Art. 27.

§ 1

Met uitzondering van het geval, vermeld in het tweede lid, mogen in ontginningsgebieden alleen primaire oppervlaktedelfstoffen waarvoor een certificaat van herkomst is afgeleverd, ontgonnen worden.

 

Oppervlaktedelfstoffen die, zonder enige behandeling die de milieuhygiënische kwaliteit negatief beïnvloedt en zonder tussentijdse opslag, onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder getransporteerd worden van de plaats van ontginning naar de plaats van een productieproces waarbij die oppervlaktedelfstoffen als grondstof ingezet worden, mogen ontgonnen worden zonder dat daarvoor een certificaat van herkomst is afgeleverd. Het is aan de vergunninghouder om aan te tonen dat de oppervlaktedelfstoffen aan deze voorwaarden voldoen. Het departement ziet erop toe of aan deze voorwaarden is voldaan.

 

De regeling blijft ook gelden nadat de vergunningstermijn verstreken is, of als een vergunning vervallen, ingetrokken of geschorst is. 

 

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de aanvraag, de toekenning, de schorsing, de intrekking en het gebruik van het certificaat van herkomst.