Art. 10.

Indien de eigenaar of houder van zakelijke rechten de toestemming tot ontginning van percelen, gelegen in een ontginningsgebied, weigert, kan de onderneming die erom vraagt, voor deze percelen een ontginningsmachtiging verkrijgen.


De ontginningsmachtiging is een administratieve of ministeriėle beslissing waarbij de aanvragende onderneming tijdelijk het recht krijgt om percelen, die eigendom blijven van de oorspronkelijke eigenaars, te ontginnen op voorwaarde van het verkrijgen van de nodige vergunningen. Deze machtiging eindigt bij de oplevering van de eindafwerking.


De ontginningsmachtiging kan enkel worden gegeven als aan alle hiernavolgende voorwaarden voldaan is :

 

1° 

de weigering van de toestemming hindert de bedrijfseconomische verantwoorde en rationele ontginningsactiviteiten van de aanvragende onderneming met betrekking tot percelen, gelegen in eenzelfde ontginningsgebied; een rationele ontginning betekent dat gefaseerd, zo veel mogelijk aaneensluitend en met een continu voortschrijdend ontginningsfront moet worden ontgonnen tenzij een ontginning op meerdere plaatsen tegelijk noodzakelijk is in functie van een gepaste grondstoffenmengeling of om een andere gemotiveerde reden;

de aanvragende onderneming moet het bewijs leveren dat hij onderhandeld heeft met de betrokken eigenaars of de houders van zakelijke rechten en dat hij een ernstig bod heeft gedaan om de eigendom of de zakelijke rechten te verwerven of de toestemming tot ontginning te verkrijgen;
3° de eigendom of de zakelijke rechten die rusten op de aangevraagde percelen mogen niet behoren aan een andere onderneming die de percelen nodig heeft voor eigen ontginning;
4° de ontginning leidt tot de realisatie van de eindafwerking, die voorafgaat aan de nabestemming van het ontginningsgebied.