Deel I.
Algemene bepalingen


Hoofdstuk I.1.
Algemene beginselen


Afdeling I.1.1.
Toepassingsgebied en definities


Art. I.1.1.1.

§ 1

Het Technisch Reglement voor de Distributie van Elektriciteit in het Vlaamse Gewest (hierna “Technisch Reglement Distributie Elektriciteit” te noemen) bevat de voorschriften en regels voor het beheer van en de toegang tot de elektriciteitsdistributienetten en de gesloten distributienetten voor elektriciteit, gelegen in het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 4.2.1 van het Energiedecreet.

§ 2

Het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit omvat naast dit deel I, Algemene Bepalingen, de Planningscode (Deel II), de Aansluitingscode (Deel III), de Toegangscode (Deel IV), de Meetcode (Deel V), de Samenwerkingscode (Deel VI) en de bijlagen.

Art. I.1.1.2.
De VREG publiceert het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en is verantwoordelijk voor de controle op de toepassing ervan.

Art. I.1.1.3.
De begrippen die in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit worden gebruikt, zijn te begrijpen volgens de definitie die er wordt aan gegeven in de Vlaamse energiewetgeving, of bij gebreke hieraan, volgens de definitie ervan, opgenomen in de begrippenlijst, die als bijlage I bij dit reglement is gevoegd.

Art. I.1.1.4.
Behoudens andersluidende bepalingen, lopen de termijnen, vermeld in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, van middernacht tot middernacht. Ze vangen aan op de werkdag, die volgt op de dag van de ontvangst van de kennisgeving, of, bij gebrek aan een kennisgeving, de dag van de kennisname van de gebeurtenis die aanleiding geeft tot de loop van een termijn.
De ontvangst van de kennisgeving wordt vermoed te vallen op de derde werkdag na de kennisgeving, behoudens tegenbewijs van kortere termijn.
Vastgelegde reactietijden in processen starten op de datum vermeld in het acceptatiebericht van de beheerder van de toegangspunten. De reactietijd voor een acceptatiebericht is 48 uur.

Afdeling I.1.2.
Taken en verplichtingen van de elektriciteitsdistributienetbeheerder


Art. I.1.2.1.

§ 1

In het gebied waarvoor hij is aangewezen voert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens de Vlaamse energiewetgeving, de bijbehorende uitvoeringsbesluiten en dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt in het werk om onderbrekingen van de toegang tot het elektriciteitsdistributienet te voorkomen, of indien een onderbreking optreedt, die zo snel mogelijk te verhelpen.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verbindt zich ertoe om alle redelijke middelen die van hem verwacht kunnen worden ter beschikking te stellen opdat de geleverde spanning op een aansluitingspunt voldoet aan de bepalingen van de norm NBN EN 50160 “Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten”.

Art. I.1.2.2.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder organiseert zich op een dergelijke wijze dat hij alle klachten van zijn elektriciteitsdistributienetgebruikers registreert en verwerkt. Klachten kunnen schriftelijk per brief, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder worden ingediend. Van elke klacht registreert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de datum van ontvangst en het onderwerp.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bevestigt de ontvangst van elke schriftelijke klacht van de elektriciteitsdistributienetgebruiker binnen tien werkdagen per brief of via e-mail.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder behandelt verder de klacht in overeenstemming met de wetgeving of reglementering ter zake, zoals daar zijn: dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en het aansluitingsreglement of aansluitingscontract.

Art. I.1.2.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder zendt jaarlijks vóór 1 april een verslag aan de VREG, waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft.

§ 2

Dat verslag wordt opgesteld volgens het rapporteringsmodel, gepubliceerd door de VREG.

Hoofdstuk I.2.
Informatie-uitwisseling en confidentialiteit bij het beheer van het elektriciteitsdistributienet


Afdeling I.2.1.
Machtiging aan derde partijen


Art. I.2.1.1.
Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan steeds een derde partij, zoals zijn leverancier(s) of evenwichtsverantwoordelijke(n) mandateren voor zijn contacten en communicatie met de elektriciteitsdistributienetbeheerder in het kader van een of meer procedures, beschreven in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit. Die partij moet steeds kunnen aantonen dat hij hiertoe gemachtigd werd door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De communicatie die de elektriciteitsdistributienetbeheerder in dat geval zou doen naar de elektriciteitsdistributienetgebruiker, wordt dan ook gericht aan de gemandateerde derde partij. Als de derde partij daartoe op correcte wijze is gemachtigd, worden ook gerelateerde kosten voor de prestaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder verrekend via de gemandateerde partij.

Afdeling I.2.2.
Informatie-uitwisseling


Art. I.2.2.1.

§ 1

Behoudens een andersluidende bepaling moet elke kennisgeving ter uitvoering van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, schriftelijk gebeuren, overeenkomstig de formaliteiten en voorwaarden vastgesteld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de afzender en de geadresseerde eenduidig kunnen worden geïdentificeerd. Behoudens een andersluidende bepaling bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de inhoudelijke vorm van de documenten waarin die gegevens uitgewisseld moeten worden.

§ 2

In geval van hoogdringendheid mogen gegevens mondeling worden uitgewisseld. In elk geval moeten dergelijke gegevens zo spoedig mogelijk overeenkomstig §1 van dit artikel worden bevestigd.

Art. I.2.2.2.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de leveranciers communiceren met betrekking tot de status, de stamgegevens en de meetgegevens van een toegangspunt, de allocatie- en reconciliatiegegevens, de foutenafhandeling en de nettarieffacturatiegegevens volgens een protocol dat in overleg werd opgesteld en waarvan de vorm, inhoud en timing worden beschreven in een handleiding (Utility Market Implementation Guide of UMIG). De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de leveranciers stellen gezamenlijk een partij aan die belast is met het opstellen van die handleiding. Deze wordt onverwijld na de goedkeuring ervan door de marktpartijen ter kennis en ter commentaar overgemaakt aan de VREG.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de leveranciers stellen gezamenlijk een partij aan die belast is met het versiebeheer van het protocol, vermeld in Artikel I.1.2.2§1, en de certificatie voor het gebruik van de daarin beschreven berichten. Die partij krijgt eveneens de taak om centraal de gegevensuitwisseling in de vrijgemaakte energiemarkt op een onafhankelijke en transparante manier te monitoren.

§ 3

Behalve indien wettelijk of reglementair anders is bepaald, worden de gegevens die tussen de verschillende betrokken partijen zullen worden uitgewisseld en die vermeld staan in de gemeenschappelijke handleiding UMIG, geleverd via een beveiligd elektronisch systeem met centrale postbus of via een gelijkwaardig systeem dat voldoende transparantie en traceerbaarheid biedt aan haar gebruikers, volgens het protocol vermeld in §1.

§ 4

In afwijking van §1 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder een ander protocol opleggen voor de communicatie met de elektriciteitsdistributienetgebruikers, leveranciers en evenwichtsverantwoordelijken, indien hij tevens het beheer van het transmissienet waarneemt.

§ 5

Het protocol voor de onderlinge communicatie tussen de netbeheerders wordt vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst zoals vermeld in Artikel VI.2.1.10.

Art. I.2.2.3.
Met inachtname van de wettelijke en reglementaire bepalingen moet de elektriciteitsdistributienetbeheerder technische en organisatorische maatregelen uitwerken met betrekking tot de uit te wisselen gegevens om de confidentialiteit zoals bepaald in Afdeling I.2.3 te waarborgen.

Art. I.2.2.4.

§ 1

Tabel 1 in bijlage II: “Gegevenslijst” bevat de lijst van gegevens die de elektriciteitsdistributienetbeheerder kan opvragen bij de elektriciteitsdistributienetgebruikers en de toegangshouders die over een aansluiting op hoogspanning beschikken. Die gegevenslijst is niet beperkend. De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan op elk moment aanvullende gegevens vragen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het elektriciteitsdistributienet.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetgebruiker met een hoogspanningsaansluiting of zijn toegangshouder brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder onverwijld op de hoogte van elke wijziging van zijn installaties voor zover die een aanpassing van de eerder meegedeelde gegevens vereist.

Art. I.2.2.5.
Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepalingen daarover in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit zetten de elektriciteitsdistributienetbeheerders, de elektriciteitsdistributienetgebruikers en de toegangshouders zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit mee te delen.

Afdeling I.2.3.
Confidentialiteit


Art. I.2.3.1.
Als vertrouwelijke gegevens worden minimaal volgende gegevens beschouwd:
de gegevens opgenomen in het Toegangsregister, zoals bedoeld in Artikel IV.2.1.3, behalve waar de toepassing van Artikel IV.2.1.8§1 dit vereist;
de aanvragen tot aansluiting op het net;
de gegevens bekomen in het kader van de procedure zoals bedoeld in Artikel IV.2.2.7;
de meetgegevens, zoals bedoeld in Artikel V.3.4.1;
de financiële situatie van de betrokken afnemer.

Art. I.2.3.2.
Naast bovenstaande gegevens die zeker en vast als vertrouwelijk dienen behandeld te worden geldt dat wie informatie meedeelt, bepaalt wat commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie is.

Art. I.2.3.3.
De mededeling aan derden van commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie door de geadresseerde van die informatie, is niet toegestaan, behalve als aan minstens één van de onderstaande voorwaarden voldaan is.
De mededeling is vereist in het kader van een gerechtsprocedure of is opgelegd door de overheid.
De wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt leggen de bekendmaking of mededeling van de desbetreffende gegevens op.
Er is een schriftelijk akkoord van diegene van wie de commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie uitgaat.
Het beheer van het elektriciteitsdistributienet of het overleg met andere netbeheerders vereist de mededeling door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.
De informatie is gewoon toegankelijk of publiek beschikbaar.
Als een derde onder de voorwaarden vermeld in punt 2, 3 en 4, commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie heeft ontvangen, zal de geadresseerde aan die derde, onverminderd toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, dezelfde graad van confidentialiteit opleggen als die waaronder de oorspronkelijke communicatie gebeurde.

Afdeling I.2.4.
Publieke informatie


Art. I.2.4.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek:
1
de modelcontracten en reglementen voor aansluiting op en toegang tot het elektriciteitsdistributienet, vermeld in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit;
2
de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit wordt verwezen;
3
de formulieren die vereist zijn voor de gegevensuitwisseling overeenkomstig dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit;
4
de elektriciteitsdistributienettarieven en tarief periodes. Die informatie wordt minstens op eenvoudige aanvraag ter beschikking gesteld. Die documenten en formulieren moeten geraadpleegd kunnen worden op de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Hoofdstuk I.3.
Modelcontracten, reglementen, procedures en formulieren van elektriciteitsdistributienetbeheerders


Art. I.3.1.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders plegen overleg met als doel de coördinatie te verzorgen bij het opstellen van modelcontracten, reglementen, technische voorschriften, procedures en formulieren in het kader van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Art. I.3.1.2.
Behoudens andersluidende bepaling in de Vlaamse energiewetgeving of in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit treden modelcontracten, reglementen, technisch voorschriften, procedures en formulieren die door de netbeheerders of marktpartijen zijn opgesteld in uitvoering van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit alsook alle wijzigingen die eraan worden aangebracht, pas in werking indien ze twee maanden voor hun inwerkingtreding ter kennis en commentaar werden overgemaakt aan de VREG.

Hoofdstuk I.4.
Toegankelijkheid van de installaties bij elektriciteitsdistributienetten


Afdeling I.4.1.
Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder


Art. I.4.1.1.

§ 1

De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en na zijn uitdrukkelijk akkoord.

§ 2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht op toegang tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie.

§ 3

Als de toegang tot een roerend of onroerend goed van de elektriciteitsdistributienetgebruiker onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet hij die vooraf schriftelijk aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder meedelen. Zo niet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Afdeling I.4.2.
Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker


Art. I.4.2.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt welke installaties waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet en welke installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker een niet-verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren van het elektriciteitsdistributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die bepalingen worden opgenomen in het aansluitingscontract of in een bijlage bij het aansluitingscontract.

§ 2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht op toegang tot de installaties, vermeld in Artikel I.1.2.1§1, om er inspecties, testen of proeven uit te voeren. De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft tevens het recht om exploitatiehandelingen uit te voeren op functionele delen. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek.

§ 3

Voor elke exploitatiehandeling op functionele delen en inspectie, test of proef, als vermeld in §2, moet de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder schriftelijk op de hoogte brengen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zo niet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Afdeling I.4.3.
Werken op het elektriciteitsdistributienet of op de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker


Art. I.4.3.1.

§ 1

Als een installatie waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, de veiligheid of de betrouwbaarheid van het elektriciteitsdistributienet in het gedrang brengt, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker in gebreke bij aangetekende brief. De ingebrekestelling beschrijft de door de elektriciteitsdistributienetgebruiker te nemen maatregelen, de motivatie hiervoor en de termijn voor uitvoering. Ingeval de elektriciteitsdistributienetgebruiker binnen de termijn die in de ingebrekestelling is vastgelegd, de te nemen maatregelen niet heeft genomen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht de nodige maatregelen te nemen op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of hem de toegang tot het elektriciteitsdistributienet te ontzeggen. De bepalingen van Afdeling I.4.2 zijn van toepassing.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder van oordeel is dat een aanpassing van de installaties waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, noodzakelijk is voor de efficiëntie van het elektriciteitsdistributienet, heeft hij het recht om die aanpassingen op te leggen, na overleg met de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de werkzaamheden en hun termijn van uitvoering en op voorwaarde dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de gemaakte kosten vergoedt.

Art. I.4.3.2.
De werkzaamheden, met inbegrip van de inspecties, testen of proeven, moeten worden uitgevoerd conform de bepalingen van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en de contracten en reglementen, vermeld in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Art. I.4.3.3.

§ 1

Onverminderd Artikel III.5.3.12 zijn bij wijziging aan het elektriciteitsdistributienet, behoudens anders vermeld in het aansluitingscontract, de kosten voor de vervanging van de aansluiting, die conform is aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), door een standaardaansluiting met het zelfde aansluitingsvermogen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

Bij wijziging aan het laagspanningselektriciteitsdistributienet zijn de kosten voor aanpassingen van zowel de aansluiting als die delen van de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, die conform zijn aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Hoofdstuk I.5.
Noodsituatie en overmacht


Afdeling I.5.1.
Definitie van noodsituatie


Art. I.5.1.1.
In dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit wordt een noodsituatie als volgt gedefinieerd:
1
de situatie die voortvloeit uit overmacht en als gevolg waarvan uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen genomen moeten worden om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden en zo de veilige en betrouwbare werking van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit te kunnen vrijwaren of herstellen of om verdere schade te voorkomen;
2
een situatie die voortvloeit uit een gebeurtenis die, hoewel ze volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer niet als overmacht kan worden aangeduid, naar het inzicht van de bevoegde overheid het opleggen vereist, door die overheid, van uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen aan elektriciteitsdistributienetbeheerders, elektriciteitsdistributienetgebruikers of toegangshouders om de veilige en betrouwbare werking van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit te kunnen vrijwaren of herstellen of om verdere schade te voorkomen;
3
een situatie die voortvloeit uit een gebeurtenis die, hoewel ze volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer niet als overmacht kan worden aangeduid, naar het inzicht van de overheid, de reguleringsinstanties, het gerecht, de beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit, de gebruiker van het elektriciteitsdistributienet of het gesloten distributienet voor elektriciteit of een toegangshouder, het nemen van uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder vereist om de veilige en betrouwbare werking van het elektriciteitsdistributienet te kunnen vrijwaren of herstellen, of om verdere schade te voorkomen.

Afdeling I.5.2.
Definitie van overmacht


Art. I.5.2.1.
Overmacht is elke onvermijdbare, onvoorzienbare en onafwendbare gebeurtenis, zoals, onder meer, volgende situaties:
1
natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke klimatologische omstandigheden;
2
een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen ervan;
3
een onvoorziene onbeschikbaarheid om andere redenen dan ouderdom, het gebrek aan onderhoud van de installaties of de gekwalificeerdheid van de operatoren, met inbegrip van een computercrash, al dan niet veroorzaakt door een computervirus, op voorwaarde dat alle preventieve maatregelen genomen zijn die technisch en economisch haalbaar zijn;
4
de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het elektriciteitsdistributienet elektriciteit uit te wisselen door storingen binnen de regelzone, veroorzaakt door elektriciteitsstromen die het resultaat zijn van energieuitwisselingen binnen een andere regelzone of tussen twee of meer andere regelzones, en waarbij de identiteit van de marktdeelnemers die bij die uitwisselingen betrokken zijn, niet bekend is en redelijkerwijs niet bekend kan zijn door bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder;
5
brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, en bedreigingen van dezelfde aard.

Afdeling I.5.3.
Ingrijpen van de beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit


Art. I.5.3.1.

§ 1

De beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit in geval van een noodsituatie als vermeld in Afdeling I.5.1.

§ 2

De handelingen die de beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit bij een noodsituatie oplegt met betrekking tot de elektrische installaties aangesloten op zijn elektriciteitsdistributienet, verbinden alle betrokken personen.

§ 3

Als een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het transmissienet en één of meer elektriciteitsdistributienetten, moeten de maatregelen tussen de beheerders van deze netten onderling worden gecoördineerd.

§ 4

De handelingen van de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit volgens §1 zijn in overeenstemming met deze die werden of worden uitgevoerd door de beheerder van het gekoppelde net.

Afdeling I.5.4.
Opschorting van de verplichtingen


Art. I.5.4.1.

§ 1

In geval van een noodsituatie wordt de uitvoering van de taken en verplichtingen die voortvloeien uit dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en uit de contracten en de reglementen die erin vermeld staan, geheel of gedeeltelijk opgeschort in hoofde van degene die er zich op beroept, in de mate dat de uitvoering van die taken onmogelijk is geworden en beperkt tot de duur van de noodsituatie.

§ 2

De verplichtingen van geldelijke aard, ontstaan vóór de noodsituatie, moeten uitgevoerd worden.

Art. I.5.4.2.

§ 1

De partij die zich op de noodsituatie beroept, doet alle redelijke inspanningen om: 1 de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen te beperken; haar opgeschorte verplichtingen zo snel mogelijk opnieuw te vervullen.

§ 2

De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom ze haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk opschort en welke de voorzienbare termijn van de noodsituatie zal zijn. In afwijking van Artikel I.2.2.1 kan deze mededeling ook via de media worden gedaan.

Hoofdstuk I.6.
Bepalingen met betrekking tot het beheer van gesloten distributienetten voor elektriciteit


Afdeling I.6.1.
Algemene beginselen


Art. I.6.1.1.
Voor het net waarvoor hij is aangewezen, voert de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens de Vlaamse energiewetgeving, de bijbehorende uitvoeringsbesluiten en dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Art. I.6.1.2.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt in het werk om onderbrekingen van de toegang tot zijn net te voorkomen, of indien een onderbreking optreedt, die zo snel mogelijk te verhelpen.

Art. I.6.1.3.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit komt alle verplichtingen na die hem opgelegd worden krachtens de geldende wetgeving en reglementering, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en de exploitatie van installaties voor de distributie van elektriciteit door middel van leidingen.

Art. I.6.1.4.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit is voor zijn net verantwoordelijk voor de opmaak van voorschriften, procedures, modelcontracten en formulieren. Hij maakt ze bekend aan een achterliggende netgebruiker, producent, leverancier, evenwichtsverantwoordelijke of de VREG indien deze er om verzoekt.

Afdeling I.6.2.
Informatie-uitwisseling


Art. I.6.2.1.

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een systeem van informatie-uitwisseling met andere partijen dat transparant en toegankelijk is. Wat betreft de informatiestromen en de termijnen voor de communicatie met de toegangshouders, de evenwichtsverantwoordelijken en de beheerders van de gekoppelde netten, respecteert de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit de afspraken zoals verwoord in de UMIG-handleiding, waarbij hij voor zijn gebied de rol van elektriciteitsdistributienetbeheerder overneemt.

§ 2

In afwijking van §1 kan de beheerder van het transmissienet aan de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit een ander marktconform protocol voor hun onderlinge communicatie opleggen.

Afdeling I.6.3.
Confidentialiteit


Art. I.6.3.1.
Met inachtname van de wettelijke en reglementaire bepalingen moet de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit technische en organisatorische maatregelen uitwerken met betrekking tot de met andere partijen uit te wisselen gegevens om de confidentialiteit te waarborgen.