningsmachtiging steunt op de voorwaarden bepaald in artikel 10;
 6° alle nuttige gegevens inzake de financiėle mogelijkheden van de aanvragende onderneming;
 7° een plan, opgemaakt op schaal 1/2 500, waarop de aangevraagde percelen worden aangeduid.

Art. 12.

Een exemplaar van de aanvraag tot ontginningsmachtiging wordt door het departement binnen 10 werkdagen betekend aan de in artikel 11, 2°, vermelde partijen. Binnen een maand kunnen die per aangetekende brief hun bezwaren en aanspraken op vergoeding, voorzien van de eventuele bewijsstukken, aan het departement kenbaar maken. Zij kunnen tevens vragen om te worden gehoord.


Art. 13.

Het departement beslist over de aangevraagde machtiging binnen 60 dagen nadat het bedrag en de duur van de jaarlijkse vergoeding aan de eigenaars of de houders van de zakelijke rechten en het bedrag van de eenmalige vergoeding aan de pachter, de huurder of gebruiker volgens de bepalingen van artikel 15 werden vastgesteld en nadat de aanvrager zijn akkoord over deze bedragen heeft betekend aan de administratie.


De aanvragende onderneming, de eigenaars of houders van zakelijke rechten en de eventuele pachters, huurders of gebruikers worden van deze beslissing in kennis gesteld per aangetekende brief.


Indien het departement binnen de gestelde termijn geen beslissing heeft genomen, wordt de beslissing geacht negatief te zijn.


Als de ontginningsmachtiging wordt verleend en de onderneming intussen over de nodige vergunningen beschikt, mag hij de ontginningsactiviteiten pas starten nadat de termijn van beroep tegen de ontginningsmachtiging is verstreken. Als er beroep werd ingesteld, moet de onderneming wachten op de uitspraak van dit beroep, zoals vermeld in artikel 14.


Art. 14.

§ 1

Binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing of, in het geval van de stilzwijgende weigering, binnen de 30 dagen na het verstrijken van de 60 dagen, bedoeld in artikel 13, kan beroep worden ingesteld bij de minister door de aanvragende onderneming, de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten en de eventuele pachters, huurders of gebruikers. Het beroep moet, op straffe van nietigheid, worden ingesteld per aangetekende brief, met vermelding van alle motieven.

 

§ 2

De minister beslist binnen een termijn van 60 dagen na het instellen van het beroep. Indien de minister binnen de gestelde termijn geen beslissing heeft uitgebracht, blijft de oorspronkelijke beslissing behouden.


De aanvragende onderneming, de eigenaars of houders van zakelijke rechten en de eventuele pachters, huurders of gebruikers worden van de ministeriėle beslissing in kennis gesteld per aangetekende brief.


Art. 15.

§ 1

De houder van de ontginningsmachtiging is aan de eigenaars of houders van zakelijke rechten gedurende een bepaalde tijd, afhankelijk van de geraamde duur van de ontginning, een jaarlijkse vergoeding verschuldigd. Aan de pachter, huurder of gebruiker is hij een eenmalige vergoeding verschuldigd. De bedragen van de vergoeding worden in onderling overleg of door deskundigen vastgesteld, rekening houdend met de waarde, het gebruik en de opbrengst van de percelen ten tijde van de aanvraag tot ontginningsmachtiging. De deskundigen worden aangewezen door de partijen of, bij gebrek aan overeenstemming, op verzoek van de meest gerede partij door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de meerderheid van de ontginningspercelen is gelegen. De beslissing van het departement zoals bedoeld in artikel 13 of de ministeriėle beslissing die de ontginningsmachtiging in beroep verleent, geeft het bedrag en de duur van de aldus vastgestelde vergoedingen aan. Ingeval partijen het niet eens zijn over de raming van de deskundige, beslist de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op verzoek van de meest gerede partij.

 

§ 2

De eigenaar kan te allen tijde eisen dat zijn perceel door de houder van de ontginningsmachtiging wordt aangekocht. De verkoopprijs wordt in onderling overleg of door deskundigen vastgesteld. Deze deskundigen worden aangewezen door de partijen of, bij gebrek aan overeenstemming, op verzoek van de meest gerede partij door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de meerderheid van de ontginningspercelen is gelegen. De deskundigen houden in dit geval bij de raming rekening met de reeds betaalde vergoedingen. Ingeval partijen het niet eens zijn over de raming van de deskundige, beslist de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op verzoek van de meest gerede partij.