Hoofdstuk I.4.
Toegankelijkheid van de installaties bij elektriciteitsdistributienetten


Afdeling I.4.1.
Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder


Art. I.4.1.1.

§ 1

De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en na zijn uitdrukkelijk akkoord.

§ 2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht op toegang tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie.

§ 3

Als de toegang tot een roerend of onroerend goed van de elektriciteitsdistributienetgebruiker onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet hij die vooraf schriftelijk aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder meedelen. Zo niet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Afdeling I.4.2.
Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker


Art. I.4.2.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt welke installaties waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet en welke installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker een niet-verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren van het elektriciteitsdistributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die bepalingen worden opgenomen in het aansluitingscontract of in een bijlage bij het aansluitingscontract.

§ 2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht op toegang tot de installaties, vermeld in Artikel I.1.2.1§1, om er inspecties, testen of proeven uit te voeren. De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft tevens het recht om exploitatiehandelingen uit te voeren op functionele delen. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek.

§ 3

Voor elke exploitatiehandeling op functionele delen en inspectie, test of proef, als vermeld in §2, moet de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder schriftelijk op de hoogte brengen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zo niet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Afdeling I.4.3.
Werken op het elektriciteitsdistributienet of op de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker


Art. I.4.3.1.

§ 1

Als een installatie waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, de veiligheid of de betrouwbaarheid van het elektriciteitsdistributienet in het gedrang brengt, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker in gebreke bij aangetekende brief. De ingebrekestelling beschrijft de door de elektriciteitsdistributienetgebruiker te nemen maatregelen, de motivatie hiervoor en de termijn voor uitvoering. Ingeval de elektriciteitsdistributienetgebruiker binnen de termijn die in de ingebrekestelling is vastgelegd, de te nemen maatregelen niet heeft genomen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht de nodige maatregelen te nemen op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of hem de toegang tot het elektriciteitsdistributienet te ontzeggen. De bepalingen van Afdeling I.4.2 zijn van toepassing.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder van oordeel is dat een aanpassing van de installaties waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, noodzakelijk is voor de efficiëntie van het elektriciteitsdistributienet, heeft hij het recht om die aanpassingen op te leggen, na overleg met de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de werkzaamheden en hun termijn van uitvoering en op voorwaarde dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de gemaakte kosten vergoedt.

Art. I.4.3.2.
De werkzaamheden, met inbegrip van de inspecties, testen of proeven, moeten worden uitgevoerd conform de bepalingen van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en de contracten en reglementen, vermeld in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Art. I.4.3.3.

§ 1

Onverminderd Artikel III.5.3.12 zijn bij wijziging aan het elektriciteitsdistributienet, behoudens anders vermeld in het aansluitingscontract, de kosten voor de vervanging van de aansluiting, die conform is aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), door een standaardaansluiting met het zelfde aansluitingsvermogen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

Bij wijziging aan het laagspanningselektriciteitsdistributienet zijn de kosten voor aanpassingen van zowel de aansluiting als die delen van de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, die conform zijn aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.