Art. III.4.1.1.

§ 1

Elke aansluiting, alsook elke installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, moet voldoen aan de normen en de reglementering die op elektrische installaties van toepassing zijn.

§ 2

Het tracé van de aansluiting, alsmede de opstelling en de karakteristieken van de samenstellende delen worden op zo'n wijze bepaald door de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat de algemene veiligheid en de normale werking van de deelelementen van de aansluiting verzekerd zijn en dat de meteropnamen, het toezicht, het nazicht en het onderhoud gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd.

§ 3

Vóór een toegangspunt naar een nieuwe installatie op het elektriciteitsdistributienet in dienst wordt genomen, bezorgt de aanvrager aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke verplichtingen voldoen.