Hoofdstuk I.5.
Noodsituatie en overmacht


Afdeling I.5.1.
Definitie van noodsituatie


Art. I.5.1.1.
In dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit wordt een noodsituatie als volgt gedefinieerd:
1
de situatie die voortvloeit uit overmacht en als gevolg waarvan uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen genomen moeten worden om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden en zo de veilige en betrouwbare werking van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit te kunnen vrijwaren of herstellen of om verdere schade te voorkomen;
2
een situatie die voortvloeit uit een gebeurtenis die, hoewel ze volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer niet als overmacht kan worden aangeduid, naar het inzicht van de bevoegde overheid het opleggen vereist, door die overheid, van uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen aan elektriciteitsdistributienetbeheerders, elektriciteitsdistributienetgebruikers of toegangshouders om de veilige en betrouwbare werking van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit te kunnen vrijwaren of herstellen of om verdere schade te voorkomen;
3
een situatie die voortvloeit uit een gebeurtenis die, hoewel ze volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer niet als overmacht kan worden aangeduid, naar het inzicht van de overheid, de reguleringsinstanties, het gerecht, de beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit, de gebruiker van het elektriciteitsdistributienet of het gesloten distributienet voor elektriciteit of een toegangshouder, het nemen van uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder vereist om de veilige en betrouwbare werking van het elektriciteitsdistributienet te kunnen vrijwaren of herstellen, of om verdere schade te voorkomen.

Afdeling I.5.2.
Definitie van overmacht


Art. I.5.2.1.
Overmacht is elke onvermijdbare, onvoorzienbare en onafwendbare gebeurtenis, zoals, onder meer, volgende situaties:
1
natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke klimatologische omstandigheden;
2
een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen ervan;
3
een onvoorziene onbeschikbaarheid om andere redenen dan ouderdom, het gebrek aan onderhoud van de installaties of de gekwalificeerdheid van de operatoren, met inbegrip van een computercrash, al dan niet veroorzaakt door een computervirus, op voorwaarde dat alle preventieve maatregelen genomen zijn die technisch en economisch haalbaar zijn;
4
de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het elektriciteitsdistributienet elektriciteit uit te wisselen door storingen binnen de regelzone, veroorzaakt door elektriciteitsstromen die het resultaat zijn van energieuitwisselingen binnen een andere regelzone of tussen twee of meer andere regelzones, en waarbij de identiteit van de marktdeelnemers die bij die uitwisselingen betrokken zijn, niet bekend is en redelijkerwijs niet bekend kan zijn door bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder;
5
brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, en bedreigingen van dezelfde aard.

Afdeling I.5.3.
Ingrijpen van de beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit


Art. I.5.3.1.

§ 1

De beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit in geval van een noodsituatie als vermeld in Afdeling I.5.1.

§ 2

De handelingen die de beheerder van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit bij een noodsituatie oplegt met betrekking tot de elektrische installaties aangesloten op zijn elektriciteitsdistributienet, verbinden alle betrokken personen.

§ 3

Als een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het transmissienet en één of meer elektriciteitsdistributienetten, moeten de maatregelen tussen de beheerders van deze netten onderling worden gecoördineerd.

§ 4

De handelingen van de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit volgens §1 zijn in overeenstemming met deze die werden of worden uitgevoerd door de beheerder van het gekoppelde net.

Afdeling I.5.4.
Opschorting van de verplichtingen


Art. I.5.4.1.

§ 1

In geval van een noodsituatie wordt de uitvoering van de taken en verplichtingen die voortvloeien uit dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en uit de contracten en de reglementen die erin vermeld staan, geheel of gedeeltelijk opgeschort in hoofde van degene die er zich op beroept, in de mate dat de uitvoering van die taken onmogelijk is geworden en beperkt tot de duur van de noodsituatie.

§ 2

De verplichtingen van geldelijke aard, ontstaan vóór de noodsituatie, moeten uitgevoerd worden.

Art. I.5.4.2.

§ 1

De partij die zich op de noodsituatie beroept, doet alle redelijke inspanningen om: 1 de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen te beperken; haar opgeschorte verplichtingen zo snel mogelijk opnieuw te vervullen.

§ 2

De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom ze haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk opschort en welke de voorzienbare termijn van de noodsituatie zal zijn. In afwijking van Artikel I.2.2.1 kan deze mededeling ook via de media worden gedaan.