Hoofdstuk VIII.
Slotbepalingen


Art. 30. [...]

Art. 31.

In artikel 6, § 1, van de wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorverkoop ten gunste van huurders van landeigendommen, wordt 2°, voor het Vlaamse Gewest, vervangen door wat volgt :


" 2° De pachtovereenkomst heeft betrekking op ongebouwde gronden die, op het ogenblik van de opzegging, zonder dat er vooraf wegenwerken uitgevoerd moeten worden, beschouwd moeten worden als bouwgronden of op al dan niet bebouwde gronden die gelegen zijn binnen ontginningsgebieden. Als op gronden binnen een ontginningsgebied een door de verpachter verleende toestemming tot ontginning rust of als een ontginningsmachtiging werd verleend, treedt diegene die de toestemming of de ontginningsmachtiging heeft bekomen in de rechten en de plichten van de verpachter; ".


Art. 32.

In artikel 598 van het Burgerlijk Wetboek wordt, voor het Vlaamse Gewest, een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :


" In ontginningsgebieden kan het vruchtgebruik slechts worden gevestigd voor een bepaalde tijd die eindigt bij het verlenen van een ontginningsmachtiging, zoals bedoeld in het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen. "


Art. 33. Voor het Vlaamse Gewest worden de artikelen 3 en 4, de artikelen 84 tot 105 en de artikelen 106 tot 112 inzake de ontginning van oppervlaktedelfstoffen van de wetten op de mijnen, groeven en graverijen, gecoördineerd op 15 september 1919, opgeheven.

Art. 34.

Aan artikel 4 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :


" 4 ° bodem, uitgegraven buiten ontginningsgebieden, die vrij kan worden hergebruikt als bodem of als bouwstof; ".


Art. 35. De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.