Afdeling III.3.1.
Algemene bepalingen


Art. III.3.1.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bouwt zijn elektriciteitsdistributienet uit opdat aan de vraag voor nieuwe aansluitingen (inclusief decentrale productie) en openbare verplichting naar aanleiding van nieuwe verkavelingen (van grond of gebouwen), bedrijventerreinen en appartementsgebouwen kan worden voldaan, tenzij een uitbreiding economisch niet verantwoord is.

§ 2

Die projecten moeten tijdig, bij voorkeur in de ontwerp- of vergunningsfase, door de verantwoordelijke schriftelijk gemeld worden aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Hierbij beschrijft de verantwoordelijke de technische behoeften met betrekking tot de distributie van elektriciteit in de verkaveling (van grond of gebouw), het bedrijventerrein of het appartementsgebouw. Bij die beschrijving worden de nodige grondplannen van de verkaveling en bouwplannen van de gebouwen gevoegd met aanduiding van de plaatsen waar aansluitingen op het elektriciteitsdistributienet gewenst worden.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder hanteert bij de behandeling van die meldingen dezelfde termijnen voor de ontvankelijkheidsverklaring en het opstellen van een kostenraming als in Afdeling III.3.3, Artikel III.3.3.21 tot Artikel III.3.3.26 (Detailstudie en ontwerp van aansluiting).

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt op basis van de ontvangen beschrijving en plannen een ontwerp van de installaties voor de distributie van elektriciteit en de openbare verplichting en stelt ontwerpplannen ter beschikking.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om een deel van het verkavelde terrein of gebouw, eventueel tegen een vergoeding, op te eisen voor de inrichting van installaties voor de distributie van elektriciteit en voor de openbare verplichting.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt de grootte, de plaats en de technische vereisten van het deel van het verkavelde terrein of gebouw dat ter beschikking moet worden gesteld. Die vereisten motiveert hij ten opzichte van de verantwoordelijke van het project in kwestie. In overleg met de verantwoordelijke van het project kunnen wijzigingen aangebracht worden om beter aan de vereisten van het project te voldoen.

§ 7

Op basis van het finale ontwerp wordt een offerte opgesteld voor de uitbouw van het elektriciteitsdistributienet ten behoeve van de nieuwe verkaveling of het bedrijventerrein of appartementsgebouw. Die offerte wordt aan de verantwoordelijke van het betrokken project bezorgd. De offerte is gedetailleerd volgens de mate van detail conform de door de bevoegde regulator goedgekeurde of opgelegde tarieven.

Art. III.3.1.2.
De aansluiting van een installatie in een gebouw of op een perceel wordt uitgevoerd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder die is aangesteld voor het grondgebied waarop het gebouw of perceel zich bevindt.

Art. III.3.1.3.
Wijze van aansluiten, afhankelijk van het aansluitings- of onderschreven vermogen

§ 1

Als het aansluitingsvermogen niet hoger is dan 25 kVA, zal de aansluiting vanaf het laagspanningsnet worden uitgevoerd.

§ 2

Voor aansluitingsvermogens tussen 25 kVA en 250 kVA zal de netbeheerder van het elektriciteitsdistributienet op het laagste spanningsniveau, op basis van technisch-economische criteria, ofwel aansluiten op het laagspanningsnet, ofwel aansluiten met een rechtstreekse verbinding op een hoogspanning/laagspanning-transformatiepost ofwel aansluiten op het hoogspanningsnet.

§ 3

Als het aansluitingsvermogen tussen 250 kVA en 15 MVA ligt, zal de aansluiting vanaf het hoogspanningsnet worden uitgevoerd door de beheerder van het elektriciteitsdistributienet op het laagste spanningsniveau.

§ 4

Als het aansluitingsvermogen tussen 15 MVA en 25 MVA ligt kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op basis van een eerste technisch-economische analyse, beslissen om de aanvraag eveneens over te maken aan de netbeheerder op een hoger spanningsniveau. Beide mogelijkheden worden technisch-economisch onderzocht en de kosten-batenanalyses worden geėvalueerd door beide netbeheerders en de aanvrager. De kosten die de netbeheerder heeft gemaakt van wie de oplossing niet gekozen werd, komen voor rekening van deze netbeheerder.

§ 5

Als het gevraagde aansluitingsvermogen groter is dan 25 MVA wordt de installatie aangesloten op een spanningsniveau >30 kV.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan, in geval van een nieuwe aansluiting, de aansluiting uitvoeren via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op hoogspanning voedt als het onderschreven vermogen dat bij de aanvraag tot aansluiting vooropgesteld wordt groter is dan 5 MW.

§ 7

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan beslissen om voor een wijze van aansluiten te kiezen die afwijkt van de bepalingen in dit artikel, afhankelijk van de karakteristieken van het lokale elektriciteitsdistributienet of als de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker schadelijke storingen op het elektriciteitsdistributienet of overdreven spanningsschommelingen zou veroorzaken.