Art. 16.

Onverminderd haar bevoegdheid over te gaan tot onteigening ten algemenen nutte, al dan niet via andere hiertoe gemachtigde rechtspersonen, kan de Vlaamse regering op voordracht van de minister overgaan tot onteigening ten algemenen nutte op verzoek, op naam en voor rekening van de aanvragende onderneming indien de optimale en rationele ontginning in het ontginningsgebied van de betrokken aanvrager in gevaar komt en een aanvraag tot ontginningsmachtiging binnen negen maanden na indiening geen resultaat heeft opgeleverd.


De onteigeningsaanvraag dient alle nuttige elementen te bevatten waaruit blijkt dat een ontginningsmachtiging niet kan worden verkregen en waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 10 werd voldaan.