Art. III.3.1.3.
Wijze van aansluiten, afhankelijk van het aansluitings- of onderschreven vermogen

§ 1

Als het aansluitingsvermogen niet hoger is dan 25 kVA, zal de aansluiting vanaf het laagspanningsnet worden uitgevoerd.

§ 2

Voor aansluitingsvermogens tussen 25 kVA en 250 kVA zal de netbeheerder van het elektriciteitsdistributienet op het laagste spanningsniveau, op basis van technisch-economische criteria, ofwel aansluiten op het laagspanningsnet, ofwel aansluiten met een rechtstreekse verbinding op een hoogspanning/laagspanning-transformatiepost ofwel aansluiten op het hoogspanningsnet.

§ 3

Als het aansluitingsvermogen tussen 250 kVA en 15 MVA ligt, zal de aansluiting vanaf het hoogspanningsnet worden uitgevoerd door de beheerder van het elektriciteitsdistributienet op het laagste spanningsniveau.

§ 4

Als het aansluitingsvermogen tussen 15 MVA en 25 MVA ligt kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op basis van een eerste technisch-economische analyse, beslissen om de aanvraag eveneens over te maken aan de netbeheerder op een hoger spanningsniveau. Beide mogelijkheden worden technisch-economisch onderzocht en de kosten-batenanalyses worden geėvalueerd door beide netbeheerders en de aanvrager. De kosten die de netbeheerder heeft gemaakt van wie de oplossing niet gekozen werd, komen voor rekening van deze netbeheerder.

§ 5

Als het gevraagde aansluitingsvermogen groter is dan 25 MVA wordt de installatie aangesloten op een spanningsniveau >30 kV.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan, in geval van een nieuwe aansluiting, de aansluiting uitvoeren via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op hoogspanning voedt als het onderschreven vermogen dat bij de aanvraag tot aansluiting vooropgesteld wordt groter is dan 5 MW.

§ 7

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan beslissen om voor een wijze van aansluiten te kiezen die afwijkt van de bepalingen in dit artikel, afhankelijk van de karakteristieken van het lokale elektriciteitsdistributienet of als de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker schadelijke storingen op het elektriciteitsdistributienet of overdreven spanningsschommelingen zou veroorzaken.