Deel II.
Planningscode


Hoofdstuk II.1.
Investeringsplan van de elektriciteitsdistributienetbeheerder


Afdeling II.1.1.
Inhoud en planningshorizon


Art. II.1.1.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt een investeringsplan op, op basis van de gegevens in deze Planningscode (Deel II). Het investeringsplan dekt een periode van drie jaar. Het plan wordt om het jaar aangepast voor de volgende drie jaar en vóór 1 juli aan de VREG meegedeeld.

§ 2

Het investeringsplan wordt opgesteld volgens het rapporteringsmodel gepubliceerd door de VREG. Het wordt in twee exemplaren ingediend.

Art. II.1.1.2.
Het investeringsplan omvat een gedetailleerde raming van de nodige behoeften aan distributiecapaciteit, met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en vermeldt het investeringsprogramma (programma van aanleg van nieuwe elektriciteitsdistributienetten en elektriciteitsdistributienetversterkingen, programma van het ondergronds brengen van verbindingen enzovoort) dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder vooropstelt om die behoeften te kunnen dekken.

Art. II.1.1.3.
Minstens eenmaal per jaar pleegt de elektriciteitsdistributienetbeheerder overleg met de beheerders van de met zijn net gekoppelde netten over de geplande investeringen in zijn elektriciteitsdistributienet met inbegrip van de ontwikkelingen van decentrale productie en de daaruit voortvloeiende knelpunten.

Art. II.1.1.4.
De VREG analyseert de investeringsplannen en beoordeelt of de elektriciteitsdistributienetbeheerder het nodige doet om te voldoen aan de taak, opgenomen in artikel 4.1.6. 2°, van het Energiedecreet, namelijk het aanhouden van voldoende capaciteit voor de distributie van elektriciteit op zijn elektriciteitsdistributienet. De VREG bezorgt zijn conclusies aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de CREG.

Hoofdstuk II.2.
Planningsgegevens voor het elektriciteitsdistributienet


Afdeling II.2.1.
Algemeen


Art. II.2.1.1.
De planningsgegevens omvatten de gegevens, opgenomen in bijlage II: “Gegevenslijst” van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, aangeduid met de afkorting “P” of met “Alle” in de kolom “Doel”.

Art. II.2.1.2.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker of, indien van toepassing, de toegangshouder, is ertoe gehouden de planningsgegevens overeenkomstig deze Planningscode (Deel II) aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder te bezorgen volgens zijn best mogelijke inschatting en volgens de procedure die de elektriciteitsdistributienetbeheerders gemeenschappelijk bepalen.

Afdeling II.2.2.
Kennisgeving


Art. II.2.2.1.
Op schriftelijk verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker op een toegangspunt met een aansluitingsvermogen groter dan 1000 kVA elk jaar vóór 1 april van het lopende jaar, de elektriciteitsdistributienetbeheerder op de hoogte van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de periode in het investeringsplan, vermeld in Afdeling II.1.1:
1
de vooruitzichten over het maximaal af te nemen vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken;
2
de beschrijving van het jaarlijkse verbruiksprofïel van het af te nemen actief vermogen.

Art. II.2.2.2.
Op schriftelijk verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker waarvan de installaties productie-eenheden omvatten of zullen omvatten met een totaal netto ontwikkelbaar vermogen per injectiepunt van minstens 400 kVA, elk jaar vóór 1 april van het lopende jaar, de elektriciteitsdistributienetbeheerder op de hoogte van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de periode in het investeringsplan, vermeld in Afdeling II.1.1:
1
het maximaal netto ontwikkelbaar vermogen, de beschrijving van het verwachte productieprofiel, de technische gegevens, de operationele grenzen en het regelgedrag van de diverse in dienst genomen productie-eenheden;
2
het maximaal netto ontwikkelbaar vermogen, de beschrijving van het verwachte productieprofiel, de technische gegevens, de operationele grenzen en het regelgedrag van de diverse in dienst te nemen productie-eenheden;
3
de productie-eenheden die uit dienst zullen worden genomen en de geplande datum van de buitendienststelling.

Art. II.2.2.3.
Voor de elektriciteitsdistributienetgebruikers op toegangspunten die niet vermeld zijn in Artikel II.2.2.1 of Artikel II.2.2.2, brengt de toegangshouder voor het geheel van dergelijke toegangspunten waarop hij toegang tot het elektriciteitsdistributienet heeft, elk jaar vóór 1 april van het lopende jaar de elektriciteitsdistributienetbeheerder op diens schriftelijk verzoek op de hoogte van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de periode in het investeringsplan, vermeld in Afdeling II.1.1:
1
de vooruitzichten over het maximaal af te nemen of te injecteren vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken;
2
de beschrijving van het jaarlijkse verbruiksprofiel van het af te nemen actief vermogen.

Art. II.2.2.4.
De kennisgeving van de planningsgegevens vermeld in Artikel II.2.2.1, Artikel II.2.2.2 en Artikel II.2.2.3 gebeurt volgens de tabel voorzien in Bijlage II: “Gegevenslijst” van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit. De elektriciteitsdistributienetbeheerders bepalen in onderling overleg de minimale vereisten met betrekking tot de vorm waarin deze gegevens worden overgedragen.

Art. II.2.2.5.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker met een hoogspanningsaansluiting informeert zo spoedig mogelijk de elektriciteitsdistributienetbeheerder over elke wijziging of verwachte wijziging van de gegevens die bezorgd werden.

Art. II.2.2.6.
De plicht tot kennisgeving van de planningsgegevens, vermeld in Artikel II.2.2.1 en Artikel II.2.2.2, geldt eveneens voor de toekomstige elektriciteitsdistributienetgebruikers bij het indienen van hun aanvraag tot aansluiting, met dien verstande dat ze die planningsgegevens ook voor het lopende jaar moeten verstrekken.

Art. II.2.2.7.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder van oordeel is dat de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk is, geeft de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder alle verbeteringen of aanvullende gegevens die de elektriciteitsdistributienetbeheerder nuttig acht.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan, indien hij dat nodig acht om zijn opdracht tot een goed einde te brengen en na motivering, aanvullende gegevens, die niet in dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit zijn opgenomen, opvragen bij de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder.

§ 3

Na raadpleging van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen de gegevens, vermeld in §1 en §2, bezorgd moeten worden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. II.2.2.8.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder informeert minstens eenmaal per jaar de transmissienetbeheerder en de beheerders van de elektriciteitsdistributienetten die met zijn net gekoppeld zijn, over de ontwikkeling van de planningsgegevens, vermeld in Artikel II.2.2.1 en Artikel II.2.2.2. De netbeheerders komen onderling de vorm en de inhoud overeen van de gegevens die zij wederzijds moeten uitwisselen voor het opstellen van het investeringsplan, alsook de te respecteren termijnen.

Art. II.2.2.9.
De beheerder van een elektriciteitsdistributienet dat gekoppeld is aan een gesloten distributienet voor elektriciteit, bepaalt op welke wijze de beheerder van het gesloten distributienet gegevens dient aan te leveren in het kader van de opmaak van het investeringsplan. De afspraken worden opgenomen in de overeenkomst vermeld in artikel VI.3.1.2, §2.