Afdeling III.3.2.
De verschillende soorten aansluitingen


Art. III.3.2.1.
Bij de aanvraag voor een nieuwe aansluiting wordt onderscheid gemaakt tussen een eenvoudige aansluiting, een tijdelijke aansluiting en een aansluiting met voorafgaande studie.

Art. III.3.2.2.
Nieuwe aansluitingen voor wooneenheden op laagspanning moeten minimaal beschikken over een aansluitingsvermogen van 9,2 kVA.

Art. III.3.2.3. Een eenvoudige aansluiting

Een aanvraag voor een eenvoudige aansluiting is van toepassing als tegelijk aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de afname gebeurt op laagspanning;
het gevraagde aansluitingsvermogen is lager dan 25 kVA of de elektriciteitsdistributienetbeheerder oordeelt dat geen uitbreiding of versterking van het elektriciteitsdistributienet nodig is;
zonder of met injectie < 400 VA.

Art. III.3.2.4. Tijdelijke aansluiting

Een aanvraag voor een tijdelijke aansluiting is van toepassing als tegelijk aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de aansluiting zal worden gebruikt voor het voeden van installaties op bouwterreinen of manifestaties;
het gebruik van de aansluiting is strikt beperkt in de tijd of de aansluiting wordt na een beperkte periode vervangen door een permanente aansluiting;
de elektriciteitsdistributienetbeheerder oordeelt dat geen uitbreiding of versterking van het elektriciteitsdistributienet nodig is.

Art. III.3.2.5. Aansluiting met voorafgaande studie

Als de aansluiting niet overeenstemt met de bepalingen van Artikel III.3.2.3 of Artikel III.3.2.4, is een aanvraag voor een aansluiting met studie van toepassing.